Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Wetenschap

Samen alleen

Geliefden die elkaar langer dan twee jaar kennen gaan steeds minder goed aanvoelen wat de ander denkt. Dat kan goed zijn voor hun relatie.

SOMMIGE MENSEN zijn beter in gedachtenlezen dan anderen. Maar alle stereotiepe ideeën over vrouwelijke intuïtie ten spijt blijken vrouwen het niet beter te kunnen dan mannen. Mensen zijn beter in het aanvoelen wat een vriend denkt dan wat een vreemde denkt. Alleen, als het gaat om degene met wie ze getrouwd zijn, dan worden ze na twee jaar huwelijk juist slechter. Maar dat kan in sommige gevallen wel weer goed zijn voor hun relatie.

Sociaal psycholoog William Ickes van de Universiteit van Texas in Arlington was vorige week in Amsterdam om zestien jaar onderzoek naar alledaagse vormen van gedachtenlezen te presenteren aan Nederlandse studenten en onderzoekers. Alledaags gedachtenlezen, zo noemt hij het als hij voor leken praat of schrijft, zoals in zijn populair-wetenschappelijke boek Everyday Mind Reading (2003). In zijn wetenschappelijke artikelen heet het `empathic accuracy', empathische nauwkeurigheid. ``Het is de vaardigheid om de specifieke inhoud te raden, te begrijpen, van wat iemand voelt of denkt'', zegt hij met zijn Texaanse cowboy-accent. ``Het is een klein, gestaag groeiend onderzoeksgebied. Er zijn nu in totaal zo'n honderd wetenschappelijke artikelen over gepubliceerd.''

Het begrip empathie zelf bestaat ook nog niet zo lang, vertelt hij. ``Ik dacht dat het wel een van de oude dode Grieken zou zijn, die daar voor het eerst mee was gekomen. Maar het begrip blijkt rond 1900 bedacht te zijn, door Theodore Lipps, een Duitse filosoof. Hij gebruikte het voor lezers die zichzelf helemaal in een roman projecteren, alsof ze zich in die wereld bevinden, zodat ze de hoofdpersonen kunnen begrijpen. Freud heeft de term overgenomen omdat die handig bleek bij therapie, en daarna zijn ook andere psychologen hem gaan gebruiken.'' Empathie is het begrijpen, aanvoelen wat iemand voelt of denkt; ben je daar correct in, dan is er sprake van `empathic accuracy', of gedachtenlezen. Met telepathie of buitenzintuiglijke waarneming heeft dit overigens niets te maken. Mensen zijn van nature geneigd om elkaars emoties, lichaamshouding en gedrag over te nemen, en als je iemand bijvoorbeeld een bepaalde beweging ziet uitvoeren, voel je die beweging zelf soms ook. Bij apen en mensen zijn bijvoorbeeld `mirror neurons' aangetoond, neuronen in de motorische cortex die al vuren wanneer iemand een ander een bepaalde beweging zien maken. Dergelijke biologische en neurologische processen liggen volgens Ickes ook ten grondslag aan invoelen wat iemand denkt. Maar daar richt zijn onderzoek zich niet direct op; Ickes is met name gericht op de omstandigheden waaronder het lukt.

rommelhok

Ickes is min of meer per toeval begonnen met zijn onderzoek naar dit onderwerp. Van 1975 tot 1985 deed hij onderzoek naar de manier waarop gesprekken en gedrag tussen twee mensen verlopen. Om die op een natuurlijke manier te kunnen bestuderen, had hij een speciale onderzoeksopzet gebouwd: in een kamer met één bank werden telkens twee proefpersonen tegelijk uitgenodigd, en terwijl ze zogenaamd zaten te wachten op `het echte onderzoek', werd hun interactie door de openstaande deur van een donker rommelhok aan de overkant van de gang gefilmd. Aanvankelijk was Ickes geïnteresseerd in de relatie tussen de karaktereigenschappen van de mensen en hun gedrag in de gesprekken, maar op een gegeven moment kwam hij op het idee dat hij de video-opnamen ook kon gebruiken voor onderzoek naar gedachtenlezen.

