Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Tegen

Gemeenschapsgevoel is niet af te dwingen door wetten en instituties, zegt de filosoof Ad Verbrugge. Wie dat goed tot zich laat doordringen, komt tot een reeks argumenten om tegen de Europese grondwet te stemmen.

Onderstaande tekst is de weerslag van een interview met Verbrugge door redacteur Kees Versteegh. De citaten van Balkenende zijn ontleend aan het interview dat donderdag in NRC Handelsblad stond.

Verbrugge is universitair hoofddocent sociale en culturele wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij publiceerde onder andere over Aristoteles, Hegel, Kierkegaard, Heidegger en maatschappelijke thema's als zinloos geweld. Onlangs verscheen van zijn hand de bundel `Tijd van Onbehagen - filosofische essays over een cultuur op drift'.

Een (nieuwe) opstand der burgers dreigt

,,Europa bevindt zich in een pre-Fortuyn stadium. Onder burgers groeit het onbehaaglijke gevoel dat ze met de Europese Unie in een voortdenderende machine zitten die ook nog eens wordt bestuurd door mensen in wie zij zich niet herkennen. Die bestuurders stellen bovendien dat er geen weg terug is, terwijl de bevolking is gevraagd of we deze weg wel in moeten slaan. De Europese Unie is door een soortgelijke politieke correctheid omgeven als tot voor kort de multiculturele samenleving.

De Unie heeft inmiddels een taboe-karakter gekregen. We worden bang gemaakt voor het ongewisse buiten de bestaande orde, men zinspeelt op het risico van uitstoting en verderf en op wraakacties van leden van de groep: men zal onze diploma's niet meer accepteren, onze bedrijven krijgen elders geen voet meer aan de grond enz. Ondertussen grijpt Europa met zijn regelgeving steeds dieper in het maatschappelijk leven in, terwijl datzelfde Europa steeds minder duidelijk weet te maken wat het gemeenschappelijk goed is dat daarmee wordt gediend. Goed bestuur vereist binding met de mensen die je bestuurt en de ervaring van een gemeenschappelijk goed, of het nu om een bedrijf gaat of om een staat.

Hoeveel controlemechanismen er ook worden uitgedacht, Europees bestuur kan uiteindelijk niet democratisch worden, omdat de saamhorigheid van een demos (volk) ontbreekt. In plaats daarvan komen er belangengroepen, lobbyorganisaties, nationale en regionale afvaardigingen, zogenaamde `objectieve' deskundigen en hun organisaties. Daarin ligt voortdurend het gevaar op de loer van vervreemding, maar ook van corruptie en vriendjespolitiek. Dat kan op den duur niet zonder gevolgen blijven.

Een opstand der burgers kan zich op verschillende momenten manifesteren. Bij een ingrijpende economische crisis kan er bijvoorbeeld spontaan verzet komen tegen de financiële afdrachten aan Europa (`We willen vangen' is een kreet die je nu al steeds vaker hoort) of tegen allerlei goedkope arbeidskrachten uit Oost-Europese landen. We hebben onlangs gezien hoe de Fransen te hoop liepen tegen de Dienstenrichtlijn. Het past bij het beeld dat ook uit tal van enquêtes in lidstaten over de Europese Unie naar voren komt. Daaruit blijkt dat de Europese samenwerking door burgers voornamelijk wordt gezien als een project dat primair het eigenbelang dient, ter vergroting van de eigen welvaart. Oost-Europese collega's zeggen me dat openlijk. De solidariteit tussen burgers in Europa is, als het erop aankomt, heel dun, zeker in een uitgebreide Europese Unie. Ik prefereer daarom een lossere vorm van samenwerking binnen Europa, juist om een verwijdering tussen bestuur en cultuurgemeenschappen tegen te gaan.

Waartoe een dergelijke verwijdering kan leiden, bleek in Nederland al aan het einde van de paarse regeerperiode in 2002. De Europese Unie is een stap op weg naar verdere integratie, terwijl eigenlijk de voortdenderende machine een halt toegeroepen moet worden.

Balkenende zei over dit thema: Ik begrijp best dat voor sommigen Europa te abstract is, maar is het dan terecht om maar negatief tegenover Europa te gaan staan?

