Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Hollands dagboek

Wie? Gerard van Emmerik, docent Nederlands aan buitenlandse studenten en schrijver van zes boeken.

Waarom? Deze week kon Van Emmerik zijn nieuwe boek `De verzachters' ophalen bij uitgeverij L.J. Veen en had hij een borrel bij zijn nieuwe uitgeverij Nieuw Amsterdam

Schrijft `Geldwolf? We krijgen bij Nieuw Amsterdam toch niet meer dan bij L.J. Veen? Een boek waaraan je drie jaar werkt, levert aan royalty's een bedrag op dat een Essent-topman in 72 minuten opstrijkt.'

Donderdag 21 april

Vroeg in de ochtend ruw uit mijn slaap gehaald door een betonboor en twee helikopters. Op naar de badkamer. Via de spiegel oog in oog met een 49-jarige, licht kalende, gespannen schrijver. Ik grijns mezelf toe. Alles komt goed Intussen gaat beneden een wekker af. Wat weet ik van de bezitter, mijn buurman? Hij lijkt op Sean Penn en krijgt nooit bezoek. Vorig jaar lag er een kaartje van een audiowinkel op de mat, ,,uw installatie is gearriveerd!'', dat ik keurig voor zijn deur legde. Het bracht ons voor één keer samen, toen hij een dag later het volume uitprobeerde en ik in onderbroek, met hartkloppingen, zo kalm mogelijk uitlegde dat dit soort herrie tot een oorlog kon leiden.

Nu nagenoeg alle auteurs van Veen zijn overgestapt naar Nieuw Amsterdam, komt er regelmatig een schrijven van een of beide uitgeverijen. Ook vandaag weer. De toon van Nieuw Amsterdam is opgewekt. ,,Geachte, beste, lieve auteurs, Nieuw Amsterdam is in bedrijf!'' Bij L.J. Veen lijkt sprake van paniek. ,,L.J. Veen heeft sinds 1887 uitgegeven met fatsoen en zal dat blijven doen. L.J. Veen is een bedrijf waar auteurs zich thuis voelen.'' Inderdaad, ik voel me er op mijn gemak, en dat komt door de mensen met wie ik rechtstreeks te maken heb: uitgever Marie-Anne van Wijnen, mijn redacteuren Thomas en Peter, de collega-schrijvers. Dus volg ik hen.

Bij de post zit ook een brief, gericht aan de erven van Mevrouw van Emmerik. Deskundigen beweren dat je voor rouw een jaar moet nemen. Bij mij zal het een leven lang duren. Ik mijd foto's van mijn moeder; al haar persoonlijke spullen – het sigarettenpijpje, het schaartje waarmee ze haar Caballero's doorknipte, de roze kam waarvan twee tanden ontbreken – ze liggen verstopt achterin mijn kast. Bij de erven-brief zit een acceptgiro, waarin mijn moeder vriendelijk wordt verzocht haar aansprakelijkheidsverzekering voor 2005-2006 te betalen. Wie is hiervoor aansprakelijk? Ik bel het bedrijf; een meisje staat me opgewekt te woord, met op de achtergrond Britney Spears, ik word doorverbonden met haar chef, die uitlegt dat het systeem nog niet helemaal op orde is.

Vrijdag

De wegwerkers hielden zich kalm, af en toe een cementmolen, meer niet. Twee jaar geleden werd ik op een ochtend doof wakker. Mijn gehoor kwam terug, maar werd vergezeld van een harde ruis, morseseinen en gebrom, vooral 's nachts. ,,Tinnitus'', volgens de specialist, ,,leer er mee leven.'' En dus maak ik mezelf wijs dat de fantoomherrie veroorzaakt wordt door wegwerkers die de kade beneden openbreken.

's Middags bel ik met de publiciteitsafdeling van Veen. Vreemd, die echo aan de andere kant van de lijn, alsof het gebouw leeg is. De mevrouw die me te woord staat vervangt Anne, met wie ik gewoonlijk overleg. Ook Anne vertrekt binnenkort naar Nieuw Amsterdam. Hoe denkt men bij Veen inmiddels over `De Verzachters'? De kosten eruit en dan zo snel mogelijk verramsjen, dat boek?

Ze vertelt dat de aanmeldingen voor de presentatie in Athenaeum binnenstromen. ,,Het wordt een leuk feest. Geniet ervan.''

Als ik heb neergelegd, ben ik er toch niet gerust op. Ik ben opeens nergens meer gerust op.

Daarna ham gekocht van `Biovers'. Op de verpakking grazen twee sympathiek ogende koeien argeloos in een weiland vol bloemen, met als onderschrift: ,,Ons vee wordt gehouden in het natuurgebied Spaarnwoude.'' Ik fiets daar tweemaal per week, op weg naar Haarlem waar ik aan buitenlandse studenten Nederlandse les geef. Ik heb ze gekend, die koeien. Ik ken hun warme tong, die voorzichtig een pluk gras uit mijn hand maait.

