Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Trouble in Paradise - Financial Times, 4 december 2004

In de wereldpers verschenen de afgelopen tijd talloze berichten over Nederland. Van afstand gezien is het land er niet best aan toe. Hoe is dat beeld ontstaan en wie voeren er namens Nederland het woord?

Amsterdam, 6 januari 2005. Uw verslaggever James P. Pinkerton wandelt over het Damrak. Hij passeert musea voor tatoeage, marteling, hasj en, natuurlijk, seks. Ja, mijmert hij in de Amerikaanse krant Newsday, misschien betaalt dit land inderdaad de prijs voor zijn te grote tolerantie.

De afgelopen maanden is Nederland overspoeld door buitenlandse radio-, tv- en krantenjournalisten, die rondkeken, interviews afnamen en de stemming peilden. Voornaamste aanleiding was de moord op Theo van Gogh, die de commentatoren van The New York Times deed verzuchten: ,,Something sad and terrible is happening to the Netherlands.'' Sindsdien is het rumoer nauwelijks verstomd. Deze maand woedde in de Italiaanse pers weer een debat over de vertoning van `Submission'. De gangen van Ayaan Hirsi Ali, volgens de Süddeutsche Zeitung ,,Hollands prominenteste Politikerin'', worden in Europa en de VS op de voet gevolgd, evenals die van haar collega-Kamerlid Geert Wilders.

Wereldwijd behandelden tientallen stukken het zogeheten Groningse protocol voor de levensbeëindiging van ongeneeslijke zieke baby's, volgens de conservatieve Amerikaanse The Weekly Standard het bewijs dat Nederlandse artsen zich bezighouden met praktijken ,,that got some German doctors hanged after Nuremberg''. Deze week `scoorde' Nederland opnieuw, nu met het dreigende `nee' bij het referendum over de Europese grondwet. ,,Nederlanders verliezen vertrouwen in Europa'', kopte The Times.

Het beeld is dat van een land in crisis en verwarring. De wereld is verbaasd, zegt Edwin Bakker, een terrorisme-expert van het Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael in Den Haag die vaak wordt geciteerd in de buitenlandse pers. ,,Het beeld dat men had klopt niet met wat men nu krijgt voorgeschoteld. In landen als Denemarken, Finland, België en Duitsland bestaat bovendien de angst dat wat zich hier afspeelt, ook dáár staat te gebeuren.''

,,Nederland is zijn imago van een tolerante en ruimdenkende natie razendsnel aan het verliezen'', merkt Han Entzinger op, bij wie ook veel werd aangeklopt. Kort na de moord op Van Gogh stond Entzinger, hoogleraar migratie- en integratiestudies aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, ,,drie, vier journalisten'' per dag te woord. Hij kreeg e-mails tot uit Brazilië en China met verzoeken als ,,Tell me all you know about the islam in Holland''. ,,Maar mensen komen ook echt uit die landen hiernaartoe. Ze pakken het heel serieus aan.''

De extremisten van het woord

Artikelen in buitenlandse kranten en tijdschriften zijn meestal een mix van eigen waarnemingen à la James P. Pinkerton en de weerslag van gesprekken met Nederlanders. In een kleine honderd reportages in de Franse, Duitse, Britse en Amerikaanse pers worden zo'n 75 Nederlanders met naam en toenaam geciteerd, taxichauffeurs en coffeeshophouders niet meegeteld.

De meestgeciteerde `woordvoerders van Nederland' zijn degenen die ook in het Nederland het debat bepalen. Drie uur nadat bekend was geworden dat Theo van Gogh waarschijnlijk door een moslim-extremist was vermoord, stond een filmploeg van BBC's Newsnight bij Paul Scheffer op de stoep. Scheffer, bijzonder hoogleraar grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam, staat sinds zijn essay `Het multiculturele drama' (2000) bekend als de eerste die de falende integratie aan de orde heeft gesteld. Na de moord op Van Gogh werd hij ,,maandenlang platgebeld'' door journalisten van Denemarken tot Japan. Hetzelfde overkwam de bekendste critici van de islam in Nederland: Afshin Ellian, Ayaan Hirsi Ali en schrijver Leon de Winter.

