Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

1945 en zij

Ook de Duitsers herdenken de oorlog. Dit jaar krijgen de eigen slachtoffers meer aandacht dan ooit. Waar vroeger vooral werd gekeken naar de grotere verbanden en de schuldvraag, gaat het nu vooral om het leed van het individu. Wat zou ik hebben gedaan?

In het schuurtje van Erwin Kowalke (63) staan een grasmaaier, tuingereedschap en achtentwintig dozen. Zwarte langwerpige dozen, genummerd met wit krijt. Achtentwintig sarcofaagjes van karton.

Links, onder het raam, de nummers 637 tot 644. Russen. Rechts, nummers 1 tot vijf. Britten. Op de kop de nummers 1060 tot 1080. Duitsers. Kowalke: ,,Bij mij kunnen ze het allemaal goed met elkaar vinden.''

Kowalke heeft de beenderen dit voorjaar opgegraven in de buurt van de Oder, zeventig kilometer ten oosten van Berlijn. In het schuurtje op het Duitse soldatenkerkhof in het Brandenburgse Litzen wachten de stoffelijke resten op identificatie en bijzetting in een officieel soldatengraf.

De nummers 1079 en 1080 vormen een duo-sarcofaag. Kowalke weet niet welke beenderen bij elkaar horen.

Voor Erwin Kowalke is het herbegraven van gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog ook zestig jaar na de capitulatie nog een dagtaak. Hij is in dienst van de Volksbund, een Duitse stichting die zich al sinds 1919 bekommert om een laatste rustplaats voor soldaten. Kowalke heeft 28 collega's in de `buitendienst'. Samen bezorgden ze vorig jaar 34.609 soldaten een ordentelijk graf. Zijn collega's werken in het oosten: in Rusland, in Polen, in Oekraïne. Kowalke graaft als enige in Duitsland.

,,De jongste die ik hier heb is zestien'', zegt hij tijdens een rondleiding op de kleine begraafplaats. ,,De oorlog is een gehaktmolen: jonge mensen worden doorgedraaid, als je geluk hebt, blijft er een graf over.''

De beenderen in het schuurtje stammen uit de Oderbruch, een kom drassig grasland aan de westelijke oever van de rivier die de grens met Polen markeert. De Britten zijn er met hun vliegtuig neergestort. De Russen en de Duitsers kwamen er vermoedelijk om tijdens een van de laatste grote veldslagen van de oorlog, de slag om de Seelower Höhen. Nadat het Eerste Wit-Russische Front van het Rode Leger, onder aanvoering van maarschalk Zjoekov, de heuvels rond Seelow op 19 april 1945 had ingenomen, lag de weg naar Berlijn open. Vanaf Seelow voerde de Reichstrasse 1, tegenwoordig de B1, linea recta naar het hart van de Duitse hoofdstad.

In het broekland kwamen 60.000 soldaten om het leven. In de omgeving van het dorpje zijn slechts enkele tienduizenden graven. Waar zijn al die andere doden gebleven? Kowalke weet het niet. Verbrand? In de Oder gegooid? Heeft het Rode Leger zijn doden meegenomen en achter de toenmalige linies bijgezet? Kowalke schat dat er duizenden soldaten in de zompige aarde liggen.

Voor Kowalke is de afhandeling van de oorlog nog niet ten einde. Het gaat zeker nog vijftien jaar duren voordat alle gevallenen herbegraven zijn, schat hij. En dat moet. Een soldaat heeft recht op een graf. Familieleden hebben recht op een plek om te rouwen. ,,Netjes omgaan met de doden is een kwestie van cultuur.''

Herdenkingsgolf

Kowalke is niet de enige die het verleden opgraaft. De zestigste jaardag van het einde van de oorlog heeft in Duitsland geleid tot een herdenkingsgolf die zijn weerga niet kent. Films, boeken, documentaires, krantenseries, dvd's: de Duitse consument wordt overspoeld met het Derde Rijk. Op de Duitse tv is elke avond op zijn minst één uitzending gewijd aan het nazisme.

De golf begon vorige zomer al te rollen, toen de film Der Untergang, met Bruno Ganz in de rol van Adolf Hitler, een kassucces werd. Komend weekeinde bereikt ze vermoedelijk haar hoogtepunt met de al bij voorbaat bejubelde vierdelige tv-serie ,,Speer und Er'' van regisseur Heinrich Breloer. Het is de eerste Duitse tv-film over Hitlers architect, de top-dog die zichzelf na de oorlog als `gentleman-nazi' ensceneerde en volhield dat hij van Auschwitz niets wist.