Europese Unie is in deze vorm niet nodig

Oorlog: ,,Het feit dat we in de tweede helft van de twintigste eeuw geen oorlog hebben gekend tussen lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap, geeft al aan dat we daar geen Politieke Unie voor nodig hadden. Er zijn heus andere mogelijkheden van goede samenwerking en nabuurschap. Je hoeft daarvoor niet per se een aanzienlijk deel van je soevereiniteit over te dragen aan het instituut Europa. Moeten we anders soms vrezen voor een oorlog met buurlanden van de Unie? Het recente gebruik van het oorlogsargument wijst op het bovengenoemde taboe-karakter van de Unie. Minister Donner hield ons met verwijzing naar Joegoslavië de keuze voor: het is óf de Unie óf een kans op oorlog. Dit is in feite populisme, dat de discussie vertroebelt.

Niet langer vormen vrijheid en gemeenschapsgevoel het motief om ons tot de Europese Unie te bekennen, maar wantrouwen, angst en eigenbelang. Het onverstandige aan Donners vergelijking is bovendien dat uitgerekend de oorlog in Joegoslavië een voorbeeld is van een conflict waarin verschillende cultuurgemeenschappen zich niet langer meer herkennen in de overkoepelende institutionele eenheid waardoor ze bestuurd worden. Het overgrote deel van de oorlogen die we de laatste decennia hebben meegemaakt, waren juist burgeroorlogen. Gemeenschapsgevoel is niet af te dwingen door wetten en instituties, leerde Aristoteles ons al. Mijn centrale punt is dat de huidige en voorgestelde institutionele kaders van Europa niet stroken met wat er op dit moment cultureel bezien mogelijk en wenselijk is. Misschien in de toekomst wel wie zal het zeggen –, maar nu niet. En precies dat veroorzaakt op termijn spanningen tussen groepen. Daarom vind ik het huidige Europese project onverantwoord, zowel qua inhoud als gezien de omvang van de Unie.''

Welvaart: ,,Er zijn veel welvarende Europese staten die voor hun rijkdom de EU niet nodig hebben, zoals Noorwegen en Zwitserland, of buiten de eurozone staan, zoals het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Een aanzienlijk deel van onze welvaart is niet te danken aan de Europese Unie, maar eerder aan de zich snel ontwikkelende wereldmarkt, waarin Amerika nog steeds een sleutelrol vervult.

Het proces van globalisering zoals zich dat de laatste decennia heeft voltrokken, heeft bovendien het denken in grote regionale machtsblokken ondermijnd. Dat model is achterhaald. Nationale staten als India en China worden inmiddels als bedreiging gezien, niet de ASEAN. Ook een succesvolle economie als die van Singapore had echt geen Aziatische Unie nodig om zich te ontwikkelen.

De investeringsstromen, maar ook research en development, krijgen een mondiaal karakter. Dan kun je je afvragen of het voor Europa wel voordelig is om zich als zelfstandig blok te definiëren, met alle gedetailleerde en uniformerende regelgeving daarbinnen. Globalisering vraagt juist om wendbaarheid en snelheid, om te kunnen inspelen op snel veranderende situaties in een bepaald gebied. Dan is het geen voordeel voor lidstaten om aan een blok met uniforme regelgeving vast te zitten. Voor een echt flexibile unie zijn de geografische en sociaal-culturele situaties in de lidstaten te verschillend. Zo is de huidige milieurichtlijn een typisch voorbeeld van uniformering die wel voorbij moet gaan aan de Nederlandse situatie. Als kleine bestuurlijke eenheid die in hoge mate autonoom is, kun je veel beter inspelen op veranderingen en problemen zoals ook Auke Leen betoogde in navolging van de conservatieve filosoof Hayek (Opinie & Debat, 16 april). Dat is een groot voordeel boven een log blok in die geglobaliseerde markt. Uit studies naar de Nederlandse economie is bovendien gebleken dat de Europese regelgeving het vestigingsklimaat in Nederland nadelig heeft beïnvloed. Hoe dan ook, economie kan en mag niet los worden gezien van het karakter van een cultuur dat gebeurt nu veel te veel.''

