Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

Kleine onderzoekers

Wiskundige Robbert Dijkgraaf probeert jonge kinderen te winnen voor de wetenschap. `Alles is zo talig tegenwoordig.'

Het lokaal van juf Joyce Horst van de Amsterdamse De Burghtschool verandert in een vrolijke chaos. Water loopt over de vloer, een liniaal en een krant vliegen door de klas, bekertjes vallen op de grond en pingpongballetjes stuiteren rond. Het is misschien niet op het eerste gezicht duidelijk maar hier worden proefjes met luchtdruk uitgevoerd. Door de klas lopen studenten José van Gelderen, Arno Verweij en Fleur Zeldenrust van de Universiteit van Amsterdam; medewerkers van het project proefjes.nl, een project dat Robbert Dijkgraaf, hoogleraar mathematische fysica van de Universiteit van Amsterdam, is begonnen met een deel van de NWO Spinozapremie die hij ontving in 2003. De studenten helpen de negen- en tienjarige kinderen en stellen vragen: kan je een kaars uitblazen dwars door een fles die voor de kaars is neergezet? Waarschijnlijk wèl, veronderstelt Lou, na vijf proefjes wijzer geworden. ``Bij alle proefjes waarvan ik dacht dat het niet kon, kon het aldoor wel.'' En inderdaad, de kaars gaat uit.

``Maar wat gebeurt er als je een dik Harry Potter boek dwars tussen jou en de kaars zet?'', vraagt student Arno Verweij. Tot verbazing van de kinderen gaat het kaarsje na hard blazen dan niet uit. Hoe kan dat nou? Lou oppert dat het komt omdat de fles rond is en de lucht daarom heen gaat: ``De lucht kan niet om het dikke Harry Potter boek heen. De lucht botst terug.'' Nu zet Arno een wereldbol voor het kaarsje en warempel, na drie keer blazen gaat de kaars uit. De kinderen vinden het prachtig. Veel leuker dan gewone les, verzuchten ze allemaal. Jim vindt het zelfs extra leuk: ``Ik vind taal niet leuk omdat ik dyslectisch ben. En hier hoef ik geen taal voor te doen.'' Ook juf Joyce is enthousiast. ``Dit soort onderwijs wil ik veel vaker doen, het is me de bende wel waard.'' Maar tegelijkertijd zegt ze ook dat ze er wel tegen op ziet om zo'n soort les voor te bereiden. ``Net zoals de meeste leerkrachten ben ik beter in de uitvoering, zelf bedenken is een brug te ver. Als ik het vak techniek op de pedagogische academie voor het basisonderwijs (pabo) had gehad, zou het me misschien makkelijker afgaan.''

Sinds 2003 bestaat het project Verbreding Techniek Basisonderwijs (VTB) van het Platform Bèta en Techniek: 250 basisscholen en alle Nederlandse pabo's besteden meer aandacht aan techniek in de lesprogramma's. De bedoeling is dat in 2010 meer dan 2.500 van de bijna 7.000 basisscholen in Nederland techniek hebben opgenomen in hun lesprogramma en dat 1.500 daar een begin mee hebben gemaakt. Basisscholen kunnen 12.000 euro krijgen wanneer zij binnen drie jaar techniek als lesonderdeel hebben opgenomen.

pilot

Sinds maart ligt er ook een visie van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW) op het onderwijs in wetenschap en techniek in het basisonderwijs. Met lessen in techniek alleen kom je er niet. Kinderen moeten ook een wetenschappelijk onderzoekende houding worden aangeleerd die ze weerbaarder maakt in een snel veranderende samenleving, schrijft KNAW-president Levelt in het rapport. Komend jaar volgt een pilot waarin een curriculum wordt ontwikkeld op vier Amsterdamse basisscholen.