De gedrukte media bleven niet achter. Die Welt bericht al maanden over het Duitsland van zestig jaar geleden. Elke dag, op de voorpagina. Der Spiegel en de Frankfurter Allgemeine Zeitung vonden elkaar in een historisch project. De Süddeutsche Zeitung blikt terug op de laatste vijftig dagen van de oorlog. Vijftig dagen lang, elke dag een pagina.

Vergeleken met deze vloedgolf lijken de herdenkingsgolven uit vorige decennia tamelijk vlak. Zelfs de golf ter gelegenheid van de vijftigste jaardag. De historicus Norbert Frei (50) publiceerde begin dit jaar een boek over de manier waarop Duitsland omgaat met het zwartste hoofdstuk uit zijn geschiedenis, 1945 und Wir. Eerste zin: ,,Soviel Hitler war nie.''

Intussen rijgen ook dit voorjaar de officiële plechtigheden ter nagedachtenis aan de slachtoffers zich aaneen tot een somber lint. Van Auschwitz naar Buchenwald, naar Ravensbrück, naar Dachau, naar Sachsenhausen. Het treurige hoogtepunt vindt komend weekeinde plaats in Berlijn. Op zondagochtend 8 mei zal bondspresident Horst Köhler het parlement toespreken. Aansluitend nemen parlementariërs deel aan manifestaties rond de Brandenburger Tor: ze willen de pronkkamer van de Duitse hoofdstad verdedigen tegen een demonstratie van neonazi's.

Pal naast de Brandenburger Tor ligt het immense monument ter nagedachtenis aan de moord op de joden, dat op 10 mei wordt `onthuld'. Het golvende landschap van donkergrijze granietblokken, ontworpen door de Amerikaanse architect Peter Eiseneman, is een onontkoombare herinnering aan de door de nazi's aangerichte genocide. Het `Mahnmal' is tevens een indrukwekkend resultaat van Duitse Erinnerungskultur. Een traditie, die inmiddels evenzeer met het land verbonden is als het nazisme waar ze naar verwijst.

Verwerking

De verwerking van de historische ontsporing duurt nu zestig jaar. Dat is vijf keer zo lang als Hitler aan de macht was. Is na zestig jaar nog steeds niet alles over die oorlog gezegd?

Joschka Fischer, minister van Buitenlandse Zaken, stuurde deze maand een ambassadeur met vervroegd pensioen. De Duitse ambassadeur in Bern had Fischer mismanagement verweten. Frank Elbe (64) vond het niet acceptabel dat Fischer voormalige medewerkers van het Auswärtige Amt met een NSDAP-verleden geen eervolle necrologie meer wil gunnen in het personeelsblad. Elbe stond niet alleen in zijn kritiek. Inmiddels heeft Fischer historici gevraagd om het verleden van het departement nog eens tegen het licht te houden.

Ook paus Benedictus XVI (78) werd daags na de witte rook nog even door het verleden ingehaald. Een Brits tabloid bracht het nieuws van de Duitse paus zo: Van Hitlerjugend tot Papa Ratzi.

Joseph Ratzinger heeft zijn betrokkenheid bij het nazisme nooit verzwegen. Hij werd door het priesterseminarie in Traunstein automatisch aangemeld voor de Hitlerjeugd. Later werd zijn hele klas opgeroepen om bij de luchtafweer in München te assisteren. In de laatste oorlogswinter kwam hij bij de infanterie, maar niet meer aan het front. Het `oorlogsverleden' van de tiener Ratzinger eindigde in Amerikaanse krijgsgevangenschap.

Het is een vrij onschuldige oorlogscarrière die de nieuwe paus met veel Duitse leeftijdsgenoten deelt. Het is eigenlijk nauwelijks de moeite waard. Maar die voorpagina van de Britse Sun maakte wel in één oogopslag duidelijk hoe bijzonder het is dat een Duitser paus wordt. De levensloop van Ratzinger illustreert de afstand die de Duitsers in zestig jaar hebben afgelegd. Van de Führerbunker onder de Neue Reichskanzlei naar het balkon van de Sint Pieter.

Zelfmedelijden

Om zover te komen moesten de Duitsers steeds opnieuw afdalen in het knekelhuis van Hitler en trawanten. Ongemakkelijke reizen die ongemakkelijke discussies opleverden. Elke generatie koos daarbij een eigen accent.