Hij liet de proefpersonen daartoe elk apart de gefilmde gesprekken zien, en vroeg hun om de band telkens stop te zetten bij alle momenten dat ze een specifieke gedachte of gevoel hadden gehad en die op te schrijven. Ook vroeg hij hen op te schrijven wat ze dachten dat de ander had gedacht of gevoeld op bepaalde momenten tijdens het gesprek. De lijst echte gedachten van een proefpersoon legde hij, met de `geraden' gedachten ernaast, voor aan een groep beoordelaars, die er een score van 0 (klopt helemaal niet), 1 (lijkt erop, maar is niet precies hetzelfde) of 2 (klopt) aan toekenden. Daaruit kon hij tenslotte `empathic accuracy'-percentages berekenen, die aangeven in hoeveel procent van de gevallen iemand goed zit.

In de praktijk liggen die tussen nul en zestig procent. ``In bijna elk onderzoek zitten er wel een paar mensen bij die dichtbij de nul scoren'', zegt Ickes. ``De bovenste veertig procent vinden we eigenlijk nooit. Dat ontkracht wel een beetje het idee dat er empathische supersterren zouden bestaan – hoewel ik erbij moet zeggen dat we nog geen professionele gedachtenlezers in ons laboratorium hebben gehad.'' Uit de manier waarop hij die woorden uitspreekt, blijkt wel dat hij de kans klein acht dat hij een dergelijk talent ooit zal vinden. Maar het is wel zo, zegt hij, dat sommige mensen beter zijn dan anderen: sommige mensen raden de gedachten van allerlei andere mensen consequent redelijk goed, anderen doen het consequent slecht.

motiveren

Het stereotiepe beeld van de vrouwelijke intuïtie wordt niet bevestigd in zijn onderzoek, vertelt Ickes. ``Vrouwen zijn niet beter of slechter dan mannen. Je kunt ze wel gemakkelijker tot goed gedachtenlezen motiveren dan mannen: als je tegen vrouwen zegt dat ze er in het algemeen beter in zijn om aan te voelen wat iemand denkt, gaan ze het inderdaad ook beter doen. Mannen zijn overigens ook te motiveren, al moesten we bij hen wat langer zoeken naar een manier om dat te doen. Uiteindelijk bleek dat mannen beter gaan presteren als je ze voor hun goede antwoorden betaalt.''

Deze resultaten lijken erop te wijzen dat gedachtenlezen meer een kwestie is van je best doen, dan van `je kunt het of je kunt het niet'. Weliswaar kunnen mensen er door training beter in worden, blijkt uit onderzoek van Ickes, maar ook dat zou kunnen komen doordat ze het dan leuker gaan vinden om goed te raden. ``Als je mensen eerst laat raden wat een ander denkt en het ze vervolgens vertelt, blijkt dat ze beter gaan presteren'', zegt hij, ``ook als ze daarna de gedachten van nog iemand anders moeten lezen. Maar ook daarvan kunnen we eigenlijk nog niet precies zeggen of dat dan aan een toename in vaardigheid ligt, of een toename in motivatie.''

Waarschijnlijk spelen beide aspecten, kunnen én willen, een rol. Mensen doen het zo'n vijftig procent beter als ze de gedachten raden van hun vrienden dan van vreemden. Dat is ook logisch: ze hebben dan meer informatie om de gaten in te vullen – ze kunnen het dus beter. Maar aan de andere kant, als je kijkt naar huwelijkspartners, blijken die na twee jaar minder goed te worden in het raden wat de ander denkt. En dat heeft met motivatie te maken, vindt Ickes: ``Mensen die langer getrouwd zijn, leven in verschillende werelden. Zelfs als ze samen zijn, denken ze niet aan dezelfde dingen.''

De beste prestaties in gedachtenlezen leveren geliefden in de eerste twee jaar van hun samenzijn, daarna neemt het geleidelijk af. Toevallig is dat ongeveer in dezelfde periode dat ook de tevredenheid met het huwelijk begint af te nemen, zo blijkt uit onderzoek van andere psychologen. Maar dat is volgens Ickes écht toevallig, want gedachtenlezen is niet altijd goed voor relaties, zegt hij. ``Als je partner dingen denkt die bedreigend zijn voor de relatie is het niet zo fijn om die goed te kunnen raden. Dan blijken mensen zich juist minder close, minder intiem met elkaar te voelen naarmate ze elkaars gedachten beter kunnen raden. Als ze dingen denken die goed zijn voor de relatie, helpt gedachtenlezen wel.''