Zolang wilde wiskundige Robbert Dijkgraaf niet wachten, hij begon proefjes.nl. Dijkgraaf is ervan overtuigd dat de promotie van bètawetenschappen in het voortgezet onderwijs te laat komt. ``Kinderen van acht zijn eigenlijk kleine onderzoekers. Ze zijn niet beschroomd om vragen te stellen waarom iets is zo als het is. Dat moet je aangrijpen. Je moet ze laten ervaren dat wetenschap leuk is. Dat gebeurt tot nu toe helaas te weinig in het basisonderwijs. Deels ligt dat aan het feit dat er al zo veel moet in het basisonderwijs maar er is ook geen grote belangstelling bij de leerkrachten. Het hangt echt van de leerkracht af of er iets met wetenschap en techniek in de klas gebeurt.''

Volgens Dijkgraaf is juist de ervaring van het doen zo belangrijk. En dat ziet hij vooral bij de jongens. ``Jongetjes die vaak als druk en lastig worden ervaren, kunnen plotseling hun ei kwijt en worden zo mak als lammetjes.'' Wat Dijkgraaf als wiskundige bovendien stoort is dat kinderen die goed zijn in rekenen en wiskunde maar niet in taal tegenwoordig een groot probleem hebben. ``Alles is zo talig tegenwoordig. Reken- en wiskundeopdrachten zijn taalpuzzels geworden: alles moet beredeneerd en uitgelegd. Kinderen met taalachterstand struikelen daardoor ook in de exacte vakken. Terwijl het doen en het uitzoeken voor deze groep kinderen juist zo belangrijk is. Techniek en met name de wiskunde is altijd een sector is geweest waar je ongeacht je afkomst kunt emanciperen. Daar zouden we in het onderwijs veel meer oog voor moeten hebben.''

Op de website proefjes.nl kunnen ouders, kinderen en leerkrachten ideeën vinden. De proefjes blinken uit in eenvoud: er wordt gebruik gemaakt van huis- tuin en keukengereedschap dat in de supermarkt is te vinden. Het klaslokaal of de keuken zijn prima geschikt voor de uitvoering. De uitleg bij de proefjes is helder en het is vooral een kwestie van doen om te ervaren hoe bijvoorbeeld luchtdruk of de zintuigen werken. De les `luchtdruk' in groep 6 van de Amsterdamse De Burghtschool is een test van het lesmateriaal. In de klas werken de kinderen met `werkdocumenten': ze moeten stap voor stap de proefjes uitvoeren en afkruisen in het document. Sommigen, vooral de meisjes, tekenen netjes hun stapjes af en doen in de gewenste volgorde hun proeven. Andere, inderdaad veelal de jongens, gaan gelijk aan de slag. Ze schrijven niets op en herhalen hun proefjes eindeloos om maar iedere keer weer het effect te zien. Schitterende ogen en rode konen. Volgens juf Joyce is het samenwerken ook belangrijk: ``De kinderen vullen elkaar aan en ze houden elkaar in evenwicht.''

ei en fles

Wat ook opvalt is het enthousiasme van de studenten. José van Gelderen, Arno Verweij en Fleur Zeldenrust leggen uit met zichtbaar plezier en genieten van de verbaasde uitroepen van de kinderen als ze een proefje doen met een ei, een melkfles en lucifers. Door de hitte in de fles van de brandende lucifers zakt het gepelde ei in de fles. José van Gelderen weet al dat ze docente biologie wil worden. Haar medestudente Fleur Zeldenrust twijfelt nog. ``Als je het onderwijs ingaat, leg je jezelf zo vast. Ik wil eigenlijk zoveel meer dan alleen maar lesgeven. Een combinatie van lesgeven en onderzoeken lijkt me leuk. Dan ontwikkel je jezelf ook nog in je vak.'' Een nieuwe oproep van Robbert Dijkgraaf in Folia, het weekblad van de Universiteit van Amsterdam, voor nog meer projecten rond wetenschap en basisonderwijs leverde extra studenten op. Er wordt nu hard gewerkt aan nieuwe onderwerpen zoals wiskunde en lego. Het is echter niet de bedoeling dat de studenten alle lesjes komen geven op andere basisscholen: José van Gelderen: ``Leerkrachten moeten het juist zelf gaan doen. Daarom hebben we het zo simpel en laagdrempelig gemaakt.''

Robbert Dijkgraaf is vaste columnist van het katern Wetenschap & Onderwijs.