Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

De fietsparaplu

`Alsof je op de fiets zit, zo gemakkelijk vliegt dit toestel', zei Jacques Rosay, de testpiloot van de Airbus A380 na de eerste proefvlucht. Of misschien heeft hij `deze kist' gezegd. Piloten hebben het vaak over kisten als ze vliegtuigen bedoelen. Ik vind deze Airbus een wonder. Het opstijgen van een Jumbo 747 is al een gebeurtenis die me van eerbied vervult, telkens weer. En het geeft een weldadige sensatie, die dikke eend in een hoek van dertig graden (schat ik) opeens de aarde te zien verlaten om feilloos naar een andere kant van de wereld te vliegen. Als het louter om je plezier zou gaan, zou je ze liever zien opstijgen dan erin zitten. Want hoe groter het vliegtuig, hoe treuriger althans deze reiziger zich voelt. Zes tot acht uur met 350 of nog meer mensen op een hoogte van negen kilometer in een soort sigaar zitten is al geen pretje. Met 800 in de Airbus moet een straf zijn. Er worden wel verzachtende voorzieningen ingebouwd, een `sluimerkamer', een speelplaatsje voor de kinderen, een bar en een schoonheidssalon, maar ik ben bang dat die alleen voor de passagiers van de business en de eerste klas zijn. De rest zit tot de plaats van bestemming in baarmoederhouding, en goedkoper zal het er niet op worden. Over iets meer dan een jaar is de eerste commerciële vlucht. Bewaar dit stukje om te controleren of ik gelijk heb.

Hierna gaat het verder over de fiets, die ook aan voortdurende vooruitgang is blootgesteld. Eerst, nog ver in de vorige eeuw, kwam de mountain bike, de vervaarlijke tweewieler met terreinbanden en een speciaal stuur. In Nederland zijn geen bergen met een karrenspoor dat naar de top gaat. Hoger dan het drielandenpunt bij Vaals in Limburg bestaat bij ons niet, en het zou me niet verbazen als daar een mooi fietspad is aangelegd. De mountain bike is de voorloper, de fietsversie van de SUV, Sports Utility Vehicle, de pantserwagenachtige auto die de wens tot uiterste zelfbevestiging in de liefhebber wakker maakt. Bij ons ook PC Hooft-tractor genoemd omdat er vaak veel in die winkelstraat geparkeerd staan. Ik vind het geen gelukkige bijnaam. Er zit een rest van klassenstrijd in verborgen. Die periode hebben we achter de rug. Met je SUV sta je even lang op dezelfde perfect gebaande wegen in de file als met je Trabant. Intussen is er al een generatie opgegroeid die geen idee meer heeft van wat een Trabant is.

Nog veel verder terug in de vorige eeuw hadden we de bakfiets en de vrachtfiets van de melkboer. Bij de bakfiets was de laadruimte voor het stuur aangebracht. De melkboerenfiets was veel langer. De lading – rammelende glazen flessen – werd vervoerd in een faciliteit tussen de voorste en de achterste stang van het frame. Op de achterste zat het zadel met de melkboer. Het leek me een wankele constructie, het had een gevaarlijke aanblik.

De oude melkboer verdween, maar deze fiets is door een ondernemende constructeur in hergebruik genomen. De ruimte die vroeger bestemd was voor de flessen wordt nu in beslag genomen door een soort kist met bankjes. Met deze fiets vervoeren de ouders hun kleine kinderen. Nog altijd maakt dit geheel een wankele indruk, zeker met de passagiers. Maar zo te zien hebben die er plezier in, en vader of moeder fietst met evenveel virtuositeit als destijds de melkboer. Ze zien er over het algemeen progressief uit, rijden door rood en vaak op de stoep, zoals het een postmoderne fietser betaamt. Ze worden vergezeld door mijn schietgebedjes voor de goede afloop.

Deze nieuwe fabrikant is inventief. Hij maakt fietsen van allerlei modellen. Toch denk ik dat er nog een gat in de markt is. Regent het, dan zie je de laatste tijd meer en meer fietsers met één hand aan het stuur en in de andere een opgestoken paraplu. Daarmee worden de stabiliteit en het zicht op de weg al beperkt. Vaak waait het er ook nog bij. Dat schreeuwt helemaal om ongelukken.

Mij dunkt dat de tijd rijp is voor de fietsparaplu. Dat is een paraplu met een rechte steel, passend in een houder die boven de lamp aan de stuurstang is bevestigd en kan worden gebogen. De hoogte en de stand van het regenscherm kunnen naar de behoefte van de gebruiker worden aangepast. Dan wordt de steel met een schroef vastgezet. Het uitzicht wordt niet belemmerd, want het scherm is doorzichtig. Bovendien is het niet cirkelvormig maar ovaal, ongeveer als de valhelm van een wielrenner. Door de stroomlijn wordt de luchtweerstand bij het rijden verminderd, terwijl ook de vatbaarheid voor zijwind afneemt. Het is veiliger, het gaat sneller en je wordt minder nat. Misschien is er op den duur nog een voordeel. Het is denkbaar dat, als het niet regent, de fietsparaplu als zeil kan worden gebruikt, zodat je met windkracht over de weg wordt geblazen. Dat zal nog wel een paar experimenten vergen.

Nederland is vanouds het land van de fietsers, de regen en de wind. Zo'n fietsparaplu moet dus al lang geleden zijn uitgevonden. Als dat niet zo is, vraag ik vandaag nog octrooi aan, zoek contact met een grote paraplufabrikant in Zuid-Korea, Taiwan of China en een paar vooruitziende investeerders, en ik laat er om te beginnen een half miljoen maken. Eindelijk rijk.