Onder een dikke gele deken van smog

Een nieuwe dag in miljoenenstad Teheran. Zoals bijna iedere werkdag word ik rond half zeven wakker. Niet uit arbeidsvreugde, maar wegens de scherpe lucht van uitlaatgassen. Mijn neus prikkelt, mijn ogen doen pijn. Buiten is de zon net op, al schemert deze slechts vertroebeld door de dikke laag smog die al boven de Iraanse hoofdstad hangt. Het raam is dicht, maar toch zijn de dampen in de slaapkamer doorgedrongen.

Het hoge Alborzgebergte waarvan de flanken de hoofdstad omhelzen, voorkomt dat de uitlaatgassen vervliegen. Hierdoor vormen ze een dagelijkse gele deken die boven de stad zweeft. Teheran staat al tien jaar in de top drie van de lijst van meest vervuilde steden ter wereld. En het wordt alleen maar erger.

Sinds de islamitische revolutie (1979) is Teheran gegroeid van 4 miljoen naar 12 miljoen mensen. Overdag zijn er gemiddeld 16 miljoen in de stad aanwezig. Omdat de welvaart in Iran geleidelijk toeneemt, kopen mensen ook steeds vaker auto's. Op dit moment rijden er ongeveer drie miljoen door de straten van Teheran.

Jammer genoeg zijn dit geen moderne auto's voorzien van katalysatoren en zuinige motoren. De volksauto Paykan (pijl) die hier al sinds de jaren zestig wordt gemaakt, rijdt ongeveer 1 op 6. Benzine is per definitie gelood. Ook de nieuwere automodellen, zoals de lokaal gebouwde Peugeot 405, zijn vreselijk onzuinig en even vervuilend.

De verkeerschaos die dagelijks ontstaat door de miljoenen auto's is hels. Maar de luchtvervuiling die hierdoor wordt veroorzaakt is zo mogelijk nog erger. Schoolkinderen met mondkapjes op worden van huis naar school gereden in antieke Fiat minibusjes die zwarte wolken uitbraken.

Tussen het verkeer door razen motorfietsen die ook een lang rookspoor achter zich laten. Oude Mercedes vrachtwagens, met de uitlaat ter hoogte van de raampjes van de andere bestuurders, trakteren onoplettende inzittenden van personenauto's op een warme roetföhn.

Al deze viezigheid is niet zonder gevolgen. In januari van dit jaar werden scholen in Teheran gesloten en werd kinderen, zieken en ouden van dagen gevraagd thuis te blijven. De hele week was het al windstil geweest en de `vervuilingsindex' was gestegen naar 168. Ter vergelijking dezelfde dag in Bangkok, ook een zwaarvervuilde stad, was de index 57. Volgens een in 2003 verschenen onderzoek, ademen inwoners van Teheran jaarlijks 7,1 tot 9,3 kilo aan stof in. Daar zitten ongeveer 200 verschillende kankerverwekkende stoffen tussen. Het gehalte aan lood in de lucht is enorm.

De vervuiling houdt iedereen in haar greep. De zevenjarige dochter van mijn Iraanse schoonzus slikt agressieve Amerikaanse hoestdrankjes omdat ze altijd keelpijn heeft. Opa en oma komen soms helemaal niet meer buiten wegens de verontreiniging. Een nicht met gezondheidsklachten verhuisde met haar hele familie naar het groene noorden van Iran, rond de Kaspische zee.

Iraniërs klagen vaak en graag over hun leiders en hun beleid. De vervuiling is klacht nummer een in de hoofdstad. Een oplossing voor dit probleem zou veel krediet opleveren voor de geestelijken die het land leiden.

Maar de Iraanse overheid gebruikt de nu binnenstromende oliedollars niet om de vervuiling tegen te gaan, maar juist om benzine te subsidiëren. Een liter benzine aan de pomp kost 7 cent in Iran, goedkoper dan een fles water in de supermarkt. Helaas moet Iraanse olie in het buitenland worden geraffineerd tegen internationale kosten, dus kost het de overheid ongeveer 2 miljard euro per jaar om alle prut-autotjes op de Iraanse snelwegen goedkoop hun gassen uit te laten braken.

In schonere auto's wordt bijna niet geïnvesteerd. De lokale auto-industrie wordt volledig beschermd door de staat. Berichten dat de Iraanse autofabrieken jaarlijks 800.000 nieuwe auto's produceren, vervullen de harten van het Iraanse leiderschap met grote trots. Wie buitenlandse (en schone) auto's wil importeren moet 140 procent belasting over de nieuwprijs betalen. Concurrentie is er niet, dus waarom zouden de Iraanse auto-ontwerpers investeren in schonere auto's?

Onlangs maakte het Iraanse parlement bekend het klimaatverdrag van Kyoto te willen ondertekenen. Dat was lachen: datzelfde parlement stemde voor voortzetting van de benzinesubsidies en tegen de import van buitenlandse auto's.

De Iraanse politici willen namelijk geen volkopstand om hoge prijzen of werkloosheid als gevolg van betere buitenlandse producten, en de Iraniërs willen gewoon lekker blijven tanken.

Omdat ik niet veel verwacht van de Iraanse Kyotobelofte, zorg ik sinds een paar dagen dat het huis vol staat met bloemen om de lucht enigszins te zuiveren. Maar veel helpt het allemaal niet. En dan te bedenken dat het winderige voorjaar nog het schoonste seizoen is in Teheran. Misschien dat ik deze zomer maar weer eens naar Bagdad ga, veel gezonder.