Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

Oase van optimisme in een woestijn van geweld

In het overwegend islamitische Kashmir heeft een hindoe een seculiere school geopend. ,,Hier zijn alleen dingen kapot gemaakt, wij willen iets opbouwen.''

Vijay Dhar zit tegenwoordig zelf achter het stuur van zijn witte Toyota Lancer, met naast hem één veiligheidsagent in burger met wapen tussen de benen. In het verleden verplaatste hij zich alleen onder zware bewaking van drie volgwagens met zwaarbewapende sikhs, maar dat trok te veel aandacht in Kashmir. Dhar is een hindoe, een telg uit een politiek geslacht met nauwe banden met de Indiase Congrespartij.

,,Maar ik ben op de eerste plaats een Kashmiri. Ik zit niet meer in de politiek. Ik ben niet interessant voor militanten'', zegt hij terwijl hij de auto langs de zoveelste wegversperring stuurt. Zijn vader was minister onder premier Indira Gandhi, hijzelf was vier jaar lang vertrouweling van haar zoon Rajiv.

Na een rit van twintig minuten stopt de Toyota bij een enorme school. Het gebouw van rode bakstenen ligt tegen de uitlopers van de Himalaya aan, net buiten Srinagar. Boven de ingang prijkt prominent een bord: `Geen wapens en munitie voorbij dit punt'. De veiligheidsman blijft in de auto.

In Kashmir waar de afgelopen vijftien jaar veel schoolgebouwen door moslimseparatisten zijn platgebrand, om plaats te maken voor zo'n achthonderd madrassa's (islamitische scholen), lijkt de 64-jarige Dhar met vuur te spelen. Samen met zijn vrouw is hij sinds 2001 bezig met de bouw van een nieuwe, particuliere en seculiere school in Srinagar, de zomerhoofdstad van de deelstaat.

,,In Kashmir zijn alleen maar dingen kapot gemaakt, wij willen iets opbouwen. Er is jarenlang niet meer in onderwijs geïnvesteerd. Wij hebben hier meer analfabeten dan in Bihar (een van de armste deelstaten van India). Met behulp van geld uit Pakistan zijn er honderden madrassa's opgezet waar vooral de koran wordt onderwezen'', zegt Dhar terwijl hij naar zijn kantoor loopt.

De kleuter- en de lagere school zijn inmiddels open. Nog in aanbouw is de vleugel voor het middelbaar onderwijs. Tijdens de eerste weken op school, zo herinnert Dhar zich, was het elke dag druk in de ziekboeg. Links en rechts vielen leerlingen flauw, zo'n twintig per dag. ,,Veel kinderen waren niet meer gewend om naar buiten te gaan, actief te zijn. De angst voor aanslagen hield ze binnenshuis.''

De school heet Delhi Public School. Een opmerkelijke maar bewuste naamkeuze. Het kostte Dhar een jaar om Delhi Public School, een keten van gerenommeerde privé-scholen in India, te overtuigen dat zijn school in Srinagar ook onder hun vlag moest gaan opereren. ,,Het is voor mij belangrijk dat de kinderen hier de naam Delhi ook leren associëren met positieve zaken en niet alleen met bezetters en het buitenland India. Ook daarom wilde ik graag samenwerken met die keten.''

Het wantrouwen van Kashmiri's ten aanzien van New Delhi, de zetel van de centrale Indiase regering, is logisch vindt Dhar. Kashmir is door Delhi, vooral vroeger, altijd behandeld als een kolonie, zegt hij. ,,Je moest een vergunning aanvragen om de staat uit te reizen, post versturen naar de rest van het land was amper mogelijk. Overal zijn soldaten, die bovendien onder hoogspanning staan. De mensen zitten klem tussen militant en militair. Gelukkig gaat het beter. De economie groeit, het aantal militairen neemt af.''

Oorspronkelijk wilde hij al in 1988 beginnen met zijn schoolproject. Maar als gevolg van het uitbreken van separatistisch geweld in Kashmir een jaar later, kwam daar niets van terecht. Onder de naam Muslim United Front (MUF) hadden in 1987 een aantal radicale moslimpartijen met weinig succes meegedaan aan de lokale verkiezingen (4 zetels), hoewel de meerderheid van de inwoners moslim is. Het Front viel uit elkaar.

Enkele gefrustreerde partijleden zijn daarop ondergronds gegaan. Zij sloten zich onder meer aan bij het Jammu & Kashmir Liberation Front, een organisatie die voor een onafhankelijk Kashmir vocht. Deze separatisten opereerden vanuit Pakistan. Vanaf 1989 voerden zij hun aanvallen in Kashmir op. Naast Indiase militairen waren cafés, restaurants, bioscopen en scholen geliefde doelwitten. Sindsdien zijn tientallen gewapende groeperingen actief in de vallei.

De hindoes in Kashmir, de zogeheten pandits, ontkwamen ook niet aan het geweld. Militanten staken hun huizen en tempels in brand. Een aantal kwam om bij aanslagen. Als gevolg van het oplaaiende geweld heeft sinds 1989 een exodus plaatsgehad uit de vallei van Kashmir van meer dan 300.000 hindoes. In Kashmir wonen nu nog maar enkele duizenden pandits.

Ook Dhar vertrok naar Delhi, eind 1990, nadat een bioscoop en boerderij van hem in as waren gelegd door terroristen. Twee jaar later keerde hij weer terug omdat zijn moeder ,,thuis'' wilde revalideren van een ziekte. Sindsdien is hij elk jaar steeds langere periodes gebleven en vanaf 1999 wonen hij en zijn vrouw weer permanent in Srinagar. ,,Aanvankelijk wilde de overheid hier uit veiligheidsoverwegingen dat ik onder een andere naam terugkeerde, maar dat weigerde ik. In 1992 was de ontvangst warm, moslimvrienden lieten eten bezorgen, maar ze durfden het niet zelf te brengen, uit angst voor represailles van militanten.''

Lange tijd waren Dhar en zijn vrouw de enigen die geloofden in de school. De overheid gaf geen subsidie, de bank geen garantie. Dhar verkocht daarom eigen grond, nam een extra hypotheek en kreeg alsnog steun van een bevriende bankier.

De school (2.000 leerlingen) is inmiddels een succes en een oase van optimisme en vrolijke kleuren in het grauwe, enigszins naargeestige Srinagar. Er zijn jonge enthousiaste onderwijzers, computerruimtes met internet, slaapruimtes voor kleuters, yogazaaltjes en sportvelden. De leerlingen zijn bijna allemaal moslim en de feestdagen daarom islamitisch.

De Arabische taal is onderdeel van het lesprogramma. ,,Arabisch is belangrijk, dan kunnen ze zelf de koran lezen, en begrijpen wat er staat'', verklaart Dhar. Zelf zat Dhar, toen hij zes was, anderhalve jaar op een islamitische school. Zijn vader wilde hem zo voorbereiden op het leven in Kashmir. ,,Ik bad verschillende keren per dag, las de koran, het heeft me geholpen moslims beter te begrijpen. Daar draait het om in deze maatschappij: begrip hebben voor elkaar, anders kom je nergens.''