De verdedigers van de multiculturele samenleving zijn minder hoorbaar, net als in Nederland zelf. Historicus en schrijver Geert Mak, die begin februari het pamflet `Gedoemd tot kwetsbaarheid' publiceerde over de verharding van het islamdebat, heeft wel ,,lang zitten praten'' met iemand van het Amerikaanse tv-station CBS en met Duitse en Belgische media, The Guardian en The Economist. Eenzaam is het geluid van Yassin Hartog, de bekeerde woordvoerder van de stichting Islam en Burgerschap. Waarom moeten moslims zo nodig worden gekwetst, zegt hij in Welt am Sonntag op 14 november 2004. ,,Als ik in een huis kom waar je je schoenen uit moet doen, dan doe ik dat.''

Vrijwel alle buitenlandse artikelen breken zich het hoofd over de vraag waar de spreekwoordelijke Nederlandse tolerantie is gebleven. Daarbij krijgt het vermeende racisme van de autochtone Nederlanders veel meer aandacht dan de radicalisering van jonge moslims. James P. Pinkerton spreekt in Newsday van een vlaag anti-moslimgeweld ,,from the ethnic Dutch'' na de moord op Van Gogh. ,,Duitsers hadden veel berichtgeving over de school in Uden, waarin een vergelijking werd getrokken met de Kristallnacht'', zegt Paul Scheffer. ,,Mensen beginnen over burgeroorlog'', zegt Edwin Bakker. ,,Omdat de beelden die ze zien, vier minuten in het journaal over een brandende school, dat bij hen oproepen. Dat zet je wel aan het denken. Als wij zoiets over Bosnië zien, hebben we die associaties ook.''

Door deze invalshoek krijgt Nederlands `nieuw rechts' in het buitenland veel tegengas. ,,Zonder dat men het in de rest van Europa goed begrijpt'', schrijft Le Figaro in januari 2005, is het islamdebat ,,bij onze Hollandse buren'' zo heftig geworden dat het poldermodel op het spel staat: ,,Het debat in Amsterdam lijkt te zijn overgenomen door extremisten van het woord.'' Ook de Britse journalist Simon Kuper, die in 1976 naar Nederland emigreerde, veroordeelt de hardheid van het islamdebat. In de Financial Times spoort hij Nederlanders aan hun problemen op te lossen in plaats van ,,hysterie te veroorzaken'' zoals Fortuyn in 2002 en Paul Scheffer in 2000 met `het multiculturele drama'. ,,Smoking still kills thousands of times more Dutch people than Islamic fundamentalism'', noteert hij droogjes in december 2004.

Paul Scheffer vond vooral Britse vragenstellers soms nogal bevooroordeeld te werk gaan. ,,Ze richten zich sterk op racisme, ik moest hun steeds uitleggen dat het bij ons niet gaat om huidskleur.'' BBC-journalisten ondervroegen hem ,,op hoge toon'' over de verkiezing van Pim Fortuyn tot grootste Nederlander aller tijden. ,,Er wordt naar ons gekeken zoals wij naar Jörg Haider in Oostenrijk hebben gekeken, zo van: wat is hier aan de hand?'' Afshin Ellian bespeurde met name bij Franse journalisten ,,een behoefte om Nederland af te schilderen als intolerant en racistisch''.

De interviewers van Ayaan Hirsi Ali toonden zich soms zorgelijk over haar rol in het debat, zegt zij. ,,Ze geven aan dat ze mijn stellingen en opvattingen kunnen volgen, maar willen allemaal ook weten hoe xenofoben er met mijn opvattingen vandoorgaan. Mijn antwoord is dan dat je niet het ene onrecht, ongelijke behandeling van moslimvrouwen, kunt laten gebeuren uit angst voor potentieel kwaad van extreem rechts.''

