Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Taal

De xenofobie van Het Groene Boekje

Het was hét uitgelezen moment geweest, misschien wel het enige moment, voor het republikeinse stukje dat al jaren in mijn hoofd zit. Dat had, vrij naar Alice in Wonderland, moeten eindigen in een vrolijk `Off with their heads!' – overdrachtelijk, want dat andere fossiel, de doodstraf, willen we natuurlijk ook niet terug. Dit moment gaat nu voorbij. Een zwangere Maxima in Auschwitz – en ik sta met gebonden handen. Bovendien is de discussie over de republiek in Nederland het privédomein van een handjevol belegen heren die niet in de gaten hebben dat zij bijna net zulke goede pr zijn voor het koningshuis als Maxima zelf.

Daarom gaat het nu over de Nederlandse woorden. Er is namelijk iets mis met de Nederlandse woorden. Tien jaar geleden was er ook al iets mis met de Nederlandse woorden, en dat hebben we geweten. Mensen zoals u en ik, die dachten dat ze wisten hoe ze Nederlands moesten schrijven, gewoon omdat het hun moedertaal is, ze het al hun hele leven om zich heen zien, het op school hebben leren lezen en schrijven, en nog altijd boeken en kranten lezen in die taal, werden streng terecht gewezen. Zo kon het niet langer! Alles moest anders.

Waarom? Wie deze vraag kan beantwoorden, heeft het mysterie van de Nederlandse volksaard doorgrond, kan vast ook helder uitleggen waarom de bananen krom zijn, en weet vermoedelijk zelfs wat er voor de oerknal was. Laten we dus een poging wagen.

In feite zijn er twee vragen. Waarom werd er besloten dat er iets mis is met de Nederlandse woorden, terwijl bijvoorbeeld Engelse of Franse woorden al eeuwen met dezelfde spelling toekunnen? En waarom werd aan de nieuwe spelling massaal gevolg gegeven, door kranten, uitgeverijen, gewone mensen, terwijl iedereen de nieuwe regels even belachelijk als onbegrijpelijk vond, en de nieuwe spelling slechts verplicht was bij de overheid en op scholen?

Dat er nu iets mis is met de Nederlandse woorden, 24 stuks in totaal (`de derde uitzonderingscategorie op de hoofdregel voor de tussen-n'), is een gevolg van de conclusie tien jaar geleden dat er iets mis was met de Nederlandse woorden. En dát was weer de schuld van de bastaardwoorden. Bastaardwoorden zijn ingeburgerde leenwoorden, woorden van allochtone herkomst die zich als Nederlandse woorden zijn gaan gedragen. Denkt u bijvoorbeeld aan contract, kopie, product, oktober. Ze verschillen weer van `woorden van vreemde herkomst' doordat die altijd als uitheems herkenbaar blijven – champagne, guillotine, interview, pizza. Die zijn dus niet ingeburgerd.

Het onderscheid tussen beide was niet altijd even duidelijk. Na wat geharrewar werd er een trucje bedacht om `vreemd' van `bastaard' te onderscheiden (de laatste had geen `uitheemse klanken'). En terwijl de `vreemde' woorden in de oorspronkelijke `vreemde' spelling gehandhaafd zouden blijven, werd van de bastaardwoorden geëist dat die zich aanpasten aan het Nederlandse systeem. Bastaardwoorden hadden vaak een dubbele identiteit, met een voorkeursspelling en een toegelaten variant. Dit nu veroorzaakte `chaos', aldus de Taalunie, die de commissie-Geerts de opdracht gaf een `consistente regeling' voor de bastaardwoorden te bedenken. Voortaan mochten de bastaardwoorden slechts één identiteit hebben. In één moeite door werd een poging ondernomen om onregelmatigheden in samengestelde woorden middels de tussen-n gelijk te schakelen. De ingeburgerde bastaards en de (al dan niet nieuwe) samenstellingen waren er tenslotte de schuld van dat het Nederlands zo `inconsequent', `moeilijk' en `onlogisch' was.

Kortom, er was iets mis met de Nederlandse woorden, vooral die van vreemde herkomst. Blijkbaar houden we niet zo van uitzonderingen, van onvolkomenheden, van bastaards, van dubbele spellingen waarvan er dan ook nog eens eentje minderwaardig was aan de andere. Waarom zouden die paar kromme slootjes in het Nederlandse taallandschap dan niet rechtgetrokken kunnen worden met wat nieuwe regels, de laatste hobbels gladgestreken, troebele plassen ingepolderd? Logica, helderheid, eenvoud lagen binnen ons bereik.

Het resultaat van die pogingen is bekend. Maar het Nederlandse onvermogen om grilligheden of afwijkingen in zowel taal als maatschappij te accepteren, blijft een opmerkelijk fenomeen. Nuchter? Het ideaal is de norm hier, en waar nodig wordt de werkelijkheid daaraan aangepast, ondergeschikt gemaakt of gewoon genegeerd. Vervolgens houden we, zoals de Amerikaanse historicus James Kennedy afgelopen woensdag in deze krant schreef, onze gekoesterde consensus desnoods verbeten en krampachtig net zolang vol totdat we, in één radicale onwenteling, weer een nieuw dogma kunnen omarmen.

Ligt dus een verklaring in onze hang naar efficiency, regelzucht, paternalisme, diepgeworteld comformisme, volgzaamheid? Wat mij het meeste treft aan de Nederlandse spellingsverwarring is een zekere starheid en angstigheid – angst voor het vreemde, angst om af te wijken. Wie geen Het Groene Boekje bezit, kán zijn moedertaal niet beheersen. Nooit valt die paniek duidelijker waar te nemen dan tijdens de jaarlijkse Koninginnedag voor de Nederlandse taal, het Groot Dictee.

Ik bezit geen Het Groene Boekje. Wel hangt op het prikbord in mijn werkkamer een tien jaar oude cartoon van Stefan Verwey, waarin een boekverkoper tegen een klant zegt: `Het Groene Boekje vindt u bij humor'. Goed schrijven en spelling hebben minder met elkaar te maken dan we denken. Het leukste voorbeeld is natuurlijk Shakespeare, die zich niet eens interesseerde voor de correcte spelling van zijn eigen naam – hij tekende als Willm Shakp, William Shaksper, Wm Shakspe, William Shakspere, Willm Shakspere, en William Shakspeare. Om nog maar te zwijgen van Goethe, ook wel bekend als Göhte of Göte. Misschien kunnen we dus eens ophouden te zeuren over uiterlijkheden, en het gaan hebben over inhoud, betekenis, communicatie.