Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Oorlog

Festivals, theaters én de Scala

Als nieuwe directeur van de Scala in Milaan moet Stéphane Lissner de interne conflicten van het operahuis oplossen. Het wordt zijn vijfde functie.

Hoe briljant hij ook heet te zijn, er is reden tot enige verwondering over de benoeming van de Fransman Stéphane Lissner (52) tot intendant en artistiek directeur van de Scala in Milaan. Lissner komt als eerste niet-Italiaan aan het hoofd te staan van het wereldberoemde, in 1778 geopende walhalla van de lyrische opera. Maar verbazingwekkender is dat het bestuur een eind wil maken aan het grote interne conflict dat de Scala al enkele jaren teistert met de benoeming van iemand die nog zoveel andere vooraanstaande posities bekleedt.

Niet alleen gaat Lissner in Milaan verantwoordelijkheden aan die tot zijn benoeming door twee personen werden waargenomen, hij blijft ook directeur van het door hem tot vooraanstaand evenement gemaakte Festival van Aix-en-Provence. Daarnaast is hij muzikaal directeur van de Wiener Festwochen, co-directeur (samen met theaterman Peter Brook) van het Parijse Théâtre des Bouffes-du-Nord én directeur van het muziektheater Théâtre de la Madeleine.

Vijf zware, vergelijkbare functies – kennelijk beschikt één persoon over voldoende tijd om ze allemaal naar behoren te vervullen, en kennelijk is het bestuur van de Scala ook niet bang voor loyaliteitsconflicten. Het in Lissner gestelde vertrouwen houdt verband met zijn vooral bestuurlijke loopbaan – een parcours dat niet alleen in de Nederlandse kunstwereld het afgelopen decennium meer gewicht in de schaal is gaan leggen dan artistieke sporen.

Lissner werd in Frankrijk geboren als zoon van Hongaars-Russische immigranten. In 1972 richtte hij het Théâtre Mécanique op, vervolgens werkte hij bij het Théâtre d'Aubervilliers en het Centre Dramatique National in Nice. Opera en muziektheater komen bij toeval op zijn weg, als Lissner in 1983 toetreedt tot de staf van het Théâtre du Châtelet in Parijs. Hij wordt er in 1988 algemeen directeur en vestigt er zijn reputatie met drukbezochte lunchconcerten en modern repertoire. Na een kort, minder succesvol intermezzo als leider van het Orchestre de Paris en een benoeming, in 1996, tot directeur van de Opera van Madrid, die zonder gevolg blijft omdat de rechtse regering van José-Maria Aznar er niet mee akkoord gaat, wordt Lissner in 1998 leider van het festival in Aix. Hij blaast het nieuw leven in met een spectaculaire programmering, van oud repertoire in moderne ensceneringen. Hij bouwt een nieuw theater in de cour van het aartsbisschoppelijk paleis, renoveert een ander theater en zorgt voor nog een zaal van 1700 plaatsen, die in 2007 geopend wordt.

Lissners kalmte tijdens de protestacties van de zogeheten `intermittents', contractmedewerkers in de kunsten, die in de zomer van 2003 tot afgelasting van het festival leidden, bleef ook niet onopgemerkt. ,,De rust van het publiek is niet langer gegarandeerd'', zei hij, om zich vervolgens hardop af te vragen hoe de `aandeelhouders' (staat, stad, regio en departement) van plan waren een faillissement af te wenden. Het kwam hem op loftuitingen van de minister van Cultuur te staan, toen hij enkele maanden later benoemd werd tot leider van de Festwochen in Wenen.