Een enkele Duitser wist al kort na de oorlog: de manier waarop het land met het verleden omgaat is bepalend voor zijn toekomst. ,,Wat en hoe we herinneren () zal beslissen over wat van ons wordt'', schreef de filosoof Karl Jaspers eind 1945. Toch duurde het bijna twintig jaar voordat de Duitsers hun schuld uitvoerig onder ogen zagen. Het duurde zelfs vijfentwintig jaar voordat 8 mei in West-Duitsland met een vergadering van het parlement herdacht werd.

In de jaren vijftig overheersten zelfmedelijden en trots over de voorspoedige wederopbouw. Pas in de tweede helft van de jaren zestig gingen Duitsers zich in eerste plaats als daders zien, en pas daarna als slachtoffers. Het was de tijd waarin zonen hun vaders vroegen waar ze geweest waren, waarom ze de andere kant op hadden gekeken. Een jonge, opstandige generatie dwong tot een kritische omgang met het verleden, dwong tot Vergangenheitsbewältigung.

In de jaren tachtig woedde een fel debat over de vraag wat Duitsers op 8 mei eigenlijk herdenken: de capitulatie van het Derde Rijk, of de bevrijding van het nazisme?

Bondspresident Richard von Weizsäcker stelde in 1985 onomwonden dat 8 mei voor Duitsland een dag van bevrijding is. Tevens herdacht hij alle slachtoffers. Von Weizsäcker was weliswaar niet de eerste die over bevrijding sprak, maar hij legde eloquent de officiële zienswijze vast en codificeerde zo de inmiddels gangbare opvatting van de meerderheid in West-Duitsland.

Daarna, in de jaren negentig, verschoof de aandacht naar de holocaust. Aan het Mahnmal, dat nu net klaar is, ging vijftien jaar discussie vooraf over de vraag hoe een land met die schandvlek moet omgaan.

Moskou

In Oost-Duitsland was de invalshoek van de herdenking van meet af aan ,,bevrijding''. De DDR vond dat ze aan de kant van de overwinnaars stond. Het antifascisme maakte deel uit van de officiële ideologie. De overwinning op het nazisme werd er jaarlijks gevierd met een militaire parade, herdenkingen waren in de DDR vooral een eerbetoon aan Moskou.

Op de verhoging in Seelow staat een Russische soldaat. Een koperkleurige krachtpatser in vol ornaat, vormgegeven door de Russische beeldhouwer Lew Kerbel. Hij is jong, maar hij heeft de ogen van een oude man. Op een gedenkplaat staat: ,,Ewig unvergessen seid Ihr, Sowjet-Soldaten.''

Herdenken was in de DDR hogere politiek. De gevoelens van de bevolking speelden geen rol. Dat verklaart mede waarom Erwin Kowalke in de Oderbruch nog steeds werk heeft. ,,Overal is voor de doden gezorgd, behalve in het oosten'', zegt hij. De DDR voelde zich niet verantwoordelijk voor het Derde Rijk.

Kowalke's vader is gevallen in de buurt van Metz en ligt ook daar begraven, op een groot kerkhof met 30.000 anderen. ,,Het werd overal goed geregeld, maar niet in de DDR, niet in Polen, niet in Rusland.'' Uit de optiek van de communistische regimes waren de gevallen Wehrmachtsoldaten fascisten. Waarom zou men zich om hun beenderen bekommeren?

Halverwege het heuveltje in Seelow is een klein museum. Gerd-Ullrich Hermann is er directeur. Hermann kwam in 1975 voor het eerst naar Seelow. Een personeelsuitje. Hermann was in dienst bij de Nationale Volksarmee (NVA), afdeling psychologische oorlogsvoering. ,,Ik was hier met mijn soldaten. De idee dat de Russen ons bevrijdden, helden zijn, was toen dominant. Daar werden ook geen vragen over gesteld. In de DDR werd je niet opgevoed om vragen te stellen.''

Dat het Rode leger ook moord, plundering en verkrachting naar de Oderbruch had gebracht werd in Seelow verzwegen. Aandacht voor Duitse doden was al helemaal uit den boze. ,,De DDR keek alleen naar Russische slachtoffers. Soldaten van de Wehrmacht, mensen als mijn vader, waren verblinde fascisten. Die werden `vergeten'.

,,Men heeft de eigen voorvaders verraden. Niemand heeft het morele recht om zoiets te doen. Welk recht hebben wij nu om onze slachtoffers niet te herdenken, ongeacht religie, opdracht of uniform?''

Inmiddels is de geschiedschrijving in Seelow herschreven. ,,In onze terugblik en in onze herdenking sluiten we niemand meer uit'', zegt Hermann.