Ickes vertelt over een onderzoek waarbij studenten in het bijzijn van hun partner foto's moesten beoordelen van meer en minder aantrekkelijke `medestudenten' (op de helft van de foto's stonden in werkelijkheid fotomodellen) met wie ze zogenaamd later nog eens zouden uitgaan, in het kader van een dating-onderzoek. Vervolgens werd aan de partners gevraagd de gedachten van hun foto-beoordelende vriendje of vriendinnetje te raden. ``Die hadden daar absoluut geen zin in! Iedereen zat er behoorlijk naast, maar degenen die zich het meest bedreigd voelden, scoorden maximaal zelfs maar vijf procent.''

En de studenten moesten zich in bochten wringen om het fout te hebben, want ze hadden er immers bijgezeten terwijl hun partner zijn mening over de mensen op de foto's uitsprak. ``Ze hadden er echt hun methoden voor, ze zeiden bijvoorbeeld: `okee, hij gaf haar dan wel een negen, maar ik weet gewoon dat dit niet het soort vrouw is waar hij op valt'. Of: `we weten allebei dat ze eruitziet als een ordinaire del'. Zo elimineer je tegelijkertijd de bedreiging én de nauwkeurigheid van het gedachtenlezen. Want zo'n jongen dacht in feite dingen als: `wauw, wat een ontzettend lekker ding, daar zou ik weleens een uurtje mee door willen brengen!'''

Het mag dan ontkenning zijn als je dat niet wilt weten, je kop in het zand steken, Ickes vindt dat daar niet zoveel mis mee is. ``Het is een effectieve strategie. We hebben die mensen na vier maanden nog eens opgebeld, en degenen die het slechtst hadden gescoord, waren vrijwel allemaal nog bij elkaar. Van de stellen die relatief goed waren geweest in gedachtenlezen, was zo'n dertig procent uit elkaar – dat is een normaal percentage bij studenten. En weet je, je hebt realiteit en realiteit. Er zijn ook mensen die extreem waakzaam zijn, altijd op hun hoede dat hun partner misschien dingen denkt die ze niet zo prettig zouden vinden als ze ze wisten – is dat dan realiteit? Dat is pas slecht voor een relatie.'' Ook dat heeft hij onderzocht: mensen die wantrouwend in een relatie staan, kunnen inderdaad goed gedachtenlezen, maar ze voelen zich minder intiem met hun partner en hun relaties gaan sneller uit.

onbewust

In elke relatie, zegt Ickes, heeft een van de partners bijvoorbeeld weleens voorbijgaande gevoelens voor iemand anders. ``Je kunt ervoor kiezen om daar niet over na te denken. In de meest succesvolle relaties weten partners wanneer ze wel in elkaars hoofd moeten kijken en wanneer ze elkaar met rust moeten laten.'' Het probleem daarbij is natuurlijk dat je wel héél goed gedachten moet kunnen lezen om te weten of een relatiebedreigende gedachte van je partner van voorbijgaande aard is, of dat je die serieus moet nemen. Je moet bedreigende gedachten van de ander kennelijk even snel, misschien wel onbewust, lezen, voordat je eventueel allerlei ontkennings- en verdedigingsmechanismen in werking stelt die ervoor zorgen dat je niet meer begrijpt wat de ander denkt. Dat goed kunnen is waarschijnlijk het ultieme gedachtenlezen.

Want goed gedachtenlezen is ook wel degelijk een belangrijke relationele vaardigheid. Een paar jaar geleden toonde Ickes al aan dat mannen die hun vrouw mishandelen, haar gedachten vaak helemaal verkeerd lezen – ze schrijven allerlei onjuiste, uiterst kritische gedachten aan haar toe. En recentelijk bleek uit een onderzoek dat negenjarige kinderen al gedachten kunnen lezen,en dat degenen die daar het minst goed in zijn, minder vrienden hebben, vaker gepest worden en vaker depressief zijn. ``Je vindt natuurlijk altijd je laatste onderzoek het meest interessant'', zegt Ickes, ``maar deze onderzoekslijn is wel heel veelbelovend.''