`Allah zij geprezen, hij is nu een echte man'

Morgen begint de tweede pro forma-zitting tegen de Hofstadgroep. Afgeluisterde telefoongesprekken tonen verbazing en enthousiasme over de moord op Van Gogh.

Ze raken er maar niet over uitgepraat in hun bovenwoning in de Haagse Antheunisstraat: Jason W., Ismail A. en Zakaria T. – drie kernleden van de zogeheten Hofstadgroep. Het is 3 november, de dag na de moord op Theo van Gogh door Mohammed B.

,,Hij heeft hem gekeeld'', zegt Ismail.

,,Ja?'', vraagt Zakaria. ,,Halal (op rituele wijze)?''

,,Weet je wat hij deed?'', zegt Ismail: ,,Hij schoot hem af: tááf, tááf. Hij schoot hem eerst en ging toen naar de overkant rennen. En toen heeft hij hem gekeeld, en deed hij zó: ahhhhhh. Toen heeft hij hij een mes hier gestoken met een blaadje, één keer gestoken in z'n nek met zo'n blaadje met een tekst erop.''

Jason valt Ismail in de rede. ,,Hij heeft [er] twéé gedaan. Eentje in zijn bovenlijf en eentje ...'' Hij schreeuwt: Alhamdulillah (de Heer zij geprezen), hij is een echte man.''

Ismail: ,,Hij is nu een held.''

Jason, Ismail en Zakaria weten niet dat hun gesprekken worden opgenomen door de AIVD. De inlichtingendienst heeft de bovenwoning in het Laakkwartier voorzien van microfoons. Zo kan men op het hoofdkantoor de gesprekken van de jonge moslimextremisten meestal woordelijk volgen – van de moord op Van Gogh tot aan de bestorming van de Antheunisstraat door mariniers van de BBE, op 10 november.

Nu, na lang aandringen van het openbaar ministerie, zijn gedeelten van de opnamen overgedragen aan justitie. Maar de vele uren opnamen bevatten níet datgene waar het OM op had gehoopt: het onomstotelijke bewijs dat twaalf leden van de Hofstadgroep hielpen bij de moord op Van Gogh, en plannen smeedden voor volgende aanslagen. Dat zijn wél de centrale thema's morgen bij de tweede pro forma-zitting tegen twaalf verdachten van de Hofstadgroep, waaronder Ismail, Jason en Zakaria.

Op de AIVD-taps wisselen de drie geen geheime informatie uit, zo lijkt het – ze praten vooral vol verbazing over wat ze op tv hebben gezien. En ze zijn dolenthousiast. ,,Ik wist het niet'', zegt Jason. ,,Dat heb ik pas later gehoord. [iemand zei] `Weet je wat er in Amsterdam is gebeurd' (...) ik ging [tv] kijken, ik zag de burgemeester van Amsterdam, toen ... wauw, het is al gebeurd, Van Gogh is vermoord.'' Jason is dus verrast. Maar hij realiseert zich meteen wie de dader zou kunnen zijn: ,,Allahu Akbar weet je, ik zweer je toen ik het zag, dat werk ... toen dacht ik meteen aan [Mohammed] B.'' Ismail reageert onmiddellijk: ,,Ik ook, ik zweer het bij Allah.''

Dat Jason en Ismail aan Mohammed B. dachten is niet zo gek. Tijdens de bijeenkomsten in het huis van Mohammed B. werd vaak gesproken over Van Gogh, over Ayaan Hirsi Ali, over Geert Wilders, en waarom zij de dood verdienden voor hun beledigingen aan het adres van de profeet. Vooral Mohammed B. wond zich daarbij op. Tijdens één fragment lijkt Jason over Mohammed B. te zeggen: ,,Hij zei: ik zweer het bij Allah, ik zal niet rusten tot ik hem heb gedood, die vijand van Allah.''

Toch lijken de mannen in de Antheunisstraat niet op de hoogte van een concreet moordplan. ,,Wat had hij eigenlijk bij zich?'', vraagt Ismail zich af. ,,Een luit [volgens de tolk van justitie bedoelt Ismail hiermee waarschijnlijk een mitrailleur] of een gewoon pistool?''

,,Een gewone'', zegt Zakaria.

,,Was er nog een Marokkaan bij hem?'', vraagt Zakaria later, misschien naar aanleiding van berichten dat Mohammed B. kort na de moord met een Arabisch uitziende man zou hebben gesproken.

