Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Dit zijn de boodschappen voor arm Nederland

Bedrijven gooien voedsel weg omdat blikken zijn gedeukt of data verstreken. En dat kost zo'n onderneming geld. Tegelijk zijn duizenden gezinnen in Nederland te arm om goed te eten. Een werkloos Rotterdams echtpaar bedacht de voedselbank: resten inzamelen en uitdelen.

In de loods staat een muur van groene pakjes Cup-a-soup. Voedingsconcern Unilever veranderde de verpakking en wilde deze pakjes niet meer verkopen. Er zijn dozen vol Hero-dessertsaus, die nog wel houdbaar is maar niet houdbaar genoeg om in de winkel te verkopen. En dozen met flessen Karvan Cévitam-aanmaaklimonade – de dozen waren gevallen, enkele flessen kregen een deuk en dan gooien ze bij Karvan Cévitam de hele doos weg.

Althans, dat deden ze. Totdat Clara en Sjaak Sies, een werkloos echtpaar in Rotterdam, drie jaar geleden de voedselbank oprichtten. Sinds vorig jaar beschikt de voedselbank over een loods in het Rotterdamse havengebied. Die huren ze voor 1 euro per jaar van het Gemeentelijk Havenbedrijf. De ruimte is 1.800 vierkante meter groot. Een vorkheftruck verplaatst pallets vol blikken, flessen en doosjes die volgens de huidige supermarktnormen niet meer te verkopen zijn. Maar die nog niet bedorven zijn.

Sinds drie weken kunnen ze er ook producten als hamburgers kwijt, omdat enkele koelingsbedrijven gratis een koelinstallatie van 200 vierkante meter hebben gebouwd, midden in de loods. In die koel-unit is het vijf graden. Sinds december kunnen bedrijven ook hun overtollige producten kwijt bij voedselbanken in Middelburg, Gorinchem en Breda. In Groningen, Den Haag, Venlo en Meppel kon het al langer. Voedselbanken zijn het afgelopen jaar in hoog tempo opgericht in heel Nederland. Ze zijn onafhankelijk van de overheid en draaien op giften en inmiddels honderden vrijwilligers.

Dozen met voedsel laten vernietigen kost geld. En dus, bedachten Clara en Sjaak, is een voedselbank de oplossing: bedrijven raken gratis hun resten kwijt en arme mensen kunnen die gratis opeten. Er moest alleen een schakel komen tussen die twee partijen, een gratis schakel. En dat zijn zij – Clara (52) en Sjaak (62), moeder en vader van vijf kinderen. Met inmiddels honderden vrijwilligers die alleen al in Rotterdam-Rijnmond 32 uitdeelposten bemannen. In kerken, buurthuizen en zelfs particuliere garageboxen in de regio komen elke week 1.100 arme gezinnen een voedselpakket afhalen.

Arme mensen? Die zijn er niet in Nederland. Althans, niet in Gorinchem, vindt het Gorinchems college van burgemeester en wethouders (VVD, Stadsbelang, SGP en PvdA). Het stadsbestuur gaat dan ook niet in op het verzoek om subsidie voor de nieuwe voedselbank in de stad. ,,Als we dat wel doen, erkennen we dat ons sociale vangnet niet functioneert'', verklaart de woordvoerder van het college. ,,En dat functioneert wel. We hebben de bijstand, schuldhulpverlening, we hebben gezinnen gecompenseerd toen de Zalmsnip werd afgeschaft, we hebben de gemeentelijke kredietbank. Als je een acuut probleem hebt, kun je ook tijdelijke financiële steun krijgen van de gemeente.'' Over al die regelingen worden mensen met een uitkering in Gorinchem regelmatig geïnformeerd.

Er zijn natuurlijk altijd mensen die arm blijven omdat ze niet met geld kunnen omgaan, zegt de Gorinchemse woordvoerder. ,,Een man met een uitkering vroeg laatst geld voor een nieuwe wasmachine. Maar hij had 3.000 euro openstaan aan boetes omdat hij te hard rijdt. Hij kan dus ook geen wasmachine betalen. Daar kunnen we niet aan beginnen. Hij moet eerst die boetes aflossen en dán komt hij misschien in aanmerking voor een nieuwe wasmachine.''