Terrorismebestrijding: ,,Als er ergens een objectieve noodzaak gevoeld moet worden tot Europese samenwerking, is het daar. Dat het terrorisme nu zo naar voren wordt geschoven als argument voor de Unie, hangt weer samen met het genoemde taboe-argument: zonder Europa breekt de pleuris uit. Terrorisme is evenwel geen probleem dat tot Europa beperkt blijft en vraagt juist om mondiale samenwerking. Bovendien werkt Europa zichzelf op dit punt ook tegen. Door het vrije verkeer van personen, goederen en diensten is ook de vrijheid voor terroristen en georganiseerde misdaad enorm toegenomen. Niets voor niets zie je toch hier en daar weer controles terugkeren, en douanepostjes. Die grenzen hebben dus wel degelijk zin. Smokkel, het verhandelen van porno, drugs, wapens en zelfs kinderen is veel gemakkelijker geworden. Dat probleem wordt alleen maar groter bij uitbreiding van de Unie.''

Tegenwicht tegen de VS: ,,Daar zal het niet zo snel van komen. Om als tegenwicht echt iets voor te stellen, moet Europa zich als saamhorige eenheid manifesteren. Tot nog toe zag je binnen Europa juist een sterke verdeeldheid als het erom ging een antwoord op een Amerikaans optreden te formuleren, zoals in Irak. De oorlog op de Balkan veroorzaakte eerder een verlammende verdeeldheid binnen Europa, die terug te voeren was op oude historische banden van sommige lidstaten, zoals Duitsland met Kroatië. Ook is de relatie van Engeland en Nederland met de VS weer heel anders dan die van Frankrijk. Bovendien heeft Europa duidelijk geen ambitie om een militaire macht van betekenis te worden. De uitgaven voor defensie steken schril af bij die van Amerika.''

Milieuvervuiling gezamenlijk bestrijden: ,,Daarvoor alleen heb je geen Unie nodig. Dat kan ook via verdragen en eventueel een gezamenlijk milieufonds. Je zou het milieubeleid zelfs vanuit het schadebeginsel kunnen opbouwen: wij ondervinden schade van wat jullie in de rivier lozen.''

Balkenende zei over dit thema: Ik was vorig jaar in Normandië bij de herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog. Als je daar bent, dan besef je pas welk groot goed het is dat Europa zo lang zonder oorlog heeft gezeten.

Europa holt de solidariteit uit

De laatste eeuw hebben wij in West-Europa de solidariteit tussen burgers via de nationale staat, later de verzorgingsstaat, georganiseerd. De burger voelde zich ermee verbonden, en zijn emancipatie als vrije burger ging gepaard met een zeker sociaal en nationaal bewustzijn. Dat zag je bij het socialisme, maar ook bij een emancipatiepartij als de ARP. Er groeide een vanzelfsprekendheid dat je mensen in arme streken van jouw land hielp.

Het was dan ook de staat die de onderlinge solidariteit van burgers via het belastingstelsel en andere wetgeving organiseerde. Als die natiestaat mede door een steeds dieper ingrijpen van Europa op de achtergrond raakt wat bijvoorbeeld ook al is gebeurd door de gedwongen privatisering van nutsbedrijven dan komt uiteindelijk ook de nationale verzorgingsstaat onder druk te staan. Er komt echter geen andere, vanzelfsprekende Europese solidariteit voor in de plaats. Sterker nog, de dynamiek van de vrije, open Europese markt leidt juist tot een extra belasting van de nationale verzorgingsstaat.

Het is kortzichtig om te stellen dat Europa het sociale stelsel van landen ongemoeid laat, terwijl datzelfde Europa een interne open markt voorstaat. Die twee gedachten staan op gespannen voet met elkaar. De dienstenrichtlijn van Bolkestein ligt geheel in het verlengde van het concept van Europees burgerschap het grondartikel van de Europese Grondwet.

Laat ik vooropstellen dat ik evenmin een aanhanger ben van de wijze waarop onze verzorgingsstaat momenteel is ingericht. Het is onverteerbaar dat sectoren als de ouderenzorg met arbeidstekorten kampen en mensen uit allerlei landen hier laaggeschoold werk komen verrichten, terwijl wijzelf daarvoor de mensen hebben, die daar echter geen zin in hebben en dus een uitkering genieten. Het gaat nog verder: Polen en andere Oost-Europeanen kunnen Turken, Marokkanen en veelal laaggeschoolde autochtonen van de arbeidsmarkt wegconcurreren. Dat vergroot de werkloosheid van die laatste groep hier, en zet op termijn de betaalbaarheid van sociale voorzieningen onder druk zeker in tijden van vergrijzing.