Het Britse tijdschrift The Economist noemde Hirsi Ali, Paul Scheffer en Geert Wilders begin deze maand spottend de cultural warriors van Nederland. Wat ze gemeen hebben, schrijft het blad, is een gevoel, ,,grenzend aan arrogantie'', ,,that history is on their side'': de moord op Van Gogh en de gebeurtenissen zouden bewijzen wat ze al jaren roepen, namelijk dat immigranten die niet integreren een tikkende tijdbom zijn. Voor een deel hebben ze gelijk, oordeelt The Economist, ze hebben in ieder geval een breed gehoor gevonden voor het idee dat waarden belangrijk zijn.

`Cultural warrior', dat vond Paul Scheffer wel grappig. Maar dat hij zomaar tussen de ideologen van nieuwrechts wordt geschaard, vond hij minder geslaagd. ,,Ik word wel vaker in de hoek van extreemrechts geplaatst of met Filip de Winter vergeleken, maar dat gebeurt vooral in de Nederlandse pers. Eerst werd ik kwaad. Daarna heb ik het maar naast me neergelegd.'' Toch kon Scheffer het niet laten de auteur van het stuk een mailtje te sturen. ,,Hij antwoordde dat het `flatteus' bedoeld was. Een lezer van de Economist beschouwt het als een geweldig compliment als je gepresenteerd wordt als iemand met uitgesproken ideeën.''

Hulpeloos, sprakeloos, machteloos

Duitse journalisten zijn meer geneigd Nederland te vergelijken met hun eigen land, waar het multiculturele model ook heeft afgedaan. Der Spiegel herinnerde er in november 2004 nog wel even fijntjes aan dat Nederlanders in 1993 nog 1,2 miljoen `Ich bin wütend-briefkaarten' naar Bonn stuurden als protest tegen aanslagen op buitenlanders in Duitsland. ,,Nu laaien in eigen land de vlammen op in islamitische godshuizen en koranscholen.'' Maar daarvan krijgt in Der Spiegel niet zozeer nieuwrechts als wel de Nederlandse regering de schuld. Het blad noemt het kabinet-Balkenende ,,hulpeloos, sprakeloos en machteloos''. Stern van 29 december 2004 laat Geert Wilders en publicist Max Pam hun grieven luchten over de regering. ,,Die wil het liefst dat je helemaal je mond houdt'', zegt Pam. ,,[...] Dat is het einde van de Hollandse democratie.''

Politici zelf komen in de buitenlandse pers weinig aan het woord, tenzij ze oorlog en jihad zien in Nederland, zoals minister Zalm (VVD) en VVD-fractievoorzitter Van Aartsen. Behalve een enkele keer Wouter Bos komen verder bijna alleen andere VVD'ers voor. Zo publiceerde Die Welt een groot interview met Kamerlid voor de VVD Fadime Örgü (,,Religion gehört nicht in die Politik'') en mocht haar fractiegenoot Arno Visser deze week op BBC World uitleggen waarom Hirsi Ali niet de mond wordt gesnoerd.

Ook onder de meest geciteerde Nederlanders komen namen voor die in Nederland vrij onbekend zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor Ahmed Larouz van het Amsterdamse adviesbureau voor intercultureel management Mex-it. Mohammed B. ,,is as strange to me as he is to the rest of the Dutch community'', zegt Larouz op 10 maart 2005 in de Chicago Tribune. Larouz, die in 1990 uit Marokko naar Nederland kwam, is ook voorzitter van Tans (Towards a new start), een club van ruim tweeduizend hoogopgeleide allochtonen. Ook hij is ,,meerdere keren per dag'' gebeld na de moord op Van Gogh, was te horen op radiostations in Slovenië, Italië en Zwitserland en sprak Arabische, Duitse, Italiaanse, Canadese en Amerikaanse kranten. En hij was enige tijd special reporter van BBC Arabic.