Op een heiige ochtend begin april werden op de heuvel de perkjes aangeharkt. Twee meisjes gaven het 76mm kanon een nieuw likje groene verf, drie mannen rukten een donkerrode gedenksteen recht. Op 16 april herdachten veteranen van verschillende nationaliteiten hier samen de beruchte veldslag. Het was de laatste keer. De veteranen worden te oud.

Getuigen

De herdenkingsgolf van 2005 ontleent haar kracht onder andere aan de wetenschap dat de laatste getuigen van de oorlog langzaam verdwijnen. Men heeft zich gerealiseerd dat de Tweede Wereldoorlog dezer jaren overgaat van herinnering naar geschiedenis. De ooggetuigen vertellen daarom nog één keer hun verhaal.

Stefan Doernberg (80) is zo'n Zeitzeuge. Hij was erbij, destijds, op de Seelower Höhen. In de nacht vóór Zjoekovs aanval reed hij in een luidsprekerwagen langs de Duitse linies en probeerde Duitse soldaten tot overgave te overreden. Tevergeefs. ,,Ik heb de hele oorlog niet zoveel doden gezien als in Seelow.''

Doernberg is geboren in Berlijn in een joodse familie. Omdat zijn vader communist was vluchtte het gezin voor de nazi's naar Moskou. Doernberg is een van ongeveer 100 Duitsers die aan de kant van het Rode Leger tegen de Duitsers vocht. Eind april '45 trok hij `zijn' Berlijn weer binnen. Later werd hij historicus en ambassadeur van de DDR in Helsinki.

De kleine, kale man is blij met de aandacht die de oorlog dit voorjaar krijgt, maar de invalshoek irriteert hem. De series in kranten en op tv worden vaak aangeprezen met dezelfde formule: ,,Ter gelegenheid van het einde van de oorlog zestig jaar geleden.''

,,De Duitse media zijn een `Sprachregelung' overeengekomen'', zegt Doernberg. ,,Men gebruikt dezelfde standaardformule, een formule die zó neutraal is dat iedereen die kan omarmen. Dat bevalt me niet. Het zegt niets over het karakter van de oorlog en ook niets over de schuldvraag.'' Voor Doernberg is 8 mei een dag van bevrijding.

De neutrale formulering, zegt Doernberg, verdoezelt ook een belangrijke controverse: de vraag welke positie het Duitse leed in de terugblik mag innemen. ,,Het lijden aan Duitse kant was zeer groot. Zeker. Toch hoopt men dat men met die neutrale formule nóg meer aandacht krijgt.''

Leed

Het Duitse leed heeft zich in de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker op de voorgrond gemanoeuvreerd. Zo verscheen er een hele trits, vaak zeer succesvolle, boeken waarin persoonlijke lotgevallen en de lotgevallen van families centraal staan. Families die werden verdreven uit Duitse provincies in het oosten die onderdeel werden van Polen. Families die slachtoffer werden van de geallieerde bombardementen. Families die een zoon of vader verloren.

De tien jaar die zijn verstreken sinds de vijftigste verjaardag hebben zich volgens historicus Frei ontwikkeld tot het decennium van de getuigenissen. ,,Het individu krijgt een steeds belangrijkere plek in de geschiedschrijving naast de geschiedenis met hoofdletter G. Dat is een internationaal fenomeen'', zegt hij tijdens een ontmoeting met buitenlandse journalisten.

De herdenkingsgolf van 2005 wordt vormgegeven door de persoonlijke herinneringen van mensen die het nazisme als kind hebben meegemaakt. ,,De oorlogskinderen spelen nu een prominente rol. Die generatie gaat nu met pensioen, ze is net aangekomen in de levensfase waarin men de balans opmaakt. Dat is een antropologisch gegeven.''

De generatie '68 – kind in de oorlog, student in de jaren zestig – is bezig zich opnieuw uit te vinden. ,,Ze nemen een nieuwe identiteit aan. De generatie '68 herdoopt zichzelf tot de generatie van de bombardementen.''

Het bekendste lid van die generatie is kanselier Gerhard SchRÖder, geboren in 1944. SchRÖder heeft zijn vader niet gekend. Fritz SchRÖder, korporaal in de Wehrmacht, viel in Roemenië, kort na de geboorte van zijn zoon. De familie vond het graf pas enkele jaren geleden. SchRÖder vertelt daar vaak over.

De vragen die deze generatie nu opwerpt zijn andere vragen dan in het verleden. ,,Nu fascineren vraagstukken over schuld en noodlot. De antwoorden worden op het persoonlijke vlak gezocht, minder in de manier waarop het regime functioneerde.''

