Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Sport

Ik ben geen krijgsman

Op 1 augustus 1942 kreeg de bij Leningrad gelegerde Paul Metz post uit Nederland. Zijn NSB-kameraad Jongsma was benoemd tot burgemeester van Krommenie, terwijl een ander genomineerd was voor het Overijsselse Neede. Metz noteerde het nieuws tevreden in zijn dagboek, terwijl boven hem jachtvliegtuigen uit de lucht werden geschoten worden en de kogels hem om de oren vlogen.

De anekdote is exemplarisch voor Oostfrontvrijwilliger Metz. Terwijl hij al meer dan een jaar leeft te midden van smerigheid, ontberingen en dood, blijft hij innerlijk een door en door burgerlijke Hollander die nog belangstelling heeft voor het bestuurlijk reilen en zeilen in zijn vaderland. Een week later werd hij neegeschoten door een Russische sluipschutter. Hij stierf aan zijn verwondingen, 34 jaar oud.

Een tragisch misverstand, dat is de indruk die beklijft na het lezen van de oorlogsdagboeken die Metz bijhield, en die nu zijn uitgegeven onder de titel Mussertman aan het oostfront. En hij is zelf de eerste om dat te bevestigen. `Wanneer ik zou moeten dooden, zou mij dat ontzettend aantrekken. Ik ben nu eenmaal geen krijgsman.' Liever was hij teruggegaan naar Nederland, om daar in een bestuurlijke functie zijn landgenoten voor het nationaal-socialisme te winnen. En om mee te doen `aan de strijd tegen de Duitschers, die ons landje willen inpikken en ons hun taal en gewoonten willen opleggen'.

De verhouding tussen de Nederlanders en hun Duitse meesters was ronduit slecht. De Duitsers keken neer op de weinig krijgshaftige Nederlanders, die op hun beurt niets moesten hebben van de Duitse kadaverdiscipline, arrogantie en `gebrek aan zin voor humor'. Bovendien werd het Vrijwilligers-Legioen Nederland onder Duits bevel geplaatst, wat in strijd was met de belofte dat het een zelfstandige gevechtseenheid zou worden. Metz voelt zich bedrogen en gaat in op het aanbod om terug te keren naar Nederland. Maar ook daar komt niets van terecht, ondanks toezeggingen van de tweede man van de NSB Van Geelkerken dat het allemaal in orde komt. Kameraden met meer realiteitszin weten best dat de NSB-top niets heeft in te brengen, maar die gedachte verdringt Metz met een staaltje wishful thinking. `Wanneer dat zo zou zijn, dan zou het nationaal-socialisme voor mij geen waarde meer hebben. Daarom blijf ik volhouden dat Mussert ons nooit in de steek zal laten.'

Gaandeweg vraag je je af wat Metz eigenlijk te zoeken heeft bij het nationaal-socialisme. Van autoritair leiderschap moet hij weinig hebben, nergens valt hij te betrappen op jodenhaat, en als hij in Krakau kinderen in lompen over straat ziet rondstruinen, wenst hij dat er ooit `werkelijk wereld-socialisme zou komen, dat niet zou rusten voordat alle menschen behoorlijk gekleed, gevoed en gehuisvest' zouden zijn. Blijkbaar dacht Metz dat hij daarvoor vocht, en ook in dit opzicht was hij op een tragische manier abuis.

Gerard Groeneveld (inleiding en bezorging): Mussertman aan het oostfront. Oorlogsdagboek 1941-1942. Vantilt, 128 blz. €19,90