Armoede bestaat wel degelijk en op grote schaal volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau: zo'n 636.000 Nederlanders moeten alles doen van 800 euro netto per maand. Dat zijn mensen die leven van een bijstandsuitkering, een AOW-uitkering of sommige WAO-uitkeringen.

Neem Melanie die neerploft op een stoel in een kamer van de Grote Kerk in Gorinchem. ,,Damian niet rennen'', roept ze naar haar zoontje. Damian rent door de grote kerk waar ze op bezoek zijn. Hij tilt vloermatten op, kijkt of er iets onder zit, hangt even aan een tafelblad, grijpt een suikerklontje. Damian kan niet stilzitten. Hij wordt volgende week getest omdat hij volgens zijn moeder de concentratiestoornis ADHD heeft. Ze is gescheiden en zorgt alleen voor hem. Damian draagt een zwarte honkbalpet, waaronder een oorbel glinstert, een zwart bomberjack, zwarte broek en gympen. Hij is net drie.

Melanie heeft veel aan haar hoofd. Tot voor kort woonde ze bij haar vader en zijn vriendin, maar die eisten opeens dat ze `kostgeld' zou betalen. ,,Zodat hij meer geld aan háár kon spenderen natuurlijk'', zegt Melanie. Kostgeld kon ze niet opbrengen, vertelt ze. En dus heeft haar vader haar en Damian ,,eruit geflikkerd''. Ze lacht, haalt haar schouders op. Nu woont ze met Damian in een `tijdelijk wonen'-project van maatschappelijk werk. Met andere tijdelijke bewoners deelt ze een keuken. Op termijn moet ze weer zelfstandig wonen.

Melanie heeft na de huur, stroom, verzekeringen, beltegoed en de aflossing van schulden nog geen 175 euro per maand over om met Damian van te eten, drinken en wassen. Dat verzint ze niet, dat is vastgesteld door maatschappelijk werk in Gorinchem aan de hand van documenten. Ze heeft een bijstandsuitkering.

Daarom zitten Melanie en Damian vanmiddag in de grote kerk. Ze komen een voedselpakket ophalen bij de voedselbank. Eén van de 56 dozen die vrijwilligers deze week hebben gevuld. Er zit vandaag een pak rijst in, een bruin brood, een pak Cup-a-soup-sachets, een paar ons spruitjes, een pakje Pickwick-thee, een pot Bonduelle-zuurgoed, een pot suikervervanger en een flesje room. Dat scheelt weer, zegt Melanie.

Verpaupering

Clara en Sjaak Sies hadden tot 1986 een kledingzaak in Rotterdam. Hun wijk verpauperde en tegelijk groeide de concurrentie op het gebied van goedkope kleding. ,,Het liep gewoon niet meer. De enige manier om het hoofd boven water te houden was door zwart te rommelen of over lijken te gaan en daar hadden we geen zin in'', vertelt Clara. Een nare periode volgde: ze sloten de zaak met schulden en belandden in de bijstand. Clara kreeg weer administratief werk, maar moest er na een paar jaar mee stoppen wegens haar gezondheid. ,,Het arbeidsbureau verklaarde ons `onbemiddelbaar'. Maar we wilden niet thuiszitten op kosten van de samenleving. Eén keer, toen Sjaak op het arbeidsbureau om werk vroeg, werd hij keihard uitgelachen. `Ach meneer, gaat u maar vrijwilligerswerk doen', zeiden ze.''

Clara: ,,We lazen eind jaren negentig dat er zo veel armen waren terwijl dat te gek voor woorden is in een rijk land als dit. Wij zijn christenen en wilden onze verantwoordelijkheid als christen nemen, zónder te evangeliseren. We doen geen folders in de voedselpakketten.''

