Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Olievoorraad is beperkt maar reserves blijven groeien

,,Voor ons spreekt het vanzelf dat bestaanszekerheid, economische groei en milieubescherming even belangrijk zijn. Het ene verwaarlozen ten koste van het andere is onverstandig.'' Claude Mandil, de Franse directeur van het Internationale Energie Agentschap IEA, spreekt duidelijke taal in een vraaggesprek met het Duitse opinieweekblad Die Zeit over de mondiale energievoorziening.

Ruiterlijk erkent hij dat hij en zijn collega's de scherpe stijging van de vraag naar olie niet hebben voorzien: ,,We hebben allemaal de groeidynamiek in China en India onderschat.'' De olieprijsstijging werd volgens Mandil nog verscherpt door het verschijnsel dat miljoenen particulieren in China en India kleine dieselgeneratoren aanschaften voor hun eigen elektriciteit omdat de publieke stroomvoorziening de vraag niet aan kon. Ook speculanten hebben de prijs opgedreven, in ieder geval voor een paar dollar. Maar, zegt Mandil, we moeten hun invloed niet te hoog aanslaan, want ,,speculanten kunnen wel prijstrends versterken, maar ze kunnen geen trend op gang brengen''.

Wat Mandil vooral zorgen baart, is dat de olievoorziening steeds grotere risico's loopt. Omdat de olie uit steeds minder landen afkomstig is wordt de kans op ongelukken op plekken als de Bosporus of de Straat van Malakka steeds groter, om maar te zwijgen van terreuraanvallen. Hij maakt zich niet veel zorgen over de reserves aan olie en aardgas. Die zijn er zijns inziens nog voldoende in het Midden-Oosten en in Siberië. ,,Er is geen gebrek aan bronnen, maar wel aan de politieke voorwaarden voor exploitatie.''

Maar de grootste uitdaging is volgens Mandil de verwarming van het klimaat door de uitstoot van kooldioxide door het gemotoriseerde verkeer. En daar is maar één oplossing voor volgens de IEA-directeur: ,,We zouden minder auto moeten rijden.'' En hoewel hij vindt dat Rusland zijn energiemarkt moet liberaliseren is zijn vertrouwen in marktvrijheid niet onbegrensd. Volgens hem is het de taak van de overheid om het autorijden te temperen door de milieunormen te handhaven en aan te scherpen.

Laat de overheid er in vredesnaam buiten, meent het Amerikaanse beursweekblad Barron's in een commentaar op de hoge prijzen voor olie en aardgas. Veel Amerikanen mogen dan wel denken dat het eind van de wereld nabij is omdat ze nog nooit zoveel aan de pomp hebben moeten betalen. Maar het is nog steeds zo dat ,,de rommelige, chaotische mechanismen van de markt die niemand kan voorspellen of controleren, de beste en meest efficiënte weg zijn naar zekerheid in de energievoorziening''.

Het blad erkent dat er problemen ontstaan als mocht blijken dat de olieproductie op een eind loopt. Het schat dat ,,de wereld twintig jaar nodig heeft voor het ontwikkelen van alternatieve bronnen''. En dat is geen taak van de overheid maar van de markten, preekt het blad.

Zo ver zal het voorlopig niet komen, denkt het Britse weekblad The Economist in het omslagverhaal over olie. Natuurlijk zijn de reserves niet onuitputtelijk, maar het is ook waar dat ze nog steeds groeien omdat technologische vernieuwing constant nieuwe reserves in beeld brengt. Dat gaat zo hard dat de reserves aan olie sneller groeien dan het verbruik. Tweederde van de bekende olievoorraden is nog niet aangesproken. Het wachten is op de technologische vernieuwing die een economische verantwoorde exploitatie mogelijk maakt.

Daar komt bij, schrijft het blad, dat als gevolg van politieke omstandigheden nog lang niet alle oliegebieden goed zijn onderzocht, zoals bijvoorbeeld in Rusland. Toen Rusland de poorten opende voor particuliere investeringen, moderne technologie en goede managers, schoot de olieproductie pijlsnel omhoog. Die stijging is achter de rug omdat de overheid de sector in de tang heeft genomen.

Ook in het Midden-Oosten zijn nog uitgestrekte gebieden die wachten op exploratie. Alleen al Irak heeft 130 plaatsen die in aanmerking komen voor exploratieboringen. Daar komt bij dat de exploratie veel meer kans op succes heeft dan vroeger. 25 jaar geleden was het bij één op de zes proefboringen raak. Nu heeft tweederde van dit soort boringen succes.

De reden waarom de huidige prijsstijgingen minder gevolgen hebben voor de wereldeconomie dan tijdens de oliecrises in de jaren zeventig van de vorige eeuw is dat de mondiale inflatie laag is gebleven en de vraag naar olie blijft stijgen, schrijft het blad op gezag van Kenneth Rogoff, voormalig topeconoom bij het Internationaal Monetair Fonds, thans hoogleraar in Harvard. Dat wil niet zeggen dat de Amerikanen zich geen zorgen hoeven te maken, vindt hij. Immers, Amerika is de grootste verbruiker van olie. Rogoff pleit daarom voor een Amerikaanse belasting op olieverbruik: ,,Of we verhogen zelf de olieprijs, of de OPEC(organisatie van olieproducerende landen) doet het.''

Het grootste verschil tussen de jaren zeventig en nu is de groei van de productiviteit in de VS, meent het Amerikaanse zakenblad BusinessWeek. De afgelopen drie jaar groeide de productiviteit ruim vier procent per jaar. Als de centrale bank, de Federal Reserve de rente verhoogt zal de groei van de productiviteit wat minder worden. Maar dat zal niet al te veel gevolgen hebben voor de economische groei, denkt het blad.