Het is kwalijk wanneer mensen van elders hier werk kunnen komen doen onder de reële minimumprijs die daar in Nederland voor staat en die nu juist verband houden met afdrachten aan het sociale stelsel, kosten voor levensonderhoud enz. We moeten dergelijk werk berschermen, want de vraag naar laaggeschoolde arbeid is sowieso een probleem van de toekomst. Al deze effecten vergroten de last van de verzorgingsstaat, en verkleinen de bewegingsruimte voor staten om zelf orde op zaken te stellen en de solidariteit betaalbaar te houden.''

Balkenende zei over dit thema: Ik heb vorig jaar het initiatief genomen tot een serie conferenties met vooraanstaande politici en wetenschappers over de vraag: wat kan ons binden in Europa?

De Europese burger bestaat niet

,,Het Europese burgerschap zoals dat in het Europees Grondwettelijk Verdrag is geformuleerd, is veel te mager voor werkelijke saamhorigheid. Het is vooral een juridisch-economische categorie. Heel veel mensen voelen zich geen Europees burger, maar in de eerste plaats Nederlander, Duitser of Fransman.

Het interessante van burgerschap tijdens bijvoorbeeld de Franse revolutie was dat het niet alleen een recht op vrijheid gaf, maar ook de broederschap uitdrukte binnen de context van de nationale staat. Het burgerschap was een culturele categorie, waarbij je je verantwoordelijk moest voelen voor het algemeen belang. Dat is het wezen van democratie. Die betrokkenheid ontbreekt nu ten enenmale, er is te weinig bezieling voor Europa als gemeenschap. Dat gebrek wordt pijnlijk zichtbaar nu juist de interesse voor het nationale burgerschap toeneemt. In de huidige discussies over integratie gaat het er helemaal niet om of je een goede Europeaan wordt (wat zou dat moeten zijn?) maar of je een goede Nederlander wordt. Kennelijk voelt iedereen het als groot probleem dat er niet voldoende nationale solidariteit meer is. Hoe je hier in Nederland samenleeft en verantwoordelijkheid neemt, welke taal en geschiedenis daarbij hoort. De enige mensen die werkelijk in de buurt komen van het idee `Europeaan', zijn wat Samuel Huntington de `Davos-mensen' noemt: het slag mensen dat jaarlijks naar dat World Economic Forum in Davos gaat en soortgelijke bijeenkomsten. Dat type mens is internationaal, zijn leefwereld is internationaal. Mensen aan universiteiten, aan de top van het bedrijfsleven, mensen die belangen hebben in Brussel, die leven in zo'n soort milieu, met eigen mores, met eigen tijdverdrijf, met een eigen manier van spreken. De gewone burger heeft doorgaans een veel homogenere leefwereld en heeft weinig voeling met die sfeer.''

Balkenende zei over dit thema: Ik vind het fantastisch hoe jongeren tegenwoordig naar het buitenland gaan voor studies, stages, noem maar op.

Ideologie van Europa verwant met communisme

,,Ik wil niet beweren dat we in een communistische wereld leven. Wat ik bedoel is dat de rationalisering achter de Europese eenheid niet gedragen wordt door de burger.

Zowel de huidige inrichting van Europa als het communisme zijn vormen van institutionele eenheid op basis van rationalisatie, met bovendien een sterk economisch fundament. De strakke regeling van het economisch verkeer, de verdeling van productiemiddelen en kapitaal, in de toenmalige Sovjet-Unie was allereerst bedoeld om een ideologisch gemotiveerde eenheid te creëeren. Die regeling greep diep in in het leven van gemeenschappen en burgers en stond haaks op hun culturele tradities.

In de Europese ordening neemt de economie ook een centrale plaats in. De opgelegde ideologie van vrij verkeer van personen, kapitaal en goederen grijpt even diep in, zoals de felle discussies over de Dienstenrichtlijn laten zien. De uniformering van Europa, denk ook aan de Europese ombouw van ons eigen systeem van hoger onderwijs, is voor het grootste deel economisch gemotiveerd.