Voor de journaliste van het damesblad Esta arriveert, verplaats ik stapels kranten, ik stofzuig, boen het aanrecht, en repeteer intussen mogelijke antwoorden. ,,Waar mijn nieuwe boek over gaat? De loyaliteit van een kind aan zijn ouders. Die loyaliteit blijft, ook al doen ze alles verkeerd'', zeg ik hardop.

Dan gaat de bel.

,,Waar gaat het boek over?'', vraagt ze.

,,Over de loyaliteit van een kind aan zijn ouders.'' Mijn stem klinkt bedachtzaam. Mijn huis ziet er nog steeds rommelig uit, maar wel geordend rommelig. ,,Ook al doen ze alles verkeerd.''

Alice, mijn agente, mailt een uitvoerige synopsis die gebruikt kan worden voor de promotie. Ik had haar vijf boeken geleden moeten ontmoeten.

,,Wat wil je?'', vroeg ze met een voorzichtige glimlach, toen we vorig jaar op een feestje met elkaar in gesprek raakten. ,,Beroemd worden?''

,,Alleen maar af en toe ergens kunnen voorlezen'', antwoordde ik. ,,En niet met het complete oeuvre in De Slegte belanden.''

Zaterdag

Tussen vier en half zes boor- en heiwerkzaamheden.

's Middags naar de presentatie van Agathe Wurth in Rotterdam; de treinreis terug is pure horror. Een coupé vol mobiele bellers. Voortdurend een opgewekt: ,,Is goed'' en ,,Oké''.

In het café begroet een vriend me met: ,,Ha die geldwolf.'' Hij hoorde op de radio een uitgever verkondigen dat de Veen-auteurs die overstappen zich laten leiden door hebberigheid.

We krijgen bij Nieuw Amsterdam toch niet meer dan bij L.J. Veen? Een boek waaraan je drie jaar werkt, levert aan royalty's een bedrag op dat een Essent-topman in 72 minuten opstrijkt. Schrijven doe je niet uit geldzucht. Je doet het omdat je een verhaal te vertellen hebt.

Zondag

Wat een geinig plantje, dacht ik vorig jaar, toen ik voor het eerst mijn volkstuin onder handen nam. Het Bijenpark ligt in een vogelreservaat net buiten de stad. Ik zit op mijn knieën het geinige plantje dat zevenblad blijkt te heten en zich vermiljoenvoudigd heeft, te verwijderen; vooral nu ook de aangrenzende tuinen worden overwoekerd, moet er worden ingegrepen. Wat een rust: wroeten in de aarde, een koolmezenechtpaar dat mijn vorderingen komt inspecteren... Ik pieker geen moment. Gewoon spitten, schoffelen, harken, en een geur van modder, die me terugvoert naar de Veluwe. Spoorzoekertje in het bos. Hutten bouwen. 's Avonds pannenkoeken en Peyton Place.

Maandag

Vandaag de borrel bij Nieuw Amsterdam en een kennismaking met Derk Sauer. Maar eerst is er een telefoontje van Veen: ,,Uw boek is binnen. Komt u het halen of sturen we het op?''

De verlichting boven de tafel in Marie-Anne's voormalige werkkamer is te fel; Martijn en Marijke, uitgevers ad interim, serveren rosé en informeren naar mijn plannen. Tussen twee slokjes door begin ik over loyaliteit. Ze begrijpen me, maar willen ook hun versie van het verhaal kwijt. Lang niet alle auteurs hebben Veen vaarwel gezegd. Marijke overhandigt me een artikel van Geert Mak over de kwestie; ik kan me er niet op concentreren. `De Verzachters', het is er, het ligt vlak voor me op tafel, glanzend in het neonlicht. De kaft is prachtig, een beetje luguber ook. De vacht van een dier. Toch ben ik niet blij. Ik ben niet goed in blij-zijn op momenten waarop blij-zijn voor de hand ligt. Ik pak het op. Het voelt koel aan, een geur van vers papier en lijm. 256 bladzijden! De eerste zin klopt, de laatste ook.

Martijn en Marijke zien er moe uit. Bij het afscheid wijs ik naar de lege plek boven de kapstok. Daar hing altijd een grijnzende Ernie uit Sesamstraat, een cadeautje van me voor Marie-Anne. Martijn knikt naar een verhuisdoos in de hoek. ,,De spullen van Marie-Anne.''

Dan linea recta naar Nieuw Amsterdam. Een villa vlakbij het Vondelpark; in de ontvangstruimte geen boeken, maar posters van volle boekenplanken. Sauer houdt een ontwapenend toespraakje, tenminste, dat denk ik, want iedereen lacht, ik kan mijn gedachten er niet bijhouden. Er hangt een `ons leven gaat veranderen'-stemming. Daarna zijn er hapjes, die niet kunnen tippen aan de bitterballen van Veen.

