Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Troost is een belediging

Een roman schrijven lukte Anna Enquist niet meer na de dood van haar dochter in 2001. Gebrek aan concentratievermogen, legde ze afgelopen herfst uit aan een verslaggeefster van Trouw. Haar bestsellers Het meesterstuk (1994) en Het geheim (1997) had Enquist destijds aan de hand van minutieus uitgewerkte schema's gemaakt. Die mate van planning kon ze voor haar nieuwe roman niet meer opbrengen. Twee adviezen van collega-schrijvers trokken haar uiteindelijk over de streep. Je moet gewoon beginnen, zei Marcel Möring. `Dan vormt het boek zich gaandeweg'. Nooit meer of minder dan twee A-viertjes per dag, raadde Hugo Claus haar aan.

Twee blaadjes schreef Enquist dus per dag, maar voor De thuiskomst heeft ze aanmerkelijk meer gelezen: achterin het boek staat een literatuurlijst van twee pagina's boeken over de legendarische ontdekkingsreiziger James Cook (1728-1779). Over Cook zijn boekenkasten vol geschreven, over zijn echtgenote Elizabeth Batts (1741-1835) is weinig bekend. Vanuit haar perspectief heeft Enquist de De thuiskomst geschreven. Daarin is zij overigens niet de eerste: de Australische schrijfster Marele Day publiceerde in 2002 Mrs. Cook, een vie romancée over de kapiteinsvrouw. Afgaande op de literatuurlijst heeft Enquist dat boek niet gelezen.

De selfmade zeeman James Cook maakte tussen 1768 en 1779 drie grote ontdekkingsreizen waarop hij grote delen van de tot dan toe onbekende wereld in kaart bracht; in totaal legde hij 150 duizend mijl af. Hij werd in 1779 door eilandbewoners op Hawaii vermoord onder omstandigheden die nog altijd de inzet zijn van historisch debat. Dat draait om de vraag of Cook lafhartig werd omgebracht, dan wel stierf nadat hij de inlanders had geprovoceerd of zelfs aangevallen. Enquist voegt hier aan het eind van haar boek een nieuwe hypothese aan toe, eentje waar overigens geen historicus wakker van zal liggen. Dat hoeft ook niet, want De thuiskomst is een roman, en zeker niet de slechtste van Enquist.

Jaloezie

De heldin van het verhaal, Elizabeth, komt al in de eerste scènes – zij wacht dan op de terugkeer van Cook na diens tweede reis –, naar voren als een vrouw die grotere verlangens heeft dan het draaiend houden van een zeemansgezin. Ze windt zich erover op dat incapabele redacteuren de journaals van Cook bezorgen – zelf zou ze dat veel beter kunnen. Zoals ze zijn zakelijke belangen over het algemeen krachtdadig behartigt. En ze verheugt zich erop haar echtgenoot voortaan aan wal te hebben, die na de reis bij zijn gezin in Londen zal blijven. In haar eenzaamheid krijgt ze steun van Hugh Palliser, een oude vriend van de familie – steun die soms raakt aan andere verlangens. Als teken van wat ze allemaal meedraagt, heeft ze op vierendertigjarige leeftijd al last van haar rug. De roman volgt haar wederwaardigheden op de voet, tot enkele jaren na Cooks dood. Daarna worden de sprongen in de tijd steeds groter, tot haar dood op 94-jarige leeftijd.

De thuiskomst in de titel is relatief, want Cook keert weliswaar terug, maar hij hoort thuis op zee. Van het voorgenomen landbestaan komt niets terecht en hij vertrekt voor zijn laatste reis – vol schuldgevoel jegens het gezin dat hij achterlaat en wellicht voortgeblazen door een zuchtje jaloezie op zijn vriend Palliser. Elizabeth is weer alleen. Het gaat dan ook niet zozeer om Cook of het huwelijk in De thuiskomst. Het boek gaat over dood, rouw en geloof.

Want wie het chronologisch overzicht achterin het boek raadpleegt, ziet direct wat de grootste last is die Elizabeth Cook heeft moeten dragen: alle zes kinderen die ze in haar leven baarde, zag ze ook sterven. (En na de dood van het laatste kind leefde ze nog bijna veertig jaar door). Daarbij komt nog de lang onopgehelderde dood van haar man. Bij het begin van de roman zijn er al drie kinderen overleden: twee jongetjes stierven als baby, een meisje verongelukte op vierjarige leeftijd – met een speelgoedpaard werd ze doodgereden door een koets. Vooral de dood van deze Elly speelt een centrale rol in het boek. Niet alleen omdat Elizabeth zich schuldig voelt over haar dood (onoplettend geweest), maar ook omdat dit kind haar enige docher was. Het lot van de jongens was voorbestemd, die moesten de zee op – de dochter zou een eigen leven krijgen.