Het oordeel dat nu geveld wordt, constateert Frei in zijn boek, is milder dan voorheen. Zelfs bij dat deel van de generatie '68 dat ooit fel te keer ging tegen ouders die zeiden dat ze het allemaal niet hadden geweten. ,,Ook bij de generatie '68, niet in de laatste plaats bij de voormalige `revolutionairen', groeit de bereidheid tot een milder oordeel, zelfs tot revisie.'' Er is meer oog voor de dilemma's, meer oog voor het lijden. De oorlogskinderen proberen nóg een keer hun ouders te begrijpen – in een streven naar verzoening.

Zachtaardig

In café Atlantic in Kreuzberg zitten de kleinkinderen van de oorlogsgeneratie op een zonnige ochtend aan de Milchkaffee. De generatieconflicten tussen hun moeders en hum oma's lijken hier heel ver weg. De oorlog nóg verder.

Toch spreken Rebekka Kricheldorf (30) en haar vrienden er wel eens over. Felle discussie hadden ze bijvoorbeeld over de film Der Untergang. Kricheldorf vond het niets: ,,Als je kiest voor conventionele dramaturgische middelen, loop je het risico dat je de zaak bagatelliseert.'' De acteur Bruno Ganz kende ze alleen van zachtaardige rollen. ,,Ik had moeite om onderscheid te maken tussen die lieve Ganz en Hitler.''

De manier waarop over de oorlog wordt verteld fascineert de jonge toneelschrijfster. Ze kent de oorlog vrijwel uitsluitend uit boeken, films en documentaires. De verhalen uit de eigen familie zijn schaars. Een opa bij de NSDAP. Een opa ,,naar verluidt'' bij het verzet. In de jaren zestig vloog haar moeder in Baden-Württemberg van school omdat ze weigerde godsdienstles te volgen bij een oud-nazi.

De overdaad aan media-aandacht over de oorlog voelt ze als een bombardement van beelden en indrukken. Op verzoek van het Landestheater in Tübingen schreef ze er een stuk over, dat op 8 mei wordt opgevoerd. ,,Het gaat over de hulpeloosheid die je overvalt als je een beeld probeert te vormen van een tijd die je niet hebt meegemaakt.'' Ze schreef een reeks monologen van gefingeerde Zeitzeugen. De teksten komen als een kakofonie op de luisteraar af.

Ook al kan ze de oorlog niet kennen zoals ze zou willen, het nazisme heeft ook haar gevormd. `Vaterland' vindt ze nog steeds een ,,onmógelijk'' woord. ,,Ik heb niets tegen Duitsland, maar ongeremd chauvinisme ligt me niet. Bij nationale trots krijg ik een ongemakkelijk gevoel.''

Veel leeftijdgenoten, zegt ze, hebben die schroom niet meer. Ze houden van hun land en verlangen naar een normale situatie. Daar heeft ze begrip voor. Maar tussen haar en haar land staat nog steeds dat verleden. Ze kan er niet omheen.

Ze kan er ook niet omheen dat de oorlog en de jarenlange debatten over Duitse schuld de politieke cultuur in Duitsland hebben beïnvloed. Niet alleen in gunstige zin. ,,Kritiek op Israël is vrijwel onmogelijk omdat het snel gelijkgesteld wordt met antisemitisme. Dat vind ik fout. We houden elkaar in het debat heel nauwgezet in de gaten. Gebruikt iemand wel de juiste terminologie? Proeven we iets dat naar antisemitisme zweemt? We nemen elkaar de maat, willen dolgraag aan de goede kant staan. Dat is onnozel.''

Na het kwaad van het nazisme streefden Duitsers er angstvallig naar `goed' te doen. ,,We schieten door met tolerantie, bijvoorbeeld in het integratiebeleid. Neem eerwraak, hier in Berlijn. De islamitische macho-moorden. Uit angst om onmiddellijk als vijandig tegenover buitenlanders getypeerd te worden leggen we een veel te grote tolerantie aan de dag. Dat komt door onze geschiedenis.

,,We moeten weer een positie innemen. We zijn een land dat mensenrechten verdedigt, dan moeten we ook mensen uitsluiten die mensenrechten niet respecteren. Dan moeten we niet uit overdreven tolerantie aan de kant blijven. Ik geloof dat daar verandering in komt. En dat moet ook.''

De kans is groot dat het nazisme, de oorlog, de holocaust, de komende jaren in het Atlantic nog vaak ter tafel zullen komen. Twee kennissen van Kricheldorf hebben net gesolliciteerd naar een baan als gids bij het nieuwe Mahnmal.