Deze sturing doet de nationale en culturele eenheid van mensen geweld aan, zoals ook het communisme deed. De grondregels voor economisch verkeer binnen een gemeenschap worden niet meer bepaald door een nationale instantie, maar door een supranationale instelling. En zoals zelfs onze eigen minister-president donderdag nog betoogde in deze krant, wordt de huidige inrichting van Europa gepresenteerd als een logisch noodzakelijke ontwikkeling van de geschiedenis die ons heil zal brengen. Datzelfde beweerde het communisme. Het is een ideologische benadering van de geschiedenis.

Ondertussen worden met de neoliberale reorganisatie van talloze instituties in combinatie met Europese uniformering vele waardevolle praktijken ondermijnd. Praktijken en gebruiken, met een ouderwetse term de zeden en gewoonten van een land, vormen nu juist het weefsel van een samenleving die voor een zekere continuïteit en saamhorigheid zorgen.Neem ons hoger onderwijs: de meeste hoogleraren gaan er vanuit dat de bama (de Bachelor's/Master's structuur) leidt tot verslechtering van hun academische opleiding. Zo gaat het steeds met Europa: het breekt op grond van een economische rationalisatie van buiten af gemeenschappen open die nodig zijn voor het creëren van een eigen cultuur en voor de ontwikkeling van eigen deugden, zoals Aristoteles al zei. Het is de vraag of dat op termijn zelfs die economie werkelijk ten goede zal komen.''

Balkenende zei over dit thema: Als je je realiseert wat er allemaal aan succesvolle maatregelen is genomen, dan ga dat toch niet allemaal terugdraaien zoals de tegenstanders? Dan draai je het rad van de geschiedenis terug.

Minder macht is beter voor Europa

,,Ik ben er niet voor dat Nederland uit Europa stapt, omdat we nu eenmaal een samenwerkingsverband nodig hebben. Maar een aanzienlijke reductie van de invloedssfeer, de omvang van het budget en het ambtelijk apparaat is noodzakelijk. Daar zorgt deze Grondwet niet voor. Ik hoop dan ook dat Europa in de toekomst een ander model van samenwerking kiest dan nu in de Grondwet wordt beoogd, want die is gemodelleerd naar een quasi-staat, terwijl noch de staten noch de bevolking dat werkelijk willen.

Een negatieve uitslag van het referendum in bijvoorbeeld Nederland, Frankrijk en Engeland zou duidelijk maken dat de koers die de afgelopen 15 jaar is ingeslagen, niet door de bevolking wordt gedeeld. Het gaat natuurlijk niet alleen om die Grondwet, maar om de vorm die Europa als instituut begint aan te nemen. Ik ben tegen het juridisch concept van de Europese burger zolang daar geen werkelijk gevoelde solidariteit aan ten grondslag ligt. Bij een losser verband zullen er minder spanningen optreden en is uitbreiding ook niet zo'n probleem.

Een andere organisatie zal met name voor de Europese Commissie aanzienlijk minder taken betekenen, want die is nu bijna overal mee bezig. Een Europese Raad van regeringsleiders en ministers is prima. Over heel de breedte zal de reflex moeten worden teruggedrongen om alles in uniforme wet- en regelgeving vast te leggen. De ministers zullen veel consequenter moeten kijken of gemeenschappelijke actie ook anders, minder institutioneel en juridisch georganiseerd kan worden. Ik wil wel een Europees Parlement met echte bevoegheden, maar ook dat moet zich beperken tot minder terreinen. Er zouden hoe dan ook nationale parlementariërs in moeten zitten met een `dubbelmandaat', die zich alleen bezighouden met onderwerpen die werkelijk op Europees niveau spelen. En omdat recht altijd samenhangt met cultuur en daarmee politiek van aard is, zou ook het Europees Hof van Justitie precies voorzover dat onvoldoende cultureel geworteld is, wat mij betreft kunnen worden afgeschaft. De soevereiniteit moet primair bij de staten blijven liggen.''

Balkenende zei over dit thema: Je moet wel een bestuurlijk apparaat hebben dat is toegesneden op al die taken (asiel, defensie, terrorisme). De Europese Grondwet biedt dat apparaat.

www.nrc.nlBalkenende of Verbrugge? Discussieer mee op weblog Europa