Thuis leg ik het boek naast me op de bank. Ik stel het moment uit, zap langs de zenders. Rampen, oorlogen, Sauer bij Barend en Van Dorp, niets beklijft. Als Het Boek net is verschenen, gedraagt de schrijver zich mateloos beperkt. Pas tegen middernacht begin ik te lezen. Hoofdstuk 1. Goddank, geen zetfouten. Daarna hoofdstuk 2. Helemaal niet slecht. Goed zelfs.

Dinsdag

In alle vroegte met mijn vriend Marc naar de tuin. Ik verwijder zevenblad, hij zit in een gammel stoeltje op het minigazon en verdiept zich in de partituur van Ravels `La Valse'. Tijdens de fietstocht terug door Oud-West fantaseren we over een huisje in Normandië, de Ardennen of op de Veluwe. We nemen een hond, of katten, Marc legt zich toe op huiskamerconcerten, ik schrijf columns, en elke avond maken we een wandeling door het bos.

Maar vooralsnog is deze avond bestemd voor de sneak preview, die ik elke dinsdag bezoek met een vaste club. Toen we de

sneak ontdekten, waren we studenten; inmiddels zijn we veertigers met vaste plaatsen op de achterste rij die de overige bezoekers – jong, student – eerbiedig voor ons vrijhouden. Twee van ons hebben kinderen en een drukke baan. Na tien minuten film – iets Mexicaans – dommelt de moeder naast me in, een halfuur later volgt de vader.

Woensdag

Vanochtend een krantenknipsel ontvangen over de toekomst van een natuurgebied in het Veluwse Emst, waar Marc en ik al een half leven komen. Er zijn vlinders, vogels, salamanders en met hulp van een PvdA-wethouder komt er nu een kuuroord, een nieuwe weg, en volop parkeergelegenheid.

In maart had ik een onderhoud met hem; zijn naam was me ontschoten, niet zijn wangen en voorhoofd, die almaar roder werden toen ik repte van vooruitgangswaan en ijdeltuiterij.

Donderdag

Vandaag de presentatie. ,,Strijk in elk geval je overhemd'', zegt Marc.

In Athenaeum is het druk. Erg druk. Mijn hele adressenboekje is er! En iedereen van Veen en van Nieuw Amsterdam. Ze praten weliswaar niet met elkaar, maar de sfeer doet niet vijandig aan.

Een medewerkster dirigeert me naar een tafel. ,,Is dit je eerste boek?'', vraagt ze.

Het signeren kan beginnen. ,,Hé, hallo!'', zeg ik tegen de man die een exemplaar wil. Intussen repeteer ik koortsachtig namen van vage bekenden. ,,U kent me niet'', zegt hij. ,,Zet er maar in: Voor Kees.''

Na 30 boeken wordt er op een podium een microfoon testklaar gemaakt.

John Peereboom houdt een geestige inleiding. 14 jaar en 6 boeken geleden schudde ik hem schuchter de hand naar aanleiding van een verhaal dat in Hollands Maandblad zou verschijnen; inmiddels zijn we bevriend.

Dan volgt mijn praatje. Over `De Verzachters'. Veen. Nieuw Amsterdam. Loyaliteit. Iedereen knikt en lacht op het juiste moment. Het is benauwd in de ruimte; tachtig mensen ademen, zweten, achterin valt een jonge vrouw flauw door de hitte.

Ik bied Alice, mijn rots in de branding, het eerste exemplaar aan. En dan is het voorbij. Nee, toch niet: er zijn nog twee extra dozen boeken uit Haarlem aangevoerd. Weer signeren. Nog meer wijn.

De fotograaf van de NRC heeft veel werk aan me. ,,Probeer te lachen'', zegt hij. ,,Lach nou.'' Ik gehoorzaam, althans, ik open mijn mond zoals mensen doen die lachen.

,,Ik neem je wel stiekem'', verzucht hij.

,,We gaan nu echt sluiten'', zegt een medewerker van Athenaeum. Inmiddels zijn er 95 boeken verkocht.

In de schemer lopen we over de gracht, Marc torst de bloemen, ik de koekjes, cd's, flessen wijn, boeken en boekjes.

Hij legt zijn vrije hand op mijn schouder.

,,Klaar'', zegt hij. ,,Opgelucht?''

Ik knik. Maar het gaat nu pas echt beginnen.

Vrijdagochtend 29 april

Een kennis belt me wakker. ,,Volkskrant gezien?'', vraagt hij.

,,Lees geen kranten'', mompel ik. ,,Geen tijd.''

In halfslaap wankel ik naar de kiosk.

Yippie! Een grote advertentie. Van L.J. Veen. Een woord roept een hele wereld op. De verzachters. Gerard van Emmerik. Nu in de boekhandel.

Ik besta.