Larouz is een wandelende ontkenning van de mislukte Nederlandse integratiepolitiek, en tegelijk niet representatief voor de gemiddelde Marokkaanse dertiger. Dit voorbehoud maakt alleen de Brits-Nederlandse publicist Ian Buruma in The New Yorker van 3 januari 2005: ,,Larouz remains an exceptional figure. [...] Ahmed Larouz is what Mohammed B. might have been.''

Terrorisme-expert Edwin Bakker speelde een hoofdrol in de analyse van de gezaghebbende New York Times op 10 november 2004. De teneur, ook daar, is dat de moord op Van Gogh alles te maken heeft met de harde toon van het islamdebat in Nederland. ,,Na de moord op Pim Fortuyn waren er geen grenzen meer aan wat je kon zeggen'', zegt Bakker in het stuk. ,,Er is een klimaat ontstaan waarin het beledigen van mensen de norm is.'' Ook de slotzin van het stuk is een citaat van Bakker: ,,Islam is the most hated word in the country at this point.'' Deze woorden gaan zijn expertise als terrorisme-expert te boven, geeft Bakker toe. ,,In interviews wordt het al gauw breder. Dan geef ik aan: ik ben ook burger en heb van daaruit die zorgen, die opvattingen.''

Hoe komen mensen als Bakker en Larouz aan hun internationale publiek? ,,De New York Times was mijn eerste interview'', zegt Edwin Bakker. ,,Andere media lezen dat en zo kom je in de quotation carroussel.'' Daarnaast heeft hij perscontacten opgedaan via het eenmansbedrijf van de Amsterdammer Sjoerd de Vries, die research doet en `bronnen' levert aan Duitse, Engelse en Amerikaanse tv-stations. Sjoerd de Vries zegt dat hij door een andere terrorismedeskundige over Bakker was getipt. Ook voor de meeste andere `woordvoerders' heeft hij wel eens buitenlandse interviews geregeld.

Ahmed Larouz zegt dat hij door allerlei internationale activiteiten al jaren veel contact heeft journalisten. Daarnaast komen journalisten soms bij hem uit via de gemeente Amsterdam. Schuift Amsterdam hem bewust naar voren als modelallochtoon? ,,Absoluut niet'', zegt gemeentevoorlichter Mirjam Otten. ,,In Amsterdam is Larouz heel bekend. Wij verwijzen door naar mensen die al eerder hebben opgetreden in het publieke debat.''

Geert Mak, oud-journalist, geeft buitenlanders zelf tips over bronnen. ,,De mensen die mij bellen zijn vaak vrienden of collega's. Ze vragen mij wie ze nog meer moeten bellen voor een voor- en tegengeluid. Ik heb er een aantal doorgestuurd naar Paul Scheffer en Leon de Winter en soms ook Paul Cliteur. Dat noem ik intercollegiale hulpverlening.''

You are entering a war zone

De `woordvoerders van Nederland' horen hun eigen uitspraken soms met gemengde gevoelens terug. Leon de Winter zei begin december in Newsday dat je gevaar loopt als je dezer dagen de positie van de islam in Nederland aan de orde stelt. Je kunt doodsbedreigingen verwachten en, na 2 november, fanaten achter je aan krijgen met een dolk of pistool, aldus De Winter: ,,You are entering a war zone.'' Geconfronteerd met de uitspraak, die hij zelf niet had teruggelezen, noemt De Winter deze nogal fel. ,,Ik weet niet of ik het gezegd heb en ik zou het niet weer zo zeggen. Ik zou nu vertellen dat in Nederland het debat over islam en democratie iets is waar snel misverstanden over ontstaan en dat mensen al gauw geneigd zijn om er de Tweede Wereldoorlog bij te halen.''

