Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

Møn Klint

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week op het Deense eiland Møn

De cafetaria en de souvenirshop zitten dicht, de parkeerplaats is leeg, de afvalbakken ook. Hier wordt, gezien alle hekjes, houten treedjes en bewegwijzering en waarschuwingsborden in drie talen (Gevaar voor aardverschuivingen! Eigen risico!), gerekend op massaal publiek.

In het hoogseizoen zal dat vast toestromen, maar wij hebben het bos en de krijtkliffen van Møn voor onszelf. Want die hobbit met baard en hond in de diepte, beneden op het donkergrijze losse stenen-strand, hoeven we niet mee te rekenen. Het strand is voor de terugweg, eerst bewandelen we het bos, langs de rand van de afgrond.

Het is drie graden. De hemel is leeg en helder. Het licht rimpelt op de Baltische zee, het slijpt de zeespiegel tot diepblauw antiek glas. In de ondiepte langs de kust is het zeewater mint van tint.

Er moeten hier zeldzame valken wonen. Ik zie alleen meeuwen en bonte kraaien. En Zweden, aan de horizon: een gele streep achter het blauw. Toepasselijk, in de kleuren van de Zweedse vlag.

We stijgen en dalen en stijgen en dalen, strak langs de bovenranden van de ruwe witte wanden. De rotsen zijn korrelig en broos, grote stukken gleden de zee in. Bomen hangen op half zeven aan de randen van ravijnen en grijpen met hun wortels in het niets. In de rotspunten vallen bekende profielen te ontwaren, bijvoorbeeld de neus van man. Man ontkent.

Hé, daar gaat zo'n valk.

Het bos is een bos van majesteitelijke kale beuken in de knop. Een transparant bos, waarachter steeds de zee zichtbaar blijft – dat is, afgezien van het onvoorstelbaar lichte licht, het voordeel van wandelen bij vroege lente.

Er groeien hier orchideeën, meldt een trots bordje. Heet iets groens, iets dat dus niet bloeit, ook orchidee? Zo ja dan zie ik velden vol orchideeën tussen de voeten van de bomen. Daar trotseren trouwens talloze paarse en witte en gele bloemetjes de koude wel.

We dalen af naar het strand, naar het Baltisch blauw met de zeegroene golfjes. De voeten wankelen hier over klein en groot grind, ze wiebelen op richels van dikke keien, zwikken over grillige klauterbrokken, zakken in dikke lagen verdroogd wier. Wandelen is niet voor luie knieën.

Hoog over de witte wanden verraden zwarte rijgsteken waar in de ijstijd lagen vuursteen verborgen werden. Man vindt stukjes en stukken en stopt zijn zakken vol. Moet allemaal mee, mag niet weg.

Ik kijk de kliffen langs en herken een stel machtige versteende engelenvleugels.

12 km. De route spreekt voor zich en is ook gemarkeerd. Een folder met een kaartje is gratis verkrijgbaar in winkels, hotels, B&Bs en toeristenburo's op Møn.