Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Sport

Nationale teams?

Vrouwenbondscoach Avital Selinger wil het Nederlands volleybalteam uit laten komen in de nationale competitie. Een goede constructie om de kwaliteit te verhogen, ook bij andere sporten?

Marco Brouwers, bondscoach Jong Oranje (volleybalmannen): ,,Wil je internationaal wat betekenen in de toekomst en een medaille halen op de Spelen, dan is het bij elkaar houden van een nationaal team in de competitie de beste oplossing. Je kunt elke dag met elkaar trainen en internationaal zelf je agenda bepalen. Het niveau van de dames kan wel wat omhoog. Probleem kan zijn dat het Nederlands team te sterk is voor de competitie en dat je goede spelers bij andere teams moet weghalen. Voor de mannen is het een moeilijk verhaal. De top speelt in het buitenland en het is financieel onhaalbaar om die naar Nederland te halen. Maar voor de jeugd is het een goede constructie om talent af te leveren. Met Jong Oranje (afgelopen jaar ondergebracht bij Capelle in de eredivisie, red.) doen we hetzelfde. We kunnen de talenten uitfilteren bij de clubs en zorgen dat jong talent meer speeltijd op niveau krijgt.''

Bert Bouwer, oud-bondscoach Nederlands vrouwenhandbalteam (`Meiden met een missie'): ,,Deze constructie is de enige manier om internationaal succes te hebben. Nederland heeft een kleine handbal- en volleybalcultuur, en geen hoog competitieniveau. Als je met het weinige handbaltalent in Nederland de wereldtop wilt halen, moet je een speciaal programma draaien, in een beschermde omgeving, buiten een club, zodat er geen afleiding is. Met het Nederlands handbalteam zijn we op deze manier van plaats 28 naar plaats 10 van de wereld gestegen. Degenen die in het programma hebben meegedraaid, zijn naar het buitenland gegaan en plukken er nu nog de vruchten van. Jammer voor de weinige talenten die we hebben, dat het programma gestopt is. Deze constructie roept weerstand op bij clubs die bang zijn talenten te verliezen.''

Kees van Hardeveld, manager (topsport en innovatie) zwembond: ,,Voor talentenploegen is het een goede constructie. Wij doen het bij waterpolo met de oudste categorie jeugd, onder 19 jaar. De jongens spelen bij hun eigen club én in de eerste klasse in het `Jong Talententeam'. De kans op competitievervalsing is wel aanwezig, maar daarover kun je afspraken maken. Het bij elkaar houden van de spelers is goed voor de teamvorming. En je hebt meer tijd om spelsystemen en tactische patronen in te laten slijpen. Voor de senioren levert deze constructie geen toegevoegde waarde. Niet voor de competitie en niet voor het Nederlands team zelf. Je ontwikkelt er niks mee omdat het verschil tussen nationaal en internationaal topniveau te groot is. De mannen die in het buitenland spelen volgen bij hun club een intensief programma, dat Nederlandse clubs niet kunnen bieden.''

Toon van Helfteren, oud-bondscoach Nederlands basketbalteam (mannen): ,,Een goede constructie, want het niveau van de handbalvrouwen is omhoog gegaan. Maar voor het sterkst denkbare Nederlands basketbalteam werkt het in de praktijk niet in de eredivisie. Spelers (Gadzuric en Elson, red.) die in de NBA (Amerikaanse profcompetitie, red.) spelen, krijg je nooit los. Het werkt alleen voor jonge spelers uit de Nederlandse competitie. Een soort Jong Oranje moet het zijn. Je kunt dan intensiever met elkaar trainen. Jonge spelers kunnen zich niet meer verschuilen achter de Amerikanen bij hun club, maar moeten het zelf doen. Ze krijgen zo meer speeltijd in de eredivisie en dat bevordert het niveau. Maar ik betwijfel of de clubs daarin meegaan. Ze steigeren als je talent wilt weghalen.''

Bart Wierenga, lid commissie topsport rugbybond: ,,Op zich een goede constructie omdat de nationale selecties intensief met elkaar kunnen trainen. Maar in een kleine sport als rugby loopt maar weinig Nederlands talent rond. De vijver waaruit je kunt vissen is, met name bij de vrouwen, erg klein. En hoe sterk is zo'n Nederlands team ten opzichte van andere teams in de competitie? Zeker als de competitie al niet zo sterk is, is het de vraag wat er aan goede spelers overblijft voor de rest. Bij de vrouwen blijft weinig strijd over in de competitie en lijkt het me niet haalbaar. Bovendien moet je rekening houden met clubbelangen en het weinige talent dat bij clubs rondloopt niet weghalen.''