Het nieuws van 23 april 2005

De grootste peiling ooit

Via internet, toch representatief

Afgelopen donderdag werden de eerste algemene resultaten gepubliceerd van een opinieonderzoek naar de gemoedstoestand van de Nederlander. Het onderzoek, 21minuten.nl, werd uitgevoerd via internet – het beantwoorden van de vragen duurde gemiddeld 21 minuten. Vandaag in deze bijlage het vervolg van de uitkomsten, met als thema `geluk'.

Het 21minuten-onderzoek is bijzonder door de manier van vragen stellen. De deelnemers kregen concrete dilemma's voorgelegd. Zo werden ze geconfronteerd met de oplopende kosten van de AOW als gevolg van de vergrijzing. Afhankelijk van hun leeftijd en inkomsten konden ze vervolgens kiezen uit oplossingen: elke maand extra premie betalen, een aantal uren per week extra werken, of een aantal jaren langer doorwerken tot het eigen pensioen. Op veel antwoorden volgden vervolgvragen. Op deze manier is op diverse beleidsterreinen naar voorkeuren voor oplossingen gezocht.

Tussen 17 januari en 6 maart van dit jaar hebben circa 150.000 personen de vragenlijst van 21minuten.nl ingevuld. Ook deze schaalgrootte maakt dit onderzoek uniek in Nederland. Ter vergelijking: het Sociaal en Cultureel Planbureau ondervroeg voor het tweejaarlijkse Sociaal en Cultureel Rapport vorig jaar 2.400 mensen. Dat geldt al als een behoorlijk grote steekproef als het gaat om zo'n uitgebreide vragenlijst. Het onderzoek heet 21minuten.nl omdat het gemiddeld 21 minuten duurde om de vragenlijst in te vullen.

Het grote aantal deelnemers maakt het mogelijk om statistisch verantwoorde uitspraken te doen over relatief kleine groepen in de samenleving. Dit kan echter alleen indien de resultaten representatief zijn voor de bevolking, en dat is op voorhand zeker niet het geval met een enquête die via internet wordt afgenomen en waarbij mensen uit eigen beweging naar de desbetreffende website moeten gaan. Niet iedereen heeft immers toegang tot internet, en niet iedereen is even geneigd om aan zo'n onderzoek mee te doen. Daarom zijn hiervoor correcties toegepast.

Parallel aan het internetonderzoek zijn dezelfde vragen ook tijdens een huisbezoek voorgelegd aan 2.400 mensen. Hierbij zijn alle mogelijke garanties voor representativiteit ingebouwd. Met de resultaten hiervan zijn de uitkomsten van het internetonderzoek gecorrigeerd. Dat is ook gebeurd voor de mate waarin mensen toegang hebben tot internet. Jongeren hebben dat bijvoorbeeld meer dan ouderen. Na alle correcties zijn de uitkomsten van het internetonderzoek representatief voor de bevolking van 16 tot 70 jaar. Bij 70-plussers zijn de vertekeningen te groot om die betrouwbaar te kunnen corrigeren.

Het onderzoek is een initiatief van McKinsey, ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de Nederlandse vestiging. Het is uitgevoerd in samenwerking met NRC Handelsblad, Algemeen Dagblad, Planet Media en MSN. De analyse van de gegevens is geheel uitgevoerd door McKinsey, dat ook eigenaar is van de gegevens. Een deel van de analyses is op speciaal verzoek van NRC Handelsblad verricht.

Meer over de methode in `Hoe maak je een enquête op internet representatief' op www.nrc.nl

Crisis in Darfur is geen gewone milieuoorlog

Kurt Lindijer noemt in NRC Handelsblad van 12 april de crisis in Darfur de eerste milieuoorlog in Afrika (!); een conflict tussen de zogenaamd (Afrikaanse) `sedentaire' bewoners van het gebied en de (Arabische) nomaden die het gebied ingetrokken zijn na de Saheldroogtes. Dit is een te simpele uitleg voor zo'n groot conflict in een complexe samenleving. Het reduceren van dit conflict tot een `traditionele' stammenstrijd (met enkele moderne uitwassen) legt de verantwoordelijkheid volledig bij de bewoners van het gebied en de ecologische problematiek. Daarmee voorbijgaand aan de historisch gegroeide politieke, sociale en economische situatie die ten grondslag ligt aan het conflict en waarin de Soedanese overheid zeker geen neutrale speler is. Deze analyse geeft de vrije hand aan regeringen die de Soedanese overheid willen steunen met de opbouw van het land na het vredesakkoord met het zuiden. Dit kan echter pas indien