Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Het rode gevaar

Aan deze oranjegetinte vooravond van de eerste mei – de Dag van de Arbeid voor de jongere lezers – is het goed nog eens krachtig te waarschuwen voor het dreigende Rode Gevaar, vast niet voor de eerste keer in deze krant. Want rood-blauw is het nieuwe zwart-wit. En dan heb ik het niet over de nieuwste Parijse mode, maar over de politieke wereldkaart. Tegenwoordig heeft iedere politieke beweging een kleur, van de oranje revolutie in de Oekraïne en de roze revolutie in Georgië tot de belangrijkste politieke ontwikkeling van de afgelopen vijf jaar: de rode revolutie in de Verenigde Staten.

Rood en blauw zijn namelijk de kleuren van de twee grote Amerikaanse partijen. Rood staat daarbij voor de Republikeinen, Bush, conservatief, het platte land, tv-evangelisten, pick-up trucks, geweren, goed en kwaad, barbecues en machtsdenken. Blauw is synoniem met de Democraten, Kerry, liberalen, grote steden, vrijdenkers, openbaar vervoer, minderheden, homohuwelijk en internationale samenwerking. Denkt u voor het gemak maar aan Texaans rood vlees versus Franse blauwe kaas. En rood is dit seizoen de winnende kleur.

Dat tweekleurenlandschap gaat verder dan de politieke overtuiging. Het definiërende moment in de afgelopen presidentsverkiezing lag voor mij besloten in de woorden van een Republikeins adviseur die in The New York Times Magazine zei: `Jullie leven nog in een op de werkelijkheid gebaseerde gemeenschap. Jullie denken dat oplossingen gevonden kunnen worden door nauwgezette studie van de waarneembare werkelijkheid. Zo werkt de wereld niet langer. We zijn nu een wereldrijk, en als we iets doen, dan creëren we onze eigen werkelijkheid. En terwijl jullie die werkelijkheid bestuderen – nauwgezet als je wilt – doen we weer iets anders en creëren weer andere nieuwe werkelijkheden.'

Kortom, in de ouderwetse `blauwe kijk', gebaseerd op de werkelijkheid, analyseer je de feiten om daaruit je conclusies te trekken. Immers, die feiten zullen voor een groot deel de toekomst bepalen. In de moderne `rode kijk', gebaseerd op geloof, bepaal je zelf de feiten, desnoods met harde hand, om zo de werkelijkheid en de toekomst aan je overtuiging aan te passen, in plaats van omgekeerd. Dit belief-based denken is in zekere zin een teruggang naar de oude teleologische ideeën waar alles en iedereen een eigen `wil' en `bedoeling' heeft.

Een steen valt naar beneden, niet vanwege de deterministische wetten van Newton, maar omdat hij uit het element aarde bestaat. En dat element wil niets liever dan terugkeren naar Moeder Aarde, naar zijn natuurlijke plaats, terug bij zijn vriendjes de kiezels en de keien. Het zal niemand verbazen dat een politieke stroming die op dit soort overtuigingen gebaseerd is, geen natuurlijke vriend van de wetenschap is. Dat begon al met het opzeggen van het Kyoto-akkoord en het stelselmatige ondergraven van de discussie rond klimaatverandering en milieubeheersing. Toen volgde de lange aarzeling om een wetenschappelijke adviseur aan te stellen, die er uiteindelijk wel kwam, maar nauwelijks invloed heeft verworven.

Het starre beleid rond het gebruik van stamcellen in medisch onderzoek was een ander dieptepunt. Het Witte Huis had geen scrupules om kritische geesten uit de bio-ethische adviesraad te vervangen, zoals Heinekenprijslaureaat Elisabeth Blackburn en twee van haar collega's onlangs overkwam, toen zij het niet eens waren met het stamceladvies. De grote Amerikaanse farmaceutische bedrijven laten zich ondertussen niet door deze ontwikkelingen tegenhouden. Zo heeft het gigantische bedrijf Johnson & Johnson, naast een laboratorium in Californië, ook een grote onderzoeksfaciliteit in België, waarheen men gemakkelijk controversiële onderzoeksgroepen kan overplaatsen. Deze combinatie van hoge morele principes en pragmatische oplossingen doet mij enigszins denken aan het verschepen van terroristen naar de kerkers van de geheime diensten in Jordanië of Egypte, waar ze met methoden ondervraagd kunnen worden die in eigen land niet acceptabel of zelfs onwettig zijn.

