Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politie, recht en criminaliteit

Krakers waren het, maar schatjes

Vijfentwintig jaar geleden kraakten acht jonge mensen een kantoorpand in de Amsterdamse Vondelstraat. Het pand is nooit ontruimd. Alleen hebben nu alle bewoners een officieel huurcontract.

Het was een luxekraak. De sleutel zat nog in de achterdeur van het kantoorpand aan de Vondelstraat 14 in Amsterdam. Acht jonge mensen, filosofiestudenten en leerlingen van de Rietveldacademie, kraakten het pand op 28 april 1980, twee dagen voor de inhuldiging van koningin Beatrix.

Terwijl andere krakersgroepen pamfletten in de stad hingen waarin harde `akties' werden aangekondigd voor de kroningsdag, wachtten Ben, Detje, Trudi, Janny, Jos, Elma, Leendert en René achter de bedspiralen voor de ramen op de knokploegen die niet kwamen. Nu, 25 jaar later, woont er nog steeds een woongroep in het huis. Ben, een van de oorspronkelijke krakers en nu 49 jaar, is er altijd gebleven.

Ze kwamen via de achtertuin van Lous, de buurvrouw van nummer 12, het pand binnen. Zij had gezien dat het al een tijd leegstond én dat de achterdeur open was. ,,We zijn van tevoren een paar keer gaan kijken,'' zegt Elma Oosterhoff (48). ,,Hoe we de kamers zouden verdelen.'' Er was plek voor acht mensen. Voor René met zijn drie kleine kinderen was er zelfs een hele verdieping. Ze vroegen rond in hun vriendenkring. ,,Zouden jullie het leuk vinden om met een paar vreemden in een huis te wonen?'' Urenlang werd er vergaderd. Voor de meesten van de acht was het de eerste kraak. En de laatste.

Twee maanden eerder, in februari was een ander kraakpand, Vondelstraat 72, met pantservoertuigen ontruimd. Krakers hadden het pand, dat al eerder was ontruimd, herkraakt. De opgeworpen barricade was zo groot dat de tram er niet meer door kon. Het zou een van de hevigste krakersrellen worden – de `kroningsrellen' moesten nog komen. De Mobiele Eenheid kon het niet aan, burgemeester Polak zette het leger in.

De acht nieuwe krakers gingen naar het kraakspreekuur op de Koninginneweg, waar geroutineerde krakers uitlegden hoe ze het moesten aanpakken. Dat waren de krakers van de VPC, de Vondelpark Concertgebouwbuurt. Ben Gihaux: ,,De softies van de stad.'' Zij kraakten om te wonen. Ze zochten uit wie de eigenaar was, of het pand wel echt leegstond en hoe lang, en of het wel om een kantoorpand ging. Kraken was niet strafbaar in die tijd, pas in de jaren tachtig werd dat in de wet geregeld. Maar huisvredebreuk was wél strafbaar, vandaar het uitzoekwerk van tevoren.

De krakers uit de Staatsliedenbuurt, zegt Ben Gihaux, waren minder netjes. ,,Ze vonden zichzelf erg heftig.'' Zij kraakten ook distributiewoningen, woningen die de gemeente, via een ingewikkeld wachtlijstsysteem, verhuurde aan Amsterdammers die daar soms meer dan acht jaar op moesten wachten. En juist tegen dat distributiesysteem waren de kraakacties begonnen.

De Grachtengordelkrakers waren arrogant, zegt Ben Gihaux. Kraakten om het kraken. ,,Goeroes die na de kraak met een vriendin aan de arm kwamen laten zien wat ze nu weer hadden veroverd. Maar wonen gingen ze er niet.''

De kraakspecialisten zeiden `waag het maar' en beloofden de acht te helpen. Elma Oosterhoff: ,,Het ging heel makkelijk. Van binnenuit hebben we het voordeurslot vervangen.'' De acht typten een briefje voor de buren, om ze van de kraak te verwittigen. De eerste dagen bleven de `zware jongens' om `Huize Joost' te barricaderen en te bewaken.

Maar na de kraak van Vondelstraat 14 gebeurde er niets. Ook niet de dag van de inhuldiging. Krakersgroepen in de stad hadden 30 april uitgeroepen tot actiedag waarop overal in de stad gekraakt zou worden onder het motto `Geen woning, geen kroning'. Ben Gihaux: ,,Voor de kraakbeweging was het de dag. Het werd vreselijk opgeklopt van te voren. Alle camera's waren gericht op Amsterdam.''

