Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Zorg

Alzheimerpatiënt heeft even profijt van gentherapie

De dementering van Alzheimerpatiënten kan enigszins worden vertraagd door genetisch veranderde huidcellen in de hersenen te brengen. De huidcellen produceren dan de zenuwgroeifactor NGF die een deel van de beschadigde hersencellen herstelt. Sommige patiënten reageerden goed op de ingreep, maar bij anderen veranderde het natuurlijk verloop van de ziekte niet of nauwelijks. Bovendien neemt het effect van de ingreep na anderhalf jaar af. Dat blijkt uit onderzoek van Amerikaanse neurologen in San Diego (Nature Medicine, online 24 april).

De bescheiden resultaten zijn deels te verklaren doordat het onderzoek een zogeheten fase 1 trial was, de eerste stap in het testen van een nieuwe behandeling bij mensen. Dergelijke trials worden per definitie uitgevoerd met kleine groepen patiënten waarvoor geen alternatieve mogelijkheden bestaan. Dat is bij een voortgaande ziekte van Alzheimer al snel het geval. In de hersenen van de patiënten verdwijnen geleidelijk steeds meer cellen en verschijnen allerlei afwijkende weefsels en eiwitophopingen, de seniele plaques. Dat proces gaat samen met toenemende vergeetachtigheid. Later raken patiënten gedesoriënteerd, herkennen zij familieleden en bekenden niet meer en raken ze verward doordat ze lacunes in hun geheugen opvullen met verzinsels.

Voordat de onderzoekers de gentherapie bij mensen testten deden zij eerst uitgebreid proeven met oude apen. Daaruit bleek dat de NGF-producerende huidcellen herstel van versleten hersencellen op gang brachten en geen schadelijke effecten zoals tumorvorming opriepen. Vervolgens werden acht patiënten met lichte verschijnselen van de ziekte behandeld. Twee jaar later waren zes van hen nog bij de proef betrokken. Hun reacties werden gemeten aan de hand van PET-scans van de hersenen en psychologische tests. De PET-scans toonden na enkele maanden een toename van de stofwisselingsactiviteit in de hersenen, terwijl deze normaal gesproken afneemt. Eén van de acht patiënten is overleden aan een complicatie van het experiment. Toen hij tijdens het inbrengen van de gemanipuleerde cellen plotseling bewoog kreeg hij een hersenbloeding waar hij vijf weken later aan overleed. Bij autopsie bleek dat de ingebrachte cellen niettemin deden wat de onderzoekers hoopten: zij produceerden forse hoeveelheden groeifactor en de naburige hersencellen maakten nieuwe uitlopers om verloren gegane verbindingen met andere hersencellen te herstellen. Uit regelmatig afgenomen psychologische tests bleek dat de cognitieve achteruitgang met name in de periode van 6 tot 18 maanden na de ingreep minder was dan in de periode daarvoor. Maar de individuele verschillen waren vrij groot. Sommigen knapten iets op of gingen nauwelijks achteruit, bij anderen verliep de ziekte niet veel anders dan normaal.

Of deze experimentele therapie ooit een gevestigde behandeling wordt, is nog de vraag. Het aantal proefpersonen was zeer klein. Bovendien stimuleert de gebruikte groeifactor NGF alleen de groei van zogeheten cholinerge neuronen. Dat zijn belangrijke cellen, maar niet de enige die bij Alzheimer worden aangedaan. Daarnaast lijkt het erop dat de geïmplanteerde cellen slechts zo'n anderhalf jaar actief blijven.