Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

`Deze bundel klopt van A tot Z'

Voor zijn bundel De zon en de wereld ontving dichter Arjen Duinker vorige week de VSB Poëzieprijs 2005. ,,Ik hou er van sterke dingen te maken.''

,,Net als menigeen gebruik ik woorden als inhoud, persoonlijkheid en essentie. Maar ik kan die begrippen niet duiden. Voor mij bestaan ze niet. Het blijven rare, vage abstracta. Wel fascinerende abstracta, lollig om te gebruiken in poëzie. In mijn werk probeer ik het concrete te abstraheren en het abstracte te concretiseren. Al weet ik niet of ik daarmee iets zeg.''

De drie woorden staan centraal in een titelloos gedicht uit zijn debuutbundel Rode oever (1988), waarnaar vaak wordt verwezen om de ongrijpbare poëzie van Duinker te karakteriseren. `Op een zeer absolute dag,/ (...)/ zal ik, blaffend ten strijde trekken.// Tegen de Inhoud./ Tegen de Persoonlijkheid/ Tegen de Essentie.' Uit de voorwaarde in de eerste regel volgt dat hij die strijd niet voert, zegt Duinker. ,,Die dag komt nooit, dat is een van de grappen in dit gedicht.'' Niet tegen de inhoud, maar tegen het gemak waarmee mensen over inhoud praten en denken te weten waar ze over praten? ,,Ja, daar gaat het veel meer om.''

Vorige week ontving de Delftse dichter (1956) de VSB Poëzieprijs. Zijn De zon en de wereld werd gekozen door tot beste bundel van 2004. Opmerkelijk genoeg is van de twee lange gedichten waaruit de bundel bestaat, alleen De wereld afgedrukt. Het tweede staat op de bijgevoegde cd, in een dynamische tweespraak met schrijver Kees 't Hart. De wereld begint zo: `Daar gaat het antwoord/ Verrukkelijk antwoord in een taxi/ Ondanks winkels/ Of de bloem bloeit rood/ De bloem bloeit rood/ Rood bloeit de bloem/ Winkels zijn onzeker/ Onzekere winkels, ja, rood bloeit de bloem/ Op betekenis wordt lumineus geschoten'.

Zeer dominant aanwezig op de cd is de regel `De zon schijnt mooi'. Duinker: ,,Twintig jaar geleden schreef ik een honderd pagina's lang gedicht dat bestond uit links en rechts op de pagina `De zon schijnt', bijna zonder variatie. Ik dacht: het is te weinig, het is niet goed, maar ooit wil ik er iets mee doen. Een van de variaties was `De zon schijnt mooi'. Die versie was bruikbaar, verder heb ik alles weggegooid.''

,,Ik begin zonder te weten waar ik heen ga. Er zit herhaling in, associatie, ritme, onderbreking van het ritme, verschuiving, variatie, en nog veel meer. Die grootheden hanterend schrijf ik zo'n tekst. Dat gaat vanzelf.'' En dan duiken er beweringen op als `Sinaasappels zijn krankzinnig. ,,Dat springt mijn hoofd binnen. Misschien doordat ik een tijdje naar die tekst zit te staren. Of omdat ik wegloop, wetend dat ik de tekst een onderbreking nodig heeft.'' Waarom zou `Peren zijn krankzinnig' niet voldoen? ',,Dat loopt niet goed, is veel te weinig geladen. `Peren': dat emmert, dat blubt.'' De dichter kokhalst de letter l. ,,Welk woord eruit komt en welk onacceptabel is, volgt uit een complex van factoren dat mij ook niet duidelijk is.''

Bij de prijsuitreiking zei Duinker dat hij houdt van `geldige redeneringen'. Hij studeerde filosofie, de richting logica. Zonder af te studeren, ,,maar mijn zwak voor logica is onverminderd groot. Ik mag graag zeggen dat ik logisch redeneer in mijn poëzie. Deze bundel klopt van A tot Z.'' Hij grinnikt uitbundig. ,,Ik hou er van sterke dingen te maken, en wat zijn sterke dingen, heldere dingen, en wat zijn heldere dingen, nou wie weet verlangende dingen.''

Zijn eigen logica creëert de schijn van toevalligheid. ,,Het is niet zo dat de schrijver gek is en maar overloopt. Ik geef mezelf de ruimte om enerzijds de woorden los te laten en anderzijds te controleren. Dat kan voor een toevallige indruk zorgen. Het gaat mij om de mogelijkheden.'' Zijn stijl is kortaf en stellig, grammaticaal. Enjambementen zijn er niet om ambivalentie te veroorzaken. ,,Ik hou van fermheid.'' Zijn debuutbundel liep over van uitroeptekens. ,,Ik stond er niet bij stil dat het een bijkans verboden vorm was. Ik had gewoon zin in uitroeptekens.'' Niet omdat hij eind jaren tachtig dacht dat de poëzie anders moest? ,,O, vast en zeker. Het moest beter kunnen.''

Een van eerste gedichten die hij schreef, was Gedicht met idealen: `De moet/ een zijn'. Duinker: ,,Ik had een hoogleraar, Else Barth, die was gepromoveerd op het woordje `de'. Dat vond ik toch wel wat! Jaren later schreef ik dat zinnetje. Een fijn, verleidelijk gedicht. Het klopt.'' Schrijven heeft te maken met uitdaging, zegt hij. ,,Ik zoek een vorm die afleidt en misleidt.'' Is de lading van zijn poëzie veranderd in de loop van acht bundels? ,,Ik denk weinig na over wat ik doe. En al helemaal niet over wat ik gedaan heb.''

In de bekroonde bundel wordt ook gespeeld met het begrip `betekenis'. In een andere bundel draait een gedicht om de regel: `Er zijn mensen die zeggen dat alles om begrijpen draait.' Zo zijn er in elke bundel wel pesterige regels over de traditionele verwachtingen van de lezer van poëzie te ontdekken. Duinker: ,,Ik snap niks van begrijpen. Ik vraag me werkelijk af: heb ik ooit wel eens iets begrepen? Misschien mis ik een gen.'' Ligt dat niet aan zijn filosofische scholing? ,,Dat weet ik niet. Zou heel goed kunnen.'' Waarom dat spel, in regels als `Betekenis groeit op het land'? ,,Simpel. Ik heb dingen nodig om gedichten te maken. En daarbij breng ik graag concrete en abstracte zaken bij elkaar. Omdat ze elkaar in de weg zitten, of neerschieten, of opjutten. Of de lezer het bos insturen. Allemaal mooie dingen.''