Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

De bestorming van de hemel

Welke boeken zijn aanraders? Welke leeslijstklassiekers hebben de `literaire X-factor'? Een tweewekelijks rondje langs de eeuwige jachtvelden van de wereldfictie brengt Pieter Steinz bij Titaantjes van Nescio.

,,Schrijft u over mij maar niets'', zei J.H.F. GRÖnloh in 1957 tegen de Haagsche Post-interviewer Simon Vinkenoog. Het tekent de bescheidenheid van de man die onder het pseudoniem Nescio (Latijn voor `ik weet niet') tussen 1911 en 1918 drie moderne klassieken van de Nederlandse literatuur had gepubliceerd. Niet dat de schrijver er meteen beroemd mee was geworden. De boekuitgave van De uitvreter / Titaantjes / Dichtertje (1918) werd door de meeste critici genegeerd, misschien omdat Nescio's korte verhalen in praatstijl onmodieus waren in tijden van romans vol Tachtigers-woordkunst. Na een jaar waren er 119 exemplaren verkocht, een jaar later 250; en pas in 1933 kwam er een herdruk. Wie bedenkt dat de novellen van Nescio inmiddels aan hun zoveelenveertigste druk toe zijn, zou bijna gaan geloven in literair-historische gerechtigheid.

De populariteit van Nescio, die werkte als directeur van de Holland-Bombay Trading Company, en tussen 1935 en 1961 niets publiceerde, dateert eigenlijk pas van de jaren zeventig. Daarvóór was hij geprezen door onder meer de criticus Menno ter Braak en de latere P.C. Hooftprijwinnaar Simon Carmiggelt; maar het waren de zogeheten Zeventigers, anti-experimentele schrijvers als Hans Vervoort en Guus Luijters, die hem naast Willem Elsschot op het schild hieven als de kampioen van het `leesbare schrijven'. Terecht, want anders dan het werk van veel van zijn tijdgenoten zijn de schetsen van Nescio hoogstens door de eigenaardige spelling gedateerd. ,,Ik schreef zo maar, zonder er iets bij te denken'', zei hij in 1956; maar het proza is blijven flonkeren en de grote thema's – weemoed en verlangen, verzet tegen de burgerlijkheid – spreken iedere generatie opnieuw aan.

Nescio is de meester van de memorabele zinnen. De mooiste staan soms aan het begin van zijn boeken, zoals in zijn melancholieke afrekening met het ongebonden leven De uitvreter (`Behalve de man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de uitvreter'); soms aan het einde, zoals in zijn kunstenaarsportret Dichtertje (`Zij die God werkelijk lief heeft boven allen, moeten de last daarvan dragen tot het einde'). Titaantjes, de ironisch opgeschreven belevenissen van vijf jonge hemelbestormers, heeft zowel een verbluffende openings- als slotzin. `Jongens waren we – maar aardige jongens', luidt het begin van het verhaal van Koekebakker, de kantoorklerk die kunstenaar in het diepst van zijn gedachten is. En als hij heeft geboekstaafd hoe het jeugdig idealisme is verwaterd, de vriendengroep uit elkaar is gevallen en de titaantjes door de burgermaatschappij zijn opgeslokt, staat er: `En zo gaat alles z'n gangetje, en wee hem die vraagt: ,,Waarom?'''.

Tussen die twee zinnen ontvouwt zich in een handvol bladzijden het eeuwige verhaal van wereldverbeteraars die de wereld verachten, maar niet weten hoe ze 'm moeten veranderen; van jongens die God zelf willen worden, maar al gauw net zo zijn als de rest van de gewone burgers. `Ik ben nu geen held meer. Je weet niet hoe je de mensen nog eens nodig kunt hebben', schrijft Koekebakker jaren na dato, met zijn mengeling van wereldwijsheid en melancholie. Het maakt Titaantjes tot een voorloper van Brels beroemde chanson `Les Bourgeois', waarin drie jongens met grootse plannen de notabelen van hun dorp belachelijk maken, om dertig jaar later zelf bespot te worden door een nieuwe generatie.

Wijzer dan door Nescio is de storm en drang van het jong zijn niet beschreven. Over zijn hoofdpersoon Dichtertje merkt hij op dat die het niet verder bracht `dan dat nu en dan één van zijn gedichten in een tijdschrift werd opgenomen en dat 't Handelsblad 'm prees, maar dat prijst zoveel'. Dat laatste mag ons niet tegenhouden om hier te herhalen dat Nescio een van Hollands grootste schrijvers is.

Reacties: steinz@nrc.nl