Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Oorlog

Een nieuwe oorlog valt niet uit te sluiten

China is boos om het Japanse oorlogsverleden. Maar de echte strijd met Japan gaat over Taiwan, politieke macht en energiebronnen. Intussen gaat de handel gewoon door.

Een nieuwe Chinees-Japanse oorlog? Song Chengyou, verbonden aan het Onderzoeksinstituut van Japan van de Universiteit van Peking, sluit die mogelijkheid op den duur niet uit.

De afgelopen weken zijn de spanningen tussen China en Japan hoog opgelopen over het Japanse oorlogsverleden, maar die controverse is eigenlijk maar bijzaak, zegt Song. Als er oorlog komt, zegt hij, zal die uit geopolitieke overwegingen worden gevoerd. Met Taiwan als inzet, bijvoorbeeld. ,,Als Taiwan zich onafhankelijk verklaart, en Japan steunt Taiwan, dan kan China niet anders reageren dan met een oorlog tegen Japan.''

Song noemt het voorbeeld niet voor niets. Afgelopen februari nog verklaarde Japan dat het zich samen met de Verenigde Staten wil inzetten voor een ,,vreedzame hereniging'' van China en Taiwan. Volgens Peking betekent het dat Japan de VS en Taiwan militair zal steunen als China het eiland aanvalt. En in zijn laatste defensierapport heeft Japan China voor het eerst aangeduid als een `veiligheidsrisico'.

China voert zijn defensiebudget al jaren sterk op, en legt niet langer de nadruk op de verdediging van zijn landsgrenzen met Rusland en India, maar op het ontwikkelen van een moderne marinevloot en luchtmacht. Die kunnen niet alleen in het geval van een conflict met Taiwan, maar ook bij andere conflicten in Oost- en Zuid-Oost Azië worden ingezet.

Japan van zijn kant wil zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog een militaire rol spelen die meer in overeenstemming is met zijn economische en politieke gewicht. Het breidt daartoe zijn deelname aan internationale vredesmachten steeds verder uit. In het verlengde daarvan ligt zijn wens een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad te krijgen.

China voelt daar bitter weinig voor, maar veel argumenten tegen heeft Peking eigenlijk niet. Na de VS is Japan immers de grootste economie ter wereld, dus het is te verwachten dat Japan een plaats in de Veiligheidsraad opeist, naast China. In China wonen ruim tien keer zo veel mensen als in Japan, maar de Japanse economie is wel ruim 2,5 keer groter. En belangrijk ook: Japan is een van de grootste donoren van de Verenigde Naties, terwijl China nog nauwelijks bijdraagt.

China heeft echter één troefkaart, die het steeds weer op tafel legt: het Japanse oorlogsverleden. ,,Duitsland heeft inmiddels bewezen dat het oprecht spijt heeft van de oorlog, Japan niet. Japan maakt wel excuses, maar ondertussen blijven regeringsleiders naar de Yasukuni-tempel gaan, waar ook oorlogsmisdadigers worden herdacht. Japan is dus niet oprecht'', verwoordt onderzoeker Song het Chinese standpunt.

Hij reageert fel op de suggestie dat Peking het Japanse oorlogsverleden alleen maar gebruikt om op morele gronden gelijk te krijgen in wat in feite een ordinaire economische, politieke en militaire machtsstrijd is. ,,Wat zouden jullie er in Nederland van vinden als de Duitse overheid nog elk jaar de dood van Hitler of van Goebbels zou herdenken?'', zegt Song.

Volgens Song verlangen veel Japanners terug naar de tijd dat Japan een groot keizerrijk was, met kolonieën in Azië. ,,Die gevoelens zijn de laatste tijd sterker geworden'', meent Song. ,,China kan gewoonweg niet toestaan dat Japan weer een imperialistische mogendheid wordt.''

Japan en China worden steeds meer elkaars concurrenten als het gaat om de vraag naar grondstoffen en de zoektocht naar energie. Beide landen hebben fel en langdurig strijd gevoerd over een Russische oliepijpleiding, die eerst naar China zou worden aangelegd. Onder druk van Japan heeft Rusland uiteindelijk toch besloten de leiding te laten uitmonden in een Russische zeehaven in Oost-Siberië. Vandaar zal de olie per schip naar Japan en andere landen worden vervoerd, tot groot verdriet van China.

China zoekt in de Oost-Chinese Zee naar olie en gas. Dat doet het land net aan de rand van het zeegebied dat nog onder Chinees beheer valt. Japan is bang dat China van daaruit ook gas en olie naar zich toe gaat zuigen die zich nu nog in Japans territorium bevinden. Japan gaf daarom eerder deze maand vergunning aan Japanse bedrijven om ook te gaan boren.

Song sluit niet uit dat conflicten over energie in de Oost-Chinese Zee zullen leiden tot kortdurende militaire aanvaringen tussen beide landen. ,,We zoeken aan onze kant naar olie en gas, dus we hebben het recht om Japan tegen te houden als het dat wil verhinderen'', zegt Song.

Politiek mogen de Chinees-Japanse relaties dan op een ongekend dieptepunt zijn aangeland, economisch zijn de landen nog nooit zo nauw met elkaar verweven geweest. China's sterke economische groei is voor Japan veel eerder profijtelijk dan bedreigend. China heeft goedkope arbeid, Japan heeft hoogwaardige technologie. Dat maakt de landen tot natuurlijke economische partners. China werd vorig jaar de belangrijkste handelspartner van Japan, de VS voorbijstrevend.

Veel anti-Japanse demonstranten riepen de afgelopen weken op tot boycot van Japanse producten. Song is niet onder de indruk ,,Hoe moet je vandaag de dag nog bepalen wat een Japans en wat een Chinees product is? Veel Japanse merken worden in China gemaakt, door Chinese arbeiders. Dus wie boycot je nu eigenlijk precies als je geen Sony koopt?''

Song is ook niet bang dat Japanse investeerders zich na de jongste gebeurtenissen massaal terugtrekken uit China. Bovendien: ,,Als we minder Japanse investeerders krijgen, dan stappen Europa en Amerika toch meteen in dat gat?'' Niemand wil de boot missen in China.