Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Koningschap bij Beatrix in goede handen

Wat je verder ook van het erfelijk koningschap als staatsvorm mag denken, met Beatrix heeft dit land het de afgelopen 25 jaar getroffen. Betrokken, precies, gedisciplineerd – over de wijze waarop de functie van staatshoofd is ingevuld bestaat algemene tevredenheid. Beatrix is door en door gemotiveerd voor het algemeen belang, alert op de politieke beperkingen die het ambt met zich meebrengt en plichtsgetrouw. In het buitenland is zij tot het vertrouwde gezicht van Nederland uitgegroeid, een rol die zij met stijl en waardigheid invult.

Het belang van continuïteit in deze functie mag niet worden onderschat. Niet alleen is zij `onze eerste vrouw' in het buitenland, maar ook een anker voor veel Nederlanders. Vooral in de laatste tumultueuze jaren waarin identiteit, Europese uitbreiding, spanningen met de islam en politieke versplintering het maatschappelijk klimaat beïnvloedden, was Beatrix een herkenningspunt.

In de 25 jaar dat zij met de ministers de regering vormt, was zij nauw betrokken bij vier premiers, negen kabinetten en tien formaties. Beatrix is in de landspolitiek de constante factor. In het huidige bestel heeft het staatshoofd het recht geraadpleegd te worden, te waarschuwen en te bemoedigen. Van die mogelijkheden maakt Beatrix, zeker in vergelijking met Juliana, consequent en veelvuldig gebruik. Of in gewone taal: zij werkt hard, leest alles en houdt de leden van `haar' kabinet alert door veel vragen te stellen, veel kennis te verzamelen en vaak op werkbezoek te gaan. Daarmee is Beatrix in de loop der jaren ook een factor geworden in het landsbestuur. Welk gewicht haar opvattingen in de praktijk hebben, blijft intussen goeddeels onbekend. Zeker is dat zij invloed heeft. Zeker is ook dat haar door opeenvolgende premiers meer ruimte is geboden, waarvan zij gebruikmaakt.

Beatrix hecht aan protocol, laat zich aanspreken met `majesteit' in tegenstelling tot `mevrouw', waarmee wijlen koningin Juliana aangesproken mocht worden. Beatrix zag terecht in dat een dergelijke distantie voor het aanzien van het staatshoofd belangrijk is. De constitutionele monarchie is immers ook een rollenspel dat functioneert bij de gratie van vormen en gebruiken, om niet te zeggen een zekere mystiek. Beatrix nam die afstand, schrapte de Soestdijk-defilés, professionaliseerde de staf van het Huis en ging aan het werk. Zij verwierf al snel de reputatie bekwaam, ambitieus en zelfbewust te zijn, doordrongen van het historische karakter van haar taak. Haar echtgenoot prins Claus bracht een modern, relativerend, informeel en intellectueel element in. Samen vormden zij een hecht team, dat sterk contrasteerde met Bernhard en Juliana.

Pas met het vorderen der jaren werd Beatrix ook geliefd. Zij bezocht alle lagen van de samenleving en engageerde zich ook met Nederlanders van buitenlandse afkomst. Zij toonde persoonlijke betrokkenheid bij de slachtoffers van rampzalige branden, was te vinden bij doorgebroken dijken en een door explosies verwoeste stadswijk. Dankzij Beatrix en Claus heeft de monarchie de afgelopen 25 jaar een stevig draagvlak behouden in Nederland. Dat is een prestatie voor een staatsvorm waarvan de legitimatie vooral historisch is, in een samenleving die zich steeds meer afwendt van de politieke klasse. Dat is te meer knap omdat het ambt zelf ampel gelegenheid biedt om uit te glijden. Grote politieke controverses die zich met Juliana en Bernhard wel voordeden, zijn haar niet overkomen en heeft zij ook niet veroorzaakt.

Aan een verdere, onder meer door deze krant gewenste modernisering van de constitutionele monarchie heeft koningin Beatrix niet bijgedragen. Een aanzet eind vorige eeuw gegeven door D66 om het symbolische voorzitterschap van de Raad van State neer te leggen, haar formele plaats als lid van de regering op te geven en de rol van het staatshoofd bij kabinetsformaties in te perken, heeft tot niets geleid. Een moderne koning kent zijn plaats (al), is de communis opinio. Dat lijkt bij Beatrix het geval, althans voor zover we dat kunnen weten. Opvallend was dat oud-premier Lubbers afgelopen donderdag erkende dat het staatshoofd met `zachte hand' meestuurt, onder meer bij het uitzoeken van nieuwe ministers van Buitenlandse Zaken. Dat konden we misschien vermoeden, maar het is toch een opvallend gegeven. Beatrix heeft in 25 jaar waarschijnlijk meer eigen beleidsruimte verworven dan haar voorgangers in de twintigste eeuw, Wilhelmina in oorlogstijd uitgezonderd. Het blijft onverminderd de vraag of een parlementaire democratie ook in de toekomst is gediend bij een zo betrokken en actief lid van de regering voor wiens handelen alleen de ministers verantwoordelijk zijn. Het vraagt een groot besef van onpartijdigheid en belangeloosheid. Dat lijkt bij Beatrix in goede handen. Maar een open debat over de toekomstige inrichting van de constitutionele monarchie werd de afgelopen jaren node gemist.