Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Overal een Van den Ende-musical

Joop van den Ende wil musicalmarktleider van Europa worden. In drie landen is hij dat al, vertelt hij in Berlijn, waar de 3 Musketiere deze maand in première ging.

Joop van den Ende heeft negen theaters in Duitsland, en kondigt komende maand aan dat zijn tiende in München komt te staan. Hij heeft er drie in Berlijn, drie in Hamburg, twee in Stuttgart en een in Essen. Ze vertonen internationale kassuccessen als Mamma Mia!, Aida en The Lion King, waarvan zijn theaterbedrijf Stage Holding de Europese rechten exploiteert. Maar in het fameuze Theater des Westens in Berlijn, het vlaggenschip van de Duitse activiteiten, is deze maand 3 Musketiere in première gegaan – en die is geheel van eigen makelij.

Op de première-avond stapte de burgemeester van Berlijn opgetogen op Joop van den Ende af. ,,Dit is de enige keer dat ze mij, als ik in een theater kom, niet om geld vragen,'' zei hij. In de lounge van het somptueuze Adlon Hotel, zijn vaste logeeradres in Berlijn, citeert Van den Ende 's mans woorden met een tevreden grijns.

Toen hij drie jaar geleden het reusachtige Theater des Westens kocht, zat daar weinig loop meer in. De in 1895 gebouwde schouwburg werd bespeeld door een gezelschap dat 10 miljoen euro subsidie per jaar ontving, maar weinig publiek meer trok. Voor de in financiële moeilijkheden verkerende stad kwam de Nederlandse belangstelling dan ook als geroepen. Stage Holding kocht het gebouw en investeerde enkele miljoenen in de restauratie van de neo-barokke grandeur.

Na een aarzelende aanloop met Les Miserables – elders toch een bewezen succes – hoopt Van den Ende dat 3 Musketiere de zaal (1600 stoelen) minstens een jaar lang gaat vullen. ,,Als we elke avond genoeg kaarten verkopen,'' zegt hij, ,,kunnen we na een jaar uit de kosten zijn.'' Het is de Duitstalige versie van de door Van den Ende zelf ontwikkelde musical 3 Musketiers, naar het avonturenverhaal van Alexandre Dumas, die in 2003 maandenlang in het Luxor-theater in Rotterdam stond. Maar er is in veel aan veranderd: ,,Ik wist destijds zelf dat we nog niet klaar waren. Het verhaal was nog niet helder genoeg.'' André Breedland maakte nieuwe scènes en schrapte andere, Rob en Ferdi Bolland schreven er nieuwe songs bij, en regisseur Paul Eenens zocht de Duitse acteurs bij elkaar. Uit de oorspronkelijke bezetting is alleen Pia Douwes als (Milady de Winter) overgebleven; zij is in het Duitse taalgebied allang een vedette van formaat. De nieuwe enscenering vergde een investering van tien miljoen euro.

De Duitse pers reageerde goeddeels gunstig. ,,Het stuk heeft alles wat een goede musical nodig heeft,'' schreef Die Welt, ,,en biedt ook een paar nummers die ronduit hitpotentie hebben.'' Uitgesproken negatief was alleen Der Tagesspiegel, die repte van ,,een aalglad spektakel, door amusementsverkopers in elkaar getimmerd met het oog op geschiktheid voor de massa.''

Een eigen productie als 3 Musketiere past voor Stage Holding, hoe dan ook, in de strategie om minder afhankelijk te worden van de import van hitmusicals uit Amerika en Engeland. Zelf hoopt Van den Ende de komende jaren veel meer tijd te besteden aan de ontwikkeling van scripts voor nieuwe musicals. Een andere manier is de aankoop van bestaande Duitstalige musicals die hij voor internationaal gebruik laat bewerken, zoals Elisabeth en het door Roman Polanski gemaakte Tanz der Vampire. Ook is hij betrokken bij Christina, een door het Abba-duo Benny Andersson en Björn Ulvaeus geschreven musical, die al twee jaar in Zweden heeft gedraaid en nu wordt klaargemaakt voor Amerikaanse consumptie.

Andersson en Ulvaeus, met wie Van den Ende goede contacten onderhoudt sinds hij het op de Abba-hits gebaseerde Mamma Mia! op het Europese vasteland exploiteert, hebben hem gevraagd co-producent te worden van de Amerikaanse versie van Christina. ,,Dat vind ik leuk genoeg om te doen,'' zegt hij. ,,Ik heb de Engelse vertaling gelezen en ja gezegd, op voorwaarde dat ik de Europese rechten krijg. In mei ga ik vijf dagen naar New York, waar ik dan betrokken ben bij de eind-casting voor een workshop-uitvoering. En daarna beginnen de voorstellingen in Minneapolis, of all places, met de bedoeling uiteindelijk naar Broadway te gaan.''

De dagen dat Joop van den Ende zijn uiterste best deed om ook in New York en Londen een groot musicalproducent te worden, zijn echter voorbij. ,,Dat gaat niet,'' verzucht hij. ,,Daar is de markt veel te chauvinistisch om jou als buitenlands producent te accepteren. En voor mij is het ook niet langer noodzakelijk om daar groot te worden. Ik heb voor mijn bedrijf een andere weg gekozen. Mijn doel is op dit gebied de marktleider op het Europese vasteland te worden. In drie landen ben ik dat trouwens al: in Nederland, Duitsland en Spanje. Ik heb de rechten op de musicals en ik heb de podia weer ze gespeeld kunnen worden.''

Stage Holding omvat nu 4500 medewerkers en achttien theaters, waaronder ook één in Moskou, Parijs en Milaan, die worden beschouwd als groeimarkten in het musicalgenre. De komende jaren komt daar nog minstens een handvol bij. ,,Neem Parijs, waar we volgend jaar beginnen in het Théâtre Mogador'', zegt Van Den Ende. ,,Daar moeten we drie, vier theaters hebben om een renderend kantoor te kunnen opzetten, waardoor je de kosten kunt spreiden. Toch bouwen we het voorzichtig op, al lijkt het voor de buitenwereld misschien dat we in een razend tempo groeien. Dit is een winstgevende onderneming, en dat wil ik graag zo houden.''