Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Maak je druk om je pensioen!

Zelfs in het jaar voordat ze met pensioen gaan, weten de meeste mensen nog niet hoe hoog hun inkomen straks zal zijn. Op pensioengebied heerst veel onwetendheid. Bovendien krijgen de meeste mensen een lager pensioen dan ze denken. ,,Voorlichting is belangrijk, maar je moet er ook zelf achteraan.''

Elske ter Veld, oud-staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en voorzitter van de stichting Pensioenkijker, kan het bijna niet geloven. Maar het is echt waar. Uit onderzoek dit voorjaar van Centerdata van de Universiteit van Tilburg in opdracht van Pensioenkijker blijkt dat de meeste mensen zelfs vlak voor hun pensioen niet weten hoe hoog hun inkomen straks zal zijn. ,,Ze hebben geen flauw benul'', zegt Ter Veld. ,,En omdat ze zich er niet op tijd in verdiepen, hebben ze ook geen tijd om een bezuinigingsplan te maken. Dan heb je straks een probleem, want je kunt niet van de ene op de andere dag de krant opzeggen. omdat je het geld niet kunt missen. Daar heb je veel meer tijd voor nodig. Waarop moet je dan besparen? De kat de deur uitdoen?''

Uit hetzelfde onderzoek blijkt echter ook dat de meeste mensen zich geen zorgen maken over hun pensioen. Slechts 11 procent is goed op de hoogte en volgt actuele ontwikkelingen op pensioengebied. Maar op de vraag `Verwacht u dat u op uw 65ste kunt rondkomen van uw inkomen?' geeft 55 procent van de geïnterviewden een bevestigend antwoord. ,,Dat is knap, als je niet weet hoeveel je krijgt'', zegt Ter Veld schamper.

Dat mensen zo weinig weten over hun eigen pensioen heeft te maken met het feit dat de oudedagsvoorzieningen in Nederland vrij goed geregeld zijn. De huidige generatie werkenden betaalt AOW voor degenen die nu 65 en ouder zijn. Zo is iedereen verzekerd van een basisinkomen na pensionering. Daarnaast bouwen de meeste werknemers - naar schatting zo'n 90 procent - via hun werkgever een aanvullend pensioen op. Ten slotte hebben veel mensen zelf nog voorzieningen getroffen, zoals een lijfrenteverzekering. Door de combinatie van deze drie inkomstenbronnen, maar ook door de gespreide manier waarop ze gefinancierd worden - mensen betalen het pensioen voor zichzelf en de AOW voor elkaar - heeft Nederland in vergelijking met veel andere landen een goed pensioenstelsel. Zo goed, menen veel Nederlanders, dat ze zich er niet druk om hoeven maken. Volgens onderzoek van Pensioenkijker denkt slechts 1 op de 5 Nederlanders dat het pensioeninkomen straks te laag is en dat ze niet kunnen rondkomen. De meeste mensen denken echter dat ze beschikken over een pensioen dat ongeveer even hoog is als 70 procent van hun laatste bruto loon, wat als norm geldt voor een optimaal pensioen. Netto komt dat neer op zo'n 90 procent.

In werkelijkheid krijgen de meeste mensen dat ideale pensioen van 70 procent niet. Daar zijn verschillende oorzaken voor. Bijna iedereen heeft bij verandering van baan weleens een pensioenbreuk opgelopen. Pas eind jaren tachtig werd het mogelijk om het pensioen dat bij de ene werkgever was opgebouwd mee te nemen naar het pensioenfonds waarbij de volgende werkgever was aangesloten. Ook door echtscheiding raken mensen veel pensioenopbouw kwijt. Als partners uit elkaar gaan, moeten ze het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd samen delen. Naarmate mensen langer of vaker getrouwd zijn, blijft er na de scheiding steeds minder pensioen over. Werkloosheid of arbeidsongeschiktheid kan eveneens gevolgen hebben voor het pensioen.

Veel vrouwen hebben nog een extra probleem. ,,In het verleden mochten zij vaak niet deelnemen aan pensioenregelingen en daar hebben ze nu nog last van'', zegt Tineke van der Kraan, directeur van de Vrouwenbond FNV. ,,Die discriminatie is nu verboden, maar de huidige generatie vrouwen heeft ook een probleem. Veel vrouwen bouwen een tijdlang niet of nauwelijks pensioen op, omdat ze thuisblijven om voor de kinderen te zorgen.'' De FNV Vrouwenbond pleit daarom voor extra pensioenopbouw voor werknemers met zorgtaken, zogenoemde carecredits, een constructie die in Scandinavische landen gebruikelijk is.