Er zou veel politie zijn, zo was de verwachting, maar die zou zich op de Dam concentreren. Een paar bewoners van Vondelstraat 14 waagden zich op straat en ging naar het Nooy-pand in de Kinkerstraat dat die dag gekraakt zou worden. Misschien dat een van hen zelfs een steen gegooid heeft.

Wat de krakers niet verwacht hadden, was dat de politie toch massaal ter plaatse was. En meteen begon te meppen. ,,Daar begon de ellende van die dag'', zegt Ben Gihaux. Vechtpartijen in de Staatsliedenbuurt, op het Rokin, een `veldslag' op de Blauwbrug. Alles om te voorkomen dat krakers en andere `actievoerders' de Dam zouden bereiken.

De krakers van Vondelstraat 14 waren schatjes, zegt Frank van der Hoek (51), toen van `Advokatenkollektief De Pijp' en hun advocaat, nu kantonrechter bij de Amsterdamse rechtbank. ,,Het waren geen types die vooraan stonden bij de barricades.'' Hij denkt dat ze vooral kraakten om te wonen. Later werden hun motieven politieker. ,,Krakers vonden zichzelf goed en de anderen, de huizenbezitters, waren het grootkapitaal en dus fout.'' En daar zat voor de bewoners van Vondelstraat 14 wel een probleem. Het pand werd officieel gehuurd door uitgeversconcern VNU, maar was in bezit van Dick Vollenhoven. Geen speculant, zoals ze toen dachten, maar een oorlogsslachtoffer dat het huis met compensatiegeld van de Stichting 1940-1945 had gekocht.

Neefjes van de eigenaar hebben nog een beroep op hun oom gedaan het huis aan de krakers te geven, zelf woonden ze ook in een kraakpand. Van der Hoek: ,,Vrienden van de bewoners zijn nog bij Vollenhoven thuis geweest en ik geloof dat ze toen ontdekten dat hij in een groot huis woonde mét een hertenkamp. Het finale argument was toen: als je een eigen hertenkamp bezit, mag je huis gekraakt worden.''

De eigenaar probeerde de krakers eruit te krijgen met wat `de Huidenstraatconstructie' heette, genoemd naar een eerdere ontruiming in die straat. De truc was dat de eigenaar een bouwer inhuurde om het pand te verbouwen. Vervolgens spande de bouwer een kort geding aan tegen de eigenaar, omdat hij het pand niet in kon en sommeerde hem `met de zijnen' te vertrekken. Van der Hoek trad niet op als advocaat, maar trok wel zijn toga aan en ging met een paar boze bewoners vooraan in de rechtszaal zitten. Van der Hoek: ,,Daar schaam ik me nu een beetje voor.'' De rechter gaf geen toestemming tot ontruiming.

De gemeente Amsterdam besloot het na de kroningsrellen anders aan te pakken. Geen hardhandige conflicten meer met krakers, maar kraakpanden aankopen en verhuren aan de krakers. Vondelstraat 14 werd in 1985 voor 620.000 gulden gekocht door de gemeente en verbouwd, geheel volgens de wensen van de krakers die een architect hadden ingehuurd. Ze wilden graag een woongroep blijven. Van der Hoek: ,,Een deel van de sociale onrust werd zo afgekocht. Veel krakers waren ook best opportunistisch, als de gemeente met goede alternatieve woonruimte kwam, werd daar wel op ingegaan.''

Na de verbouwing keerden vijf van de acht krakers terug in het tot woongroep verbouwde huis. Elma Oosterhoff had het na vijf jaar samenwonen wel gezien en accepteerde een etage in de Jordaan. En ook Leendert, die zijn huisgenoten de meest `geëngageerde' kraker van allemaal noemden, verhuisde naar een gemeentewoning.

Net als vijfentwintig jaar geleden delen Suzanne, Mark, Alexandra, Robbert-Jan, Gitte én Ben Gihaux de keuken en de badkamer. Misschien, denken zij, is er nu wel minder ruzie dan toen over wie er schoonmaakt en opruimt. Daar is minder tijd voor, want alle bewoners, de jongste is 29, hebben een vaste baan.

Het enige wat nog herinnert aan de krakerstijd is het recht van coöptatie in hun huurcontract: zij bepalen wie de nieuwe bewoner wordt als er iemand weggaat. En Ben Gihaux. Vraag hem waarom hij altijd in het kraakpand is blijven wonen. ,,Ik ben bewust kleinbehuisd. Ik wil geen aanslag doen op een schaars goed.''