Van de onvolprezen fysicus en essayist Steven Weinberg is net een bundel van artikelen verschenen onder de titel `Glory and Terror: The Growing Nuclear Danger'. Hierin bespreekt hij een andere gevaarlijke ontwikkeling: de controversiële ideeën om tactische kernwapens te gaan gebruiken, bijvoorbeeld om ondergrondse bunkers te doorboren waar massavernietigingswapens zijn verstopt. Weinberg waarschuwt ervoor hoe gemakkelijk de huidige Amerikaanse regering het taboe op kernwapengebruik, dat in de koude oorlog is gevormd, weer loslaat, met mogelijk grote gevolgen voor de volgende `slimme oorlog'.

Is er dan geen wetenschappelijke agenda? Jawel, de regering Bush heeft ambitieuze plannen voor bemande ruimtereizen naar Mars – inderdaad, de rode planeet, genoemd naar de oorlogsgod. Maar niet iedereen weet dat deze halfserieuze voorstellen niet alleen direct ten koste gaan van fundamenteel astronomisch onderzoek, zoals de prachtige plaatjes van de Hubble-telescoop, maar ook flink snijden in de belangrijkste taak van de ruimtevaartorganisatie NASA en dat is het bestuderen van het klimaat op aarde. Wat ons weer terug bij Kyoto brengt.

Laat ik voorop stellen dat voor mij de Verenigde Staten nog steeds het beloofde land is voor wetenschappelijk onderzoek. Maar de recente politieke ontwikkelingen roepen wel de vraag op of dit vanzelfsprekend zo zal blijven, zeker als we alles in een breder kader plaatsen. Op dit moment vindt er een aardverschuiving plaats. China en India nemen snel hun posities in als industriële, consumptieve en binnenkort ook wetenschappelijke reuzen. Technologische vooruitgang is de sleutel tot hun economische groei. Maar betekent dat ook dat het rationele wetenschappelijke denken, de idealen uit de Europese verlichting, algemeen zullen worden overgenomen? Of beperkt het zich misschien alleen tot een dun technologisch chroomlaagje. Zo blijven voorlopig vele Chinezen, ondanks hun enthousiasme over de nieuwste elektronica, overtuigd aanhanger van traditionele geneeswijzen. En veel sympathie voor de milieuproblematiek zie ik op dit moment ook niet in Azië.

Het is verleidelijk te geloven dat wetenschappelijke vooruitgang een automatisme is, dat de toename van kennis even vanzelfsprekend is als de richting van de tijd. Maar er zijn perioden geweest in de geschiedenis dat het omgekeerde gold, dat de geest zich juist meer en meer sloot.

Met het risico van een te zwaar aangezette vergelijking: er was eerder een enkele supermacht, gebaseerd op een allesoverheersend militair overwicht, die de gehele `beschaafde' wereld controleerde. Langzamerhand kwam dat rijk in de ban van de christelijke dogma's, die het rationele denken, dat het van de geletterde maar verzwakte oosterburen had geërfd, verstikten. Dat was het Romeinse keizerrijk in de vierde eeuw na Christus. Zoals onder andere door classicus Charles Freeman wordt betoogd in `The Closing of the Western Mind', legde keizer Constantijn de Grote vanuit voornamelijk politieke motieven de strenge christelijke leer op die zich zo vijandig opstelde tegenover de `lege logica' van de Griekse filosofen. Het duurde bijna tien eeuwen voordat het licht van de rede weer binnenviel in het duistere mystieke denken.

Als je dezer dagen een helikoptertocht maakt over de Grand Canyon, die midden in de Republikeinse `Rode Zee' van Middle America ligt, tussen de blauwe Oost- en Westkust, dan krijg je van de gids te horen dat er twee theorieën zijn over het ontstaan van dit natuurwonder. De ironie wil dat nu net dít gebied in de tijd van de dinosauriërs inderdaad een tropische zee was. Het zijn de fossielen uit die tijd die daar nu zomaar brutaal hun schedels uit de grond steken. Als een zichtbare protestactie van Moeder Natuur.