Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Valse beschuldigingen even erg als seksueel misbruik

De seksuele vrijheid gaat gepaard met paniek bij klachten over aanrakingen, vindt Maarten Huygen, die als commentator reist door de samenleving.

Al vier jaar is M. bezig aan de grote zaak van zijn leven, maar verder dan vrijspraak door de strafrechter en een ongegrondverklaring van de klachten door de klachtencommissie voor seksuele intimidatie is hij niet gekomen. Voor potentiële werkgevers is dat niet genoeg, tenminste dat zeggen de commerciële arbeidsbemiddelaars bij wie hij aanklopt. Die willen hem niet aan een baan helpen. Hopeloos, zeggen ze.

Dat het zedendelict niet is bewezen, wil nog niet zeggen dat hij het niet heeft gedaan. Hij heeft immers drie dagen voor verhoor vastgezeten? Hij heeft geen strafblad, maar de arrestatie blijft in het politieregister en kan zijn sollicitatie doorkruisen.

Toen de klacht nog onder de rechter lag, had hij geprobeerd om voor een ander filiaal van de school te werken. Maar hij voelde zich verloren toen hij zag dat zwakbegaafde jongens aan meisjes met het Downsyndroom zaten te friemelen. Wat moest hij in zo'n seksueel geladen omgeving? Zouden de meisjes hem niet gaan beschuldigen van wat die jongens deden? 's Zomers durft hij niet eens een badje voor zijn dochter in de achtertuin te zetten, want daar komen ook andere kinderen op af en wie weet, waar de buurt hem dan van gaat beschuldigen.

Had M. zijn straf uitgezeten voor een moord die hij echt had gepleegd, dan was de zaak voorbij. Maar M. is nog steeds uitgestotene. Dat is de absurditeit van onbewezen beschuldigingen van zedendelicten in een oversekst tijdperk. Meisjes worden als zelfstandige volwassenen behandeld, gaan in naveltruitjes naar school, leren in de klas de vaardigheid van het condooms aanleggen en kijken naar halfnaakte, heupschokkende zangers op MTV.

Tegelijkertijd is de paniek over ongewenste seks nog nooit zo groot geweest. Nederland heeft al veel geruchtmakende affaires van ingebeelde seksuele vergrijpen, zoals de Bolderkar, Oude Pekela, de affaire-Lancee, Jolanda. Ondanks alle openheid blijft seks een duistere kracht. De procedures zijn zo gebrekkig, omdat er van seksuele intimidatie – in tegenstelling tot verkrachting of geweldpleging – meestal geen tastbaar bewijs is. Bij beschuldigingen slaan vaak alle stoppen door, zodat een valse aanklacht snel een definitief karakter krijgt.

Van de klachten over seksuele delicten leidt iets meer dan 50 procent tot een strafrechtelijke sanctie. Moet dan maar de bewijslast worden omgekeerd? Daar werkt het kabinet aan in navolging van een Europese richtlijn voor klachten tegen seksuele intimidatie door de baas. Die baas moet dan de schade vergoeden of wordt ontslagen. Maar dat gaat uit van het vanzelfsprekende gelijk van de klager. Helaas zijn zowel mannen als vrouwen geneigd tot alle kwaad. Ze kunnen zich aan iemand seksueel vergrijpen en ze kunnen iemand valselijk aanklagen. Beide zijn even ernstig.

Voor M. is de bewijslast eigenlijk al omgekeerd. Hij heeft geen werk en zit muurvast, terwijl er geen spoor van bewijs is. Aan de eettafel van zijn bescheiden eengezinswoning in een stil Achterhoeks stadje bladert hij door brieven en documenten, terwijl hij routineus detail na detail oplepelt, waarbij zijn vrouw hem zo nu en dan aanvult. Alle pech stapelde zich bij hem op: twee lichamelijk gehandicapte meisjes in een moeilijke leeftijd, bange schooldirecteuren, slepende amateuristische procedures en een meer ideologisch dan juridisch onderlegde officier van justitie van Arnhem, mr. A. Brughuis, die de officiële richtlijnen voor verhoor van de aanklagers in de wind had geslagen. Eén van de meisjes kreeg computerdiskettes mee om samen met haar moeder en een hulpverlener thuis in te vullen. Van de inhoud flanste een rechercheur een proces-verbaal in elkaar.

Toen de meisjes een jaar later alsnog werden verhoord zonder de officier van justitie erbij, kwamen er veel tegenstrijdigheden naar boven. Zo zou M. de meisjes ook onder de kleren hebben betast op de gang, voor een volle klas of op dagen dat hij aantoonbaar geheel ergens anders was. Vrijspraak was onvermijdelijk. Een overbodige zaak.

Dit is grof justitieel misbruik en eigenlijk had de rechtbank de officier van justitie niet ontvankelijk moeten verklaren. M. probeert nu een schadevergoedingsprocedure tegen de staat der Nederlanden. Hij verdient genoegdoening, al was het maar voor zijn naam.

Volgens het project `Preventie seksuele intimidatie' zijn mensen die in het onderwijs werken `een risicogroep'. Met een aantijging die veel paniek zaait, kan een puber een leraar effectief treffen. Alle procedures zijn erop gericht om bij het geringste onraad het zekere voor het onzekere te nemen.

Zodra een leraar wordt beschuldigd van ontucht, gaat een machine in werking van schorsing, ouders in paniek, publicaties in de pers, een klachtenprocedure, het opnemen van verklaringen, eventueel justitieel onderzoek en algehele uitsluiting. Geen schooldirecteur zal het voor zo'n leraar durven opnemen, ook al gelooft hij in zijn onschuld. Anders keert de collectieve woede zich tegen hem.

Het gevolg is dat relaties worden geformaliseerd om problemen te voorkomen. Daar dringt de Europese richtlijn ook op aan: meer protocollen, meer beleid waarmee de beschuldigde baas zich kan verdedigen. Vertrouwenscommissies en klachtencommissies met strakke reglementen die – zo blijkt uit het geval M. – als het moment daar is met voeten worden getreden.

In seksuele zaken is de ratio ver te zoeken. In Amerika stipuleren advocaten op vrijerspad in onderlinge contracten dat hun relatie vrijwillig is en dat er bij spijt achteraf geen juridische aanspraken aan kunnen worden ontleend. Geen privacy en geen warmte meer.

Een onderwijzer kan bij een huilend kind maar beter geen hand op de schouder leggen. Gesprekken in lokalen worden uitsluitend gevoerd met de deur open. Maar dat heeft M. niet geholpen. Daar is een oplossing voor: scholen met muren van glas. Alles transparant.

Merkwaardig dat het naveltruitje nog steeds mag. Een meisje mag haar navel ontbloten maar mannen mogen er niet naar kijken.

Voer dan meteen de burqa in. Voor mannen én vrouwen, want gelijkheid gaat voor alles.