Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Gejonast door het leven

Een barre avond, half elf, harde gure wind en een halte waar een bus stopt met als bestemming Zwolle-Noord. De buschauffeur is klein, kaal, dik en er kan geen glimlachje af. De vrouw die bezig is haar man te verlaten, die na jaren eindelijk het lef heeft gehad en kans heeft gezien om weg te komen heeft slechts één observatie nodig om te beseffen dat het moment nog niet gekomen is om in te stappen. Maar dat is dan ook een loepzuivere observatie: `Depressiviteit met drieënveertig zitplaatsen.'

Aan het woord is Vera, hoofdpersoon en vertelster van Het Avondmaal, het piepkleine romandebuut van Inge Schouten. Piepklein van omvang dan, maar niet in soortelijk gewicht. Inge Schouten kerft met een etsnaald en dan kun je heel wat kwijt op 143 pagina's.

Vera van Bree – een subtiele verwijzing naar stijlmeester Bordewijk? – is in de eerste helft van het boek bezig te wennen aan een nieuwe situatie, alleen, schuw, zelfstandig, ver verwijderd van huis en haard, met een aangepast uiterlijk, een nieuwe naam en de voortdurende angst om gevonden te worden. In de andere helft van het boek – overigens hoofdstuk voor hoofdstuk vervlochten met de latere gebeurtenissen – blikt Vera terug op haar beklemmende ouderlijk huis en de jeugdige vlucht in een huwelijk met een man die, hoe grootsteeds en gul hij ook overkomt, al even streng leeft. Pijnlijk duidelijk is dat Vera – door milieu, opvoeding, aanleg – nauwelijks in staat is een eigen koers uit te zetten, een eigen mening te hebben. Ze levert zich uit aan degene bij wie ze bescherming zoekt en wanneer ze eindelijk vrij is probeert ze dan ook niemand dichtbij te laten komen.

Schoutens milieuschetsen zijn beknopt, zoals alles in dit boek, maar trefzeker. In korte, impressionistische zinnetjes typeert ze het gewelddadige huwelijk wanneer Vera gevraagd wordt of ze ervaring heeft: in `het bedienen. In het verzorgen. Ik weet hoe een voetstap op de trap moet klinken als hij in een goede bui is. Ik weet hoe je een pink in moet tapen zodat hij weer recht groeit. Ik heb ervaring in het leven met een tijdbom.'

Hoewel het boek door de uitgever als `roman' is getypeerd, is er alle reden om het een thriller te noemen – een kwestie die overigens bij Donna Tartts De verborgen geschiedenis, Mulisch' De Aanslag en Hermans' De donkere kamer van Damokles ook speelt. Maar voor al diegenen die een halsmisdaad het noodzakelijke ingrediënt achten voor een thriller, kwalificeert Het Avondmaal zich. En toch kun je juist de afwikkeling van de plot het zwakke punt noemen.

De onzelfstandige Vera, die onbewust bij haar man Zweder een tweede onderdrukkend tehuis heeft gezocht, is een levensechte jonge vrouw die weinig identiteit toont (of heeft?) en dat compenseert met een rijke, bij vlagen surrealistische verbeelding. Ze schikt zich, laat zich van alles aanleunen, laat zich door het leven jonassen en kiest pas in laatste instantie voor zichzelf. Treurig, maar realistisch.

Schouten slaagt erin de psychologie zuiver te houden waar die in andere damesthrillers vaak ondergeschikt wordt gemaakt aan wendingen en spanningsopbouw. Romans – en zeker thrillers – over zoekende, richtingloze vrouwen kunnen zoekend en richtingloos zijn geschreven, maar Schouten bewijst dat het ook nauwkeurig kan.

Is Het Avondmaal dan toch een psychologische roman? Het is een treurigstemmend praktische vraag waarbij het boekje niet is gediend. Natuurlijk moet het in de boekhandel bij de `spannende' boeken liggen en bij de `literaire', maar bij de juwelier hoort ook een stapeltje.

Inge Schouten: Het avondmaal. Archipel, 143 blz. €13,50