Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Mohammed B. schreef meerdere afscheidsbrieven

,,Wanneer je deze brief ontvangt, zal ik tegen die tijd als shahied (martelaar, red.) zijn gevallen.'' Mohammed B. was ervan overtuigd te zullen sterven na de moord op Theo van Gogh. Tegenover politie en psychiaters in het Pieter Baan Centrum zwijgt hij nog steeds. Maar uit afscheidsbrieven die onlangs aan het geheime strafdossier zijn toegevoegd, wordt wel wat duidelijker hoe de 26-jarige Marokkaan tegen zijn daad aankeek, al noemt hij nergens de naam van de cineast: ,,Denk aan jullie eigen dood als jullie mijn lichaam zien,'' schrijft hij zijn familie: ,,Gebruik jullie tranen dus voor julliezelf''. De brieven zijn eerder al gevonden bij mede-verdachte Rachid B.

In de brief aan zijn familie (,,beste vader, tante, broertje en zusters'') schetst B. zijn eigen geestelijke ontwikkeling: ,,Het is jullie niet ontgaan dat ik sinds het overlijden van mijn moeder veranderd ben.'' Sindsdien heeft hij ,,een zoektocht'' naar ,,de waarheid'' ondernomen. ,,Ik heb ervoor gekozen om mijn plicht tegenover Allah te vervullen en mijn ziel in te ruilen voor het Paradijs.'' Ook schrijft hij hoe moeilijk hij het vond zijn familie te bereiken: ,,Ik heb vaak naar manieren gezocht om jullie op de waarheid te wijzen, maar op de een of andere manier was het steeds alsof er een muur tussen ons stond.''

Ook aan zijn vrienden schreef Mohammed B. een brief waarin hij hen opdraagt de religieus-politieke geschriften te verspreiden. De brief moest waarschijnlijk bezorgd worden bij Zakaria T., één van de verdachten van de zogeheten `Hofstadgroep' die in de nasleep van de moord op Van Gogh zijn opgepakt. Bij één van die geschriften, ,,de brief aan Nederland'', vindt B. een waarschuwing op zijn plaats omdat bij verspreiding ,,alle broeders en zusters (denk ik!) problemen krijgen''. Hij refereert aan een vaker geciteerde `open brief' waarin staat: ,,U bent overal een doelwit geworden: in de tram, bus, trein, winkelcentrum. Het zal slechts een fractie van een seconde wezen en u zult zich tussen de dood bevinden.'' De afscheidsbrief is voor zover bekend nooit bij de `broeders' aangekomen.

Ook voor puur praktische zaken is plaats in het testament van Mohammed B.: Hij wil geen autopsie op zijn lichaam, en geen organen beschikbaar stellen. Verder vermeldt hij soepkommen, borden en een straatbezem die in zijn huis te vinden zijn. ,,Deze behoren mijn familie toe.''