Vóélen de veelgeciteerde Nederlanders zichzelf eigenlijk woordvoerders van hun land? Nee, zeggen de meesten. Ahmed Larouz: ,,Ik voel me een burger in Nederland die zijn mening kwijt wil.'' Wel vindt hij het belangrijk dat hij een positief beeld schetst. ,,Ik probeer uit te dragen: dit is de toekomst en die gaan we met elkaar bouwen.'' Han Entzinger vindt wel dat hij als woordvoerder wordt aangesproken. ,,Maar ik voel me absoluut niet geroepen het regeringsbeleid te verdedigen. Ik vermijd als het even kan ook het woord `wij'.''

Paul Scheffer is zich er sterk van bewust dat hij Nederland vertegenwoordigt. ,,Ik speel een rol in deze discussie en word daarop aangesproken'', zegt Scheffer. ,,Men zegt vaak: jij was toch de eerste die zag dat een multiculturele samenleving niet zou werken? Dan wijs ik ook wel op Bolkestein, die dit al eerder zei.''

Allen proberen vooral een waarachtig en volledig beeld te geven, zeggen ze. Als Ayaan Hirsi Ali werd geconfronteerd met het idee dat Nederland aan de rand van een godsdienstoorlog staat, legde ze uit dat de brand in Uden wel was aangestoken door een stel pubers. Afshin Ellian voelt zich soms ,,geroepen om `mijn land' te verdedigen'', een behoefte die hij zeker in zijn geboorteland Iran nooit had gehad. Hij probeert zijn interviewers dan pijnlijke wedervragen te stellen. ,,Hoezo zijn wij racistisch? Ga na hoeveel moslims en andere allochtonen er bij jullie in Engeland of Frankrijk in het parlement zitten. Wij hebben er wel een stuk of tien of elf. Dan zeggen ze ineens niets meer.''

In het algemeen vindt Paul Scheffer de berichtgeving in het buitenland genuanceerd en juist. Volgens hem ziet men Nederland als een laboratorium, een hogedrukpan waarin processen vrijkomen die in heel Europa gaande zijn. ,,Voor het buitenland is Nederland een geval van doorgeslagen tolerantie, maar ook een voorbeeld van een land waar het debat over moeilijke kwesties open wordt gevoerd. Vooral Duitsers en Engelsen zijn daar jaloers op.''

Is het beeld van Nederland voorgoed veranderd? ,,Ja, het beeld is dat ons land meer richting extreem-rechts aan het gaan is'', zegt Ayaan Hirsi Ali. ,,En sommige Amerikanen gaven mij het gevoel dat Nederland eindelijk wakker is geworden. Hoe wij onze tolerantie in praktijk vertalen, is vragen om desintegratie.'' Paul Scheffer denkt dat de moord op Fortuyn het beeld van Nederland in het buitenland al sterk had veranderd. ,,Met de moord op Van Gogh is dit onomkeerbaar geworden.''

Maar de anderen zijn hierover laconieker. Afshin Ellian: ,,Ik denk dat het voor de Fransen of de Belgen bijna een vorm van genoegdoening is om te zeggen: kijk, er zijn nog ergere landen dan wij, een begrijpelijke psychologische reactie. Terwijl dat helemaal niet waar is: Frankrijk heeft een explosieve situatie, België heeft Filip De Winter die racistische uitspraken doet.'' Geert Mak: ,,Men is wel geschokt en verbaasd over de merkwaardige wending die het land heeft genomen. Maar ik denk dat buitenlanders gewoon met dezelfde interesse naar ons kijken als in de jaren '60, of toen we aankwamen met ons poldermodel. Maar nu denk ik dat dat vrijzinnige jaren-'60-imago van ons land voorgoed voorbij is.''

De huidige rust in Nederland kan volgens het Amerikaanse The New Republic van 21 februari niet duren. Het blad voert een nogal sombere Abdou Menebhi op, directeur van de Unie Marokkaanse Moskeeën in Amsterdam en Omstreken, die spreekt van een ,,provisional calm''. En in The Economist zegt burgemeester Cohen deze maand iets soortgelijks: het is wachten op het volgende drama.

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 30009 TH Rotterdam