Vanuit hun slaapkamer – het bed diende als bureau – zijn ze in 2002 de eerste voedselbank begonnen. Tientallen voedingsbedrijven belden ze, sommige wel tien keer voordat die sjoege gaven. ,,Eerst moet je een paar keer bellen voordat iemand op zijn plek zit. Dan héb je die, maar die heeft nog nooit van je gehoord. Die moet het met een hogere in het bedrijf bespreken en die volgende ook weer. Zo ga je stapje voor stapje omhoog. Met Unilever, bijvoorbeeld, zijn we meer dan een jaar bezig geweest voordat we de juiste, hoogste, persoon gestrikt hadden. Nu loopt dat met Unilever heel goed. We merken dat vrijwilligers die niet uit de commerciële wereld komen het heel moeilijk vinden om enthousiast te blijven als ze tien keer `nee' hebben gehoord. Maar je móét die elfde keer toch weer enthousiast zijn. Je mag je teleurstelling nooit laten blijken.''

In de zomer van 2002 had een aantal kerken dertig gezinnen gevonden die een voedselpakket nodig hadden. Nu zijn het er alleen in Rotterdam-Rijnmond 1.100. Op een gegeven moment werd bij de Siesen thuis de eetkamer het kantoor. Clara: ,,Al die papieren verspreid over de eettafel! We aten voor de televisie met het bord op schoot. We waren van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat aan het regelen, vanuit huis. We hadden geen gezinsleven meer, het werd te gek. We hebben een dochter van dertien thuis.'' Begin vorig jaar kregen ze de loods aangeboden door het Rotterdams Havenbedrijf. Daar houden ze nu kantoor. Clara houdt zich vier dagen bezig met de voedselbank, Sjaak vijf. Nog altijd vrijwillig.

In het kantoortje zit Clara mailtjes te verwerken van bedrijven die overgebleven voedsel aanbieden. Ze is een kleine, spontane vrouw met een haast kinderlijke verbazing over de bloei van de voedselbank. ,,Wat mensen allemaal doen om te helpen'', zegt ze. ,,Ik sta elke dag verbaasd.'' De Voedselbank heeft inmiddels de logistieke proporties van een grote supermarkt: medewerkers halen met busjes voedsel op bij bedrijven, stapelen het op in de loods, sorteren het weer en brengen het vervolgens naar de uitdeelposten. Dat voedsel mag niet bederven.

Sommige bedrijven, zoals Unilever en Hero, die regelmatig leveren, brengen de restpartijen zelf bij de loods. Dat kunnen ze niet bij alle voedselbanken in Nederland, dus leveren ze op één plek, in de Rotterdamse haven. Daar halen andere voedselbank-vrijwilligers elke week weer bulkvoorraad op.

Clara registreert alle gezinnen in de regio Rotterdam die worden aangemeld voor voedselpakketten. ,,Dat moet worden gedaan door een officiële instantie, zoals maatschappelijk werk, de sociale dienst of de huisarts. Want zij moeten aantonen dat die persoon maar 150 euro netto te besteden heeft per maand, na vaste lasten. In het begin kon iederen zelf aankloppen voor een pakket, maar we willen zeker weten dat het alleen naar de allerarmsten gaat.''

Zoals de moeder van vier kinderen in Capelle aan den IJssel. Ze kreeg onlangs bezoek van haar huisarts, die zich rot schrok. De twee jongste kinderen moesten met spoed naar het ziekenhuis wegens ondervoeding. ,,Die moeder was helemaal murw, apathisch. Ze ondernam niets meer.'' Het gezin krijgt nu een voedselpakket.

Solidariteit

Naarmate een land een hoger ontwikkelde staat van verzorging heeft, voelt de bevolking mÍnder solidariteit met medeburgers (de staat lost immers alles op – met uitkeringen, tehuizen en andere voorzieningen), zo blijkt uit onderzoek van de Tilburgse socioloog dr. W. van Oorschot. ,,Tegelijk zijn er in hoger ontwikkelde verzorgingsstaten gemiddeld méér mensen die zich inzetten voor anderen als vrijwilliger, omdat ze dankzij die verzorgingsstaat meer tijd en geld hebben om dat te doen. In landen als Portugal, Spanje en Griekenland, die een laag ontwikkelde staat van verzorging hebben, voelen mensen meer solidariteit met de zwakkeren dan wij. Maar ze zijn allemaal te druk bezig, met werken of hun familie helpen, om zich in te zetten als vrijwilliger.'' De vraag aan Van Oorschot of particulieren zich sneller belangeloos inspannen voor zwakkeren als de overheid fors bezuinigt, is nog niet te beantwoorden, zegt hij. ,,Eerst zou de verzorgingsstaat substantieel moeten afbrokkelen en dan zou je 20 jaar lang moeten kijken naar het gedrag van particulieren om te weten of zij de zorg daadwerkelijk overnemen.'' Hij verwacht van niet.