,,Dat weet ik niet'', zegt Ismail.

Tijdens huiszoeking in Amsterdam vond de politie drie afscheidsbrieven van Mohammed B. In één brief, die is gericht aan Zakaria, meldt Mohammed B. dat als de `broeders' de brief lezen, hijzelf inmiddels als `shaheed (martelaar) zal zijn gevallen'. De brief zal de broeders nooit bereiken. In de dagen na de moord speculeren Jason, Ismail en Zakaria volop over de vraag of de moord een `martelarenoperatie' was.

Ismail: ,,Hij heeft ook op de politie geschoten.''

Zakaria: ,,Ze zeggen dat hij dood wilde gaan. Allah is de meest verhevene! Zoals hij deed, het leek erop of hij dood wilde gaan.''

Het zijn zenuwslopende dagen voor de mannen in de Antheunisstraat. Ze proberen te achterhalen wie van de `broeders' meteen na de moord op Van Gogh in Amsterdam zijn opgepakt. Degenen die niet op telefoontjes antwoorden, zitten vast, is hun conclusie. Ze rekenen erop dat zij ook aan de beurt komen. Met gedempte stemmen spreken ze over wat ze gaan doen als de politie binnenvalt, waaruit valt af te leiden dat ze zich niet zonder slag of stoot zullen overgeven.

Later die week zal de AIVD een klein deel van de taps naar justitie sturen. Het OM trekt de conclusie dat Jason en Ismail een aanslag voorbereiden, met de kamerleden Wilders en Hirsi Ali als mogelijke doelwitten, en gaat over tot arrestatie. ,,We hebben nu een lam ritueel geslacht'', zegt Ismail in een van de passages, ,,en dit zal de straf zijn van een ieder die Allah en zijn profeet beledigt. Ayaan Hirsi Ali we zullen elkaar treffen als Allah het wil.''

Maar de uitgewerkte taps brengen meer helderheid over de context van dergelijke uitspraken. Het heeft er alle schijn van dat Jason, Ismail en Zakaria bezig zijn geschriften van Mohammed B. te verzamelen, met het doel ze te gaan verspreiden. ,,Ga naar www.marokko.nl'', zegt Zakaria, ,,daar vind je alle brieven van Abu Zubair''. [Abu Zubair is het pseudoniem van Mohammed B., red.] Op 6 november om 01.19 uur zetten Jason en Ismail de computer aan en beginnen ze het werk van Abu Zubair door te nemen, zoals de open brief aan Hirsi Ali die Mohammed B. op het lichaam van Van Gogh heeft achtergelaten. Ze geven commentaar en lijken de teksten hier en daar te bewerken. ,,Straks vetdrukken, kan dat nog?'', vraagt Ismail. De mannen lijken in elk geval een deel van de teksten voor het eerst te zien. Zoals de `open brief' van Abu Zubair aan de Amsterdamse wethouder Aboutaleb die een belangrijke rol speelt in de aanklacht tegen de leden van de Hofstadgroep. Jason leest voor: ,,Het zou ons uitermate verheugen wanneer wij de sharia (de islamitische wet) zouden inluiden met het te pletter laten neervallen van meneer Wilders...''

De tolk noteert: ,,De twee mannen beginnen samen heel hard te lachen.'' Ismail zegt: ,,Dat is echt hard'', waarna ze doorlachen.

Jason vervolgt: ,,Meneer Wilders van de Euromast.'' De opmerking van Abu Zubair dat die mast met het bloed van Wilders moet worden omgedoopt tot executiegebouw totdat er een hoger gebouw wordt gevonden, leidt tot nieuwe lachsalvo`s. ,,Te hard'', zegt Jason lachend.

Na nog diverse andere geschriften zegt Ismail in die nacht: ,,Deze is echt hard, bergrijp je? Dit moet allemaal, allemaal geprint worden, dit moet uitgedeeld worden.'' Ze spreken over een drukkerij waar dat moet gebeuren. ,,Met alles daarbij, dan ga ik al die brieven bij elkaar verzamelen, dan is het zo een boekje, begrijp je?''

Vier dagen later valt de politie binnen. Jason gooit een handgranaat. Maar hij en Ismail sneuvelen niet als martelaren in de strijd, zoals ze hopen. Ze worden gearresteerd. De microfoons van de AIVD nemen nog uren lang de opzwepende jihadmuziek op die de jongens hadden aangezet.