Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Beeldende kunst

`Je kunt hier ook Middeleeuwse kunst tonen'

Onder directeur Vincente Todoli is het Londense Tate Modern uitgegroeid tot een groot publiekssucces. ,,Fixatie is saai, je moet steeds opnieuw vragen stellen.''

De zonnige schijf hing in een mistige hal. De afmetingen waren gigantisch, de sfeer was religieus. Sommige bezoekers lagen op de grond en zagen zichzelf gereflecteerd in het zwart glinsterende plafond.

Deze spectaculaire installatie van de Deense kunstenaar Olafur Eliasson was verleden jaar te zien in de turbinehal van het Tate Modern. Het museum, oorspronkelijk een energiebedrijf, heeft tegenwoordig een glazen overkoepeling, zodat je vanuit het restaurant een prachtig uitzicht hebt over Londen. Werk van grote namen als Joseph Beuys, Bruce Nauman en Sigmar Polke wordt getoond naast dat van de jongere generatie, onder wie Amish Kapoor, Rachel Whiteread en Olafur Eliasson. Toen de Spanjaard Vincente Todoli in 2003 aantrad als directeur van het Tate Modern streefde hij naar twee miljoen bezoekers per jaar. Inmiddels zijn het er vier miljoen, en dat is nog lang niet alles: het Tate Modern gaat uitbreiden.

Todoli is een charmante midden veertiger, die zijn sporen heeft verdiend als curator en directeur. Hij werkte bij het IVAM, het Hedendaagse Kunst centrum in Valencia, het Serralves Museum in Oporto Portugal en het Reina Sofia museum in Madrid.

,,Toen ik in Spanje kunstgeschiedenis studeerde, dacht ik: boeken kun je overal lezen, daarvoor hoef je niet in Spanje te blijven'', zegt Todoli. ,,Ik studeerde aan Yale en in de jaren tachtig belandde ik in New York, dat was een bruisende tijd. Als Spanjaard blijf je een buitenstaander. Ook toen ik terugkwam in Europa realiseerde ik me dat mijn benen in verschillende culturen steken.''

Todoli wordt wel omschreven als een self-styled all-rounder. Kenmerkend is zijn uitspraak in The Art Paper uit 2002 over het niet voltooien van zijn proefschrift: .,,Ik was er niet in geinteresseerd om jaren met één onderwerp bezig te zijn.''

Todoli vertelt dat hij, als hij gevraagd wordt ergens te werken, de context bekijkt: wat is het voor stad of omgeving? Wat is er al op het gebied van kunst? Wat is de geschiedenis? In wat voor gebouw kom ik te werken, en met wie? Op basis van deze gegevens ontwikkelt hij een strategie.

In het geval van de Tate werkt hij in een driemanschap met algemeen directeur Sir Nicholas Serota en met Nederlander Jan Debbaut, die de permanente collectie onder zijn hoede heeft. Toen Todoli aantrad, stak hij zijn bewondering voor Serota niet onder stoelen of banken. Hoe bevalt de samenwerking? ,,We hebben een zekere consensus. Nick moet de dialoog aangaan, doet aan cultuurpolitiek. Dat is niet mijn rol. Het Tate wordt maar voor de helft gefinancierd uit publieke gelden. Hier geven ze geld zonder zich met de inhoud te bemoeien, dat is heel anders dan in Spanje of in Holland.'' Musea in Engeland zijn afhankelijk van sponsoring. Tate's Turbine Hal wordt gefinancierd door Unilever, dat overigens inhoudelijk geen inspraak heeft.

Hebben de drie heren een gedeelde visie? Het woord visie (vision) bevalt Todoli niet. Het klinkt hem te religieus. Hij gebruikt woorden als `strategie', `doelstelling', termen uit de zakenwereld. Denkt hij in een business-model? Nee, dat doet hij niet. Zijn wereld is niet gefixeerd, zegt hij. Je moet een plek veroveren, bezetten als een land. Dat klinkt als een oorlogsmetafoor. Ziet hij zijn werk als oorlogsvoering? Is de Tate daarom zo succesvol?

Todoli: ,,Eerst moet je de plaats interpreteren, dan je programma uitzetten. Succes zou gemeten moeten worden langs meerdere lijnen: de tijdgeest, het kunstklimaat, de invloed op de maatschappij. Maar niets staat vast, fixatie is saai. Steeds opnieuw moet je vragen stellen, onverwachte combinaties maken, dingen herzien. In de Tate kan net zo goed iets uit de Middeleeuwen getoond kan worden als hedendaags werk. Alles is mogelijk.''

Wat voor criteria kun je daarvoor aanleggen? Todoli heeft het over intensiteit en passie, het niet volgen van traditionele verwachtingspatronen. ,,Ik heb geen voorkeuren'', antwoordt hij. ,,U bent toch getrouwd,'' werp ik tegen, ,,Wat zijn uw voorkeuren?'' Maar hij blijft van mening dat hij op deze vraag geen antwoord kan geven.

Wat vindt hij eigenlijk van Nederlandse musea als het nieuwe tijdelijke gebouw van het Stedelijk Museum, ook een industrieel gebouw met een geweldig uitzicht? ,,Heeft het Stedelijk al een tijdelijk gebouw? Dat wist ik niet.'' Bestaat er uitwisseling met Nederlandse museumdirecteuren over bijvoorbeeld denkbeelden, beleid, strategie? Nee, zegt Todoli.

Zijn grootste liefde betreft film. Todoli vergelijkt zijn werk dan ook met dat van een editor of een filmproducent. Deze voorliefde is terug te zien in de uitbreidingsplannen. Er komt in Tate Modern een bioscoop, en de videokunst krijgt er een podium bij. ,,Daar kan ik nog niets over loslaten. Maar ik heb wel een scoop: in 2007 komt Tate Modern met de expositie Dalí on film, waarin de invloed van de Spaanse surrealist Salvador Dalí op het medium film te zien zal zijn.'' Nu maar hopen op veel verrassende videokunst.