Wie zijn dan die honderden vrijwilligers die zich sinds kort overal in het land inzetten voor hun armere stadsgenoten?

Jo van der Wal is er één, een kordate vrouw van in de vijftig. Ze staat vanmiddag in de kerk in Gorinchem met vier andere vrouwen de voedselvoorraad te verdelen over dozen. Ze kent haar cijfers. Op de vraag hoeveel inwoners van Gorinchem allochtoon zijn, antwoordt ze prompt: ,,Zeventien procent.'' Ze wijst naar een paar voedselpakketten die ze apart heeft gezet. ,,We hebben één hindoe-doos, zonder rundvlees, en twee moslimdozen, zonder varkensvlees. En de rest is gewoon. Als er brood over is, krijgen de gezinnen met kinderen extra brood. Ik vind de inhoud overigens wat mager deze week, weinig extraatjes.''

,,We zijn strikt hoor'', zegt Van der Wal. ,,We zorgen echt dat alleen de armsten een pakket krijgen. Er kwam laatst een invalide vrouw. Ik weet dat zij een persoonsgebonden budget heeft, als invalide, en dat had ze niet eerlijk ingevuld op de aanvraagformulieren. Dus zij krijgt niets.'' Kijk, zegt Jo, sommige werklozen hebben een auto. ,,Je zou kunnen eisen: eerst die auto weg. Maar zodra ze weer een baan hebben, hebben ze die auto nodig. Dus dat accepteren we.''

Er zijn duizenden mensen in Nederland die tijdelijk tussen wal en schip vallen - alle instanties, vangnetten en uitkeringen ten spijt, zegt Van der Wal. ,,Er zijn mensen die niet bekend zijn bij de sociale dienst, die maanden zitten te wachten op een WW-uitkering. Die hebben dan maandenlang géén inkomen. Mensen die het minimumloon verdienen hebben bijvoorbeeld geen vrijstellingen van gemeentelasten zoals mensen met de bijstand. Zij verdienen weinig en kunnen meestal niets sparen. Zíj zitten echt in de problemen als ze hun werk kwijtraken en maandenlang wachten op een uitkering.''

Twee euro

Laatst kwam een vrouw langs in de Grote Kerk in Gorinchem. ,,Ik heb nog twee euro deze week, daar kan ik brood en melk van kopen. Maar gelukkig krijg ik morgen het pakket van de voedselbank'', zei ze tegen Jo van der Wal. Van der Wal: ,,Die vrouw is 45 jaar, had een eigen zaak maar die is failliet gegaan. Ze kan alsmaar geen werk vinden. Ze let zó op haar centen dat ze weet dat ze elke maand 1,26 euro tekortkomt.''

Het moeilijkste voor de voedselbanken die net beginnen is lokale winkeliers en voedselproducenten enthousiast maken. De voedselbank in Rotterdam eist van de initiatiefnemers in Amsterdam dat die pas beginnen als ze een eigen netwerk hebben opgebouwd. Clara Sies; ,,We verwachten dat de vraag in Amsterdam zo groot zal zijn dat wij die onmogelijk kunnen bedienen. Ze moeten zelf opslagruimte en voedselproducenten regelen.'' In Gorinchem is dat laatste tot nu toe gelukt met één producent: Bakker Bas.

Bakker Bas heeft een ouderwetse bakkerij, met elf mensen in dienst. Omdat eigenaar Bas Hendrikx moet concurreren met supermarktketens, zorgt hij dat de schappen de hele dag vol liggen. Ook om vijf uur 's middags. ,,Er blijven dus ook altijd broden over'', vertelt hij. De ene keer tien, de andere keer veertig. Sinds kort heeft hij er een goede bestemming voor: de voedselbank. Hij snijdt de broden, verpakt ze en legt ze in de diepvries. Een keer in de week komen vrijwilligers van de voedselbank een berg broden bij hem halen. Hendrikx: ,,De overgebleven broden gingen naar het dierenasiel en de paarden van een boer hier. Nu gaan ze naar mensen.''