Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Groei economie bedreigt jungle van Borneo

De economische groei van met name India en China trekt een zware wissel op de bossen van Borneo. Alleen met duurzaam ondernemen valt de ontbossing van het tropisch regenwoud nog een halt toe te roepen meent ook het Wereld Natuur Fonds.

De inwoners van Borneo, na Groenland en Nieuw-Guinea het grootste eiland ter wereld, moeten meer zeggenschap krijgen over wat er met hun tropische regenwoud gebeurt. Bedrijven die gebruik maken van de natuurlijke hulpbronnen van het waardevolle Hart van Borneo, zoals schoon water, moeten betalen om de natuur van de regio in stand te houden.

Dat zijn enkele aanbevelingen van wetenschappers, natuurbeschermers, ondernemers en bestuurders op een congres dat deze week is gehouden in Leiden en Den Haag. Doel was nadenken over acties om te verhinderen dat de jungle in Borneo binnenkort zal zijn verdwenen door grootschalige, deels illegale houtkap en de aanleg van oliepalmplantages.

De mondiale vraag naar hout en palmolie stijgt. Daarmee groeit ook de behoefte aan bosbouw en oliepalmplantages in Borneo. Palmolie is na sojaolie de meeste gebruikte olie ter wereld. De olie zit onder meer in snoep, chocola, margarine en shampoo.

De gevolgen zijn enorm, waarschuwt het Wereld Natuur Fonds. In een land, zeventien keer zo groot als Nederland, waar gemiddeld drie nieuwe diersoorten per maand worden ontdekt, loopt het areaal aan tropisch regenwoud snel terug. Eerst worden de gebieden ontbost voor de productie van hout, vervolgens worden ze omgevormd tot plantages. De biodiversiteit op zulke plantages loopt vervolgens sterk terug.

Veel hout is illegaal of althans niet volgens wettelijke regels geproduceerd. Concessies worden nogal eens dubbel uitgegeven door lokale autoriteiten, aldus het Wereld Natuur Fonds. Het eiland valt grotendeels onder Indonesisch bestuur en heet daar Kalimantan, een kleiner deel valt onder Maleisië en het kleinste is van Brunei. Er zijn nog maar weinig houtbedrijven die duurzaam produceren, dat wil zeggen volgens de normen van certificaten zoals FSC-hout. Ook veel palmolieplantages zijn zonder veel oog voor duurzaam ondernemen aangelegd. Een vertegenwoordiger van het lokale bestuur in Centraal Kalimantan, Sehat Jaya, omschrijft de jaren negentig van de vorige eeuw als ,,de periode van ramp''.

Palmoliebedrijven, banken en supermarkten hebben zich vorig jaar verenigd om een meer duurzame productieketen op te zetten. De meeste Nederlandse bedrijven zijn daar lid van, aldus het Productschap Margarine, Vetten en Oliën in Nederland. De mondiale vraag naar palmolie zal de komende vijftien jaar met zo'n 40 procent stijgen, ,,vooral vanwege toenemende welvaart in Azië'', aldus het productschap.

Dat stelt verder dat de relatie tussen de aanleg van plantages en ontbossing ,,lastig te duiden'' is. ,,De plantages worden meestal aangelegd op land dat in het verleden is ontbost voor houtwinning of dat is gedegenereerd voor het verkrijgen van hout of pulp. Ook worden vaak palmolieplantages aangelegd op oude rubber- of andere plantages. In bepaalde gebieden kan de aanleg van plantages wel een relevante rol spelen bij de ontbossing.''

Er zijn plaatsen waar houtkap en plantages simpelweg verboden moeten worden, vinden wetenschappers en lokale bestuurders. Ruimtelijke ordening kan daarbij helpen. ,,Er moeten actuele kaarten beschikbaar komen met plaatsen met een hoge biodiversiteit waar vooral geen oliepalmplantages moeten komen, en plaatsen met gedegeneerd bos waar dat eventueel nog wel zou kunnen'', aldus Wouter Veening van het Institute for Environmental Security in Den Haag. Deze kaarten zouden bovendien migratieroutes van bijvoorbeeld olifanten moeten tonen, alsmede `heilige plaatsen' van de bevolking, zoals jachtterreinen en visgebieden.

De belangrijkste ,,uitdaging'', zo bleek op de vierdaagse conferentie, is echter de merendeels arme bevolking ervan te overtuigen dat het beschermen van de jungle niet leidt tot verdere verarming, maar juist nieuwe inkomsten kan genereren. Houtkap en plantages moeten mogelijk blijven, zodat ook de lokale bevolking eraan kan verdienen.

Maar er moet meer gebeuren. Er moeten markten worden gezocht voor de afzet van lokale bosproducten, zoals gaharu, een soort wierookhout. Regeringen moeten eisen stellen aan hout dat zij kopen. Ook van toerisme wordt veel verwacht. Mikaail Kavanagh, directeur van het Wereld Natuur Fonds in Maleisië: ,,Veel lokale mensen rond de Maleisisch-Indonesische grens op Borneo zeggen: wij hebben hier nu al jaren een nationaal park, maar wat heeft het ons gebracht? Wij zien de toeristen dorpen bezoeken aan de andere kant van de grens. Waarom zorgen jullie niet dat ze ook naar ons komen?'' Een deel van de oplossing zit ook in de `empowerment' van dorpelingen. Bestuurders moeten getraind worden, dorpelingen bevoegdheden krijgen.