De dood van Elly – in afwezigheid van haar echtgenoot, uiteraard – is de kernervaring in Elizabeths lezen en bij iedere nieuwe dode krijgt ze die klap opnieuw: of het nu George, Nathaniel, Benny of Jamie is die overlijdt, elke keer is het ook Elly weer. Daarmee geeft de ervaringsdeskundige Enquist een weinig geruststellend beeld van de rouw van een ouder: het gaat hier niet alleen om verdriet dat niet over gaat, het richt zich steeds opnieuw weer op en slaat nog een keer toe. En nog een keer.

De dood van Elizabeths tweede zoon Nathaniel slaat extra diepe wonden. Hij was het muzikale kind dat met tegenzin naar de zeevaartschool ging en stierf in de eerste de beste storm op zijn eerste tocht. Zijn dood wijst Elizabeth echter ook de weg naar de enige vorm van troost die ze toelaat: die van de muziek. Het leidt tot een zoetsappige passage (`Wie leeft met muziek heeft een goed leven. Hoe kort het ook is [...] Wie sterft met muziek is niet verloren') in deze verder opmerkelijk afstandelijke, wat harde roman.

Elizabeths hardheid komt duidelijk naar voren in een van de sterkste scènes van het boek, rondom de geboorte van het zesde en laatste kind. Dat zal een dochter zijn, ze weet het zeker. Elizabeth wil het kind eigenlijk liever in zich houden, doorstaat een schier eindeloze bevalling en krijgt tenslotte tot haar stomme verbazing te horen dat ze wéér een zoon heeft gebaard: `Het verkeerde kind. Elizabeth liet haar armen open vallen en het kind rolde over de deken naar haar voeten [...] Een matroos erbij, dacht ze, voor hem. Hebben ze baby's verwisseld toen ik niet oplette? Dat kan toch niet, er is maar één baby. Maar waar is mijn meisje dan? Het klopt niet. Het is verkeerd.'

Deze zoon zal een voor zijn moeder onbegrijpelijke weg inslaan. De weg naar boven: hij wordt religieus en gaat theologie studeren. Helemaal op het eind van het boek blijkt bovendien James Cook zelf voor zijn dood gedreven te worden door een bijna religieus verlangen. Die religieuze troost is voor Elizabeth, een kind van de Verlichting, niet weggelegd. Zoals Nathaniels muziekleraar tegen haar zegt: `Troost is eigenlijk iets voor gave mensen die hoogstens een deukje hebben opgelopen. U kunt geen troost verdragen, denk ik.' Dat weet de lezer dan al zeker: voor deze vrouw is troost een belediging.

Bonthandelaar

Die les heeft Enquist uitgesmeerd over veel pagina's. Waarschijnlijk was De thuiskomst dunner uitgevallen als ze het boek volgens haar oude, schematische werkwijze had geschreven. Maar de rechttoe-rechtaan methode maakt dat ze met een natuurlijker toon vertelt dan voorheen en dat ze zich af en toe daadwerkelijk laat gaan. De al genoemde bevallingsscène is een goed voorbeeld, evenals een komisch optreden van een Russische bonthandelaar – een van de weinige volledig verzonnen figuren in het boek. De afstandelijkheid die het schrijven over vreemde figuren in een vreemde tijd nu eenmaal met zich meebrengt, heeft Enquists stijl ook geen kwaad gedaan, al houdt ze de gewoonte om veel uit te leggen en te duiden (`Je bent razend op je eigen man. James heeft je verlaten, niet ik') en neigt ze naar chichés als: `De pudding zweefde boven het damast, een eindeloos ogenblik keken ze in elkaars gezicht. Lieve ogen, dacht ze, hij heeft lieve ogen.' Maar meestal wordt de pudding in De thuiskomst zonder omhaal op tafel gezet; Enquist heeft alle reden door te gaan op de ingeslagen weg.

Anna Enquist: De thuiskomst. De Arbeiderspers, 416 blz. €19,95