Ook zou de Vrouwenbond graag zien dat partners hun hele pensioenopbouw fifty-fifty verdelen, zodat de partner die voor de kinderen zorgt net zoveel opbouwt als degene die werkt. Het ziet er niet naar uit dat deze voorstellen op bijval kunnen rekenen van minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Vorige week voorspelde hij op een congres van de stichting Pensioenkijker dat vrouwen hun pensioenachterstand vanzelf zullen inlopen. ,,Door de vergrijzing gaan steeds meer vrouwen de komende jaren betaald werk verrichten. Dat heeft positieve effecten voor hun pensioen.''

Het zijn niet alleen persoonlijke keuzes en het gedrag van mensen op de arbeidsmarkt die de hoogte van het pensioen beïnvloeden. Economische en maatschappelijke ontwikkelingen spelen een zeker zo grote rol. Toen de buffers van de pensioenfondsen een paar jaar geleden dramatisch slonken doordat de aandelenkoersen daalden, eiste de toezichthouder (destijds de Pensioen- en Verzekeringskamer, nu De Nederlandsche Bank) dat de fondsen met herstelplannen zouden komen. Veel fondsen besloten toen niet alleen de pensioenpremies te verhogen, maar ook te bezuinigen op de huidige pensioenuitkeringen door minder royaal te indexeren.

Bovendien hebben veel fondsen de laatste jaren fors bezuinigd op de nabestaandenpensioenen. ABP heeft bijvoorbeeld het nabestaandenpensioen gehalveerd, terwijl PGGM en veel andere fondsen overstapten op een nabestaandenpensioen op risicobasis. In dit geval keert het fonds alleen uit aan nabestaanden zolang de werknemer nog actief deelneemt aan het fonds. ,,Als je dan ook nog kijkt naar de nabestaandenvoorziening die de overheid uitkeert, blijft er weinig over'', zegt Ter Veld. ,,Nabestaanden die na 1950 geboren zijn, krijgen alleen een uitkering als ze thuiswonende kinderen hebben die 18 of jonger zijn.''

Ook wijzigingen in de AOW zijn van invloed op de hoogte van het pensioen. Nu krijgen 65-plussers met een jongere partner nog een toeslag op hun AOW-uitkering zolang de partner zelf nog geen recht op AOW heeft. De generatie die in 1950 of later geboren is, moet het zonder deze partnertoeslag stellen.

Allochtonen hebben vaak nog een extra probleem met de AOW. Om een volledige AOW-uitkering te krijgen, moeten mensen vanaf hun 15de vijftig jaar in Nederland gewoond hebben. Veel allochtonen voldoen niet aan die eis en ontvangen voor elk jaar dat ze niet in Nederland woonden 2 procent minder AOW. ,,Dan moet je naar de bijstand'', zegt Ter Veld. ,,En dan kun je geen beroep doen op de vermogensvrijlating die voor oudere werklozen wel bestaat. Je moet eerst je huis opeten.''

Pensioenfondsen zouden meer voorlichting moeten geven, zodat mensen weten wat hen te wachten staat, vindt Pensioenkijker. Contijn van Marle van de Hilversumse stichting De Ombudsman deelt die mening. ,,De fondsen zijn vaak zo passief als het om voorlichten gaat. Ze zouden hun deelnemers juist actief moeten benaderen.'' Maar tegelijkertijd vindt hij dat mensen zelf beter moeten opletten. Volgens Van Marle kloppen veel mensen bij De Ombudsman aan als het al te laat is. Ze gaan met pensioen en ze ontdekken opeens dat de echtscheiding van jaren geleden grote nadelige gevolgen heeft voor hun pensioeninkomen. Of dat ze een pensioenbreuk hebben opgelopen die ze best hadden kunnen lijmen in de periode dat ze van baan veranderden, maar jaren later niet meer.

Hij wordt daar weleens wanhopig van. ,,Er is al zoveel over geschreven, er is al zoveel voorlichting geweest. Dan denk ik weleens: dit had je toch moeten weten, daar kun je nu toch niet meer mee aankomen?''

Hij vindt dat mensen ervoor moeten zorgen dat ze de financiële consequenties van allerlei gebeurtenissen kennen, zodat ze tijdig maatregelen kunnen nemen en niet voor verrassingen komen te staan. ,,Wat gebeurt er met je inkomen nu en je pensioen straks als je ontslagen wordt? Als je arbeidsongeschikt wordt? Als je gaat scheiden? Als je partner overlijdt? Dat moet je gewoon weten. Bel je pensioenfonds en vraag het. Ga daar net zolang mee door totdat je een duidelijk antwoord hebt. En als je dat niet krijgt, stap je naar De Ombudsman, of naar de Ombudsman Pensioenen. En vooral: doe dat tijdig, want dan kun je nog maatregelen nemen. Als je wacht tot je met pensioen gaat, ben je hoe dan ook te laat.''