Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Voetbal

Het Nederlands elftal bestaat honderd jaar

In de eerste officiële interland van het Nederlands elftal, honderd jaar geleden, werd België (na verlenging) met 4-1 verslagen. `Snel achter elkaar maakten de onzen na overdonderend spel drie prachtige doelpunten.'

Het Nederlands elftal viert vandaag zijn honderdste verjaardag. Op 30 april 1905 werd de eerste officiële interland gespeeld én gewonnen. In Antwerpen verloor België (na verlenging) met 4-1. Het Nederlandse voetbal was destijds conservatief en speelde zonder franje conform de volksaard en de manier van oorlogvoeren.

Al voor 1905 had regelmatig een officieus Nederlands elftal op het veld gestaan. De eerste keer was op 6 februari 1894 in Rotterdam tegen het Engelse Felixstown. Met onder anderen J.C. SchRÖder, de latere hoofdredacteur van De Telegraaf, en J.B. Kan, die nog minister zou worden en de vader was van de beroemde cabaretier Wim Kan.

Er zijn veertien van die pseudo-interlands gespeeld, altijd tegen een clubteam. In 1904 werd de wereldvoetbalbond FIFA opgericht, onder wiens auspiciën die 30ste april tegen België werd gespeeld. Vanaf dat moment was sprake van officiële interlands.

Meteen werd er een prijs aan verbonden: de winnaar van België-Nederland kreeg de zogenaamde `Coupe van den Abeele', beter bekend als het `Koperen Dingetje'. Die bokaal was ook de reden dat er na negentig minuten werd doorgespeeld: het was na de reguliere speeltijd 1-1. `Derhalve verlenging', schreef KNVB-erelid A.J. Bronkhorst later. `In het laatste kwartier hebben wij (nog geen honderd supporters) momenten beleefd, vol emoties. Snel achter elkaar maakten de onzen na overdonderend spel drie prachtige doelpunten en wij wonnen met 4-1.'

Op 15 mei werd de terugwedstrijd gespeeld op het Schuttersveld in Rotterdam voor het onwaarschijnlijk grote aantal toeschouwers van 30.000 mensen. Zonder stadion, zonder tribunes!

`De verwachting werd verre overtroffen', aldus Bronkhorst eufemistisch. `Een propaganda voor ons spel, zooals geen vijftig pers- en propagandacommissies tot stand zouden kunnen brengen.' En weer won Nederland: nu met 4-0, zonder verlenging. En weer een prijs: `Den Rotterdamschen Nieuwsbladbeker'.

Eén van de oerinternationals van 30 april 1905 was Dirk (D'n Dirk) Lotsy neef van de latere sportofficial Karel Lotsy. In 1925 keek hij terug op zijn internationale voetballoopbaan en hoe belangrijk het was om voor het Nederlands elftal team uit te komen: `De Hollandsche jongens zullen hebben te toonen, wat zij in hunne jeugd-uiting op sportgebied vermogen, dat zij waardige afstammelingen zijn van een energiek en sterk voorgeslacht, dat zij kunnen tellen voor twee.'

Voor een goede voetballer was het volgens hem zelfs onmisbaar uit te komen voor zijn land: `Het clubleven te veel, te uitsluitend voor zichzelf leven, maakt egoïstisch en bekrompen, het verwordt tot inteelt en dus tot verzwakking.'

Terugdenkend aan zijn jonge jaren kreeg Lotsy het van nostalgie bijna te kwaad: `Eerlijk flink schouderwerk werd heel veel toegepast, het was een lust om te zien, die tweegevechten van jeugdige kracht.' Met andere woorden: als international liep je snel een bloedneus op ook in 1905.

Stevig voetbal dus, ongetwijfeld in kameraadschappelijke omstandigheden, maar hoe was het Nederlands voetbal eigenlijk in die tijd? Bestond er in 1905 eigenlijk al een Nederlandse stijl? Jazeker, concludeerde C. Wedema in 1947 in zijn prachtige boek Voetbaltactiek. Een sportstudie.

Hoewel: `We spreken dan wel vooral over de stijl van het westen van het land, want daar kwamen de internationals vandaan. En westerlingen waren rad van tong en doortastend op het veld. De zuiderling echter in 1905 steunt voor een goed deel op enthousiaste explosies en tempo. In het oosten de stoere, krachtige speler, qualiteiten, welke hij deelt met de noorderlingen, wiens wilskracht daarnaast in bijzondere gevallen tot uitzonderlijke resultaten kan leiden. Het zijn stuk voor stuk klare symptonen van een verschil in geaardheid, hetwelk tusschen de onderscheidene volkeren uiteraard nog duidelijker aan het licht treedt.' Nederland leerde zijn volksaard opnieuw kennen door zijn gespeelde voetbal in interlands.

Wedema beschrijft die mentaliteit: `Wij, Nederlanders, zijn nuchter, geneigd tot conservatisme, koel en bedaard.' Net als met onze manier van oorlog voeren: `Voor gestadige actie, belegeringen, en het vermijden van risico's, liever dus uitputting van den vijand.' Of om Winston Churchill te citeren: `Nederland is een volk van dijken: dat wil zeggen, van beperkte gezichtseinders en onverstoorbare langgerektheid.'

Zo werd er in die tijd ook gevoetbald in Nederland: afwachtend, met overleg, `met voorbijziening van het risico'. Dat betekende dat de kortste weg werd gezocht naar het vijandelijke doel, over de lengte-as en niet risicovol over de vleugels. `Zonder omhaal, zonder versiering, maar sober.'

Nederland was hier trots op, maar dat is een kwestie van perspectief. `Brengt de Etna naar Nederland', bromde ooit een reiziger in dit land, `en binnen acht dagen zou zij opgehouden hebben te rooken.'

Rectificatie / Gerectificeerd

In het bijschrift onder de foto bij het artikel Het Nederlands elftal bestaat honderd jaar (30 april, pagina 9) is een van de Nederlandse spelers die in 1905 tegen België aantraden Beelkes genoemd. Het gaat om Reinier Beeuwkes, tot 1910 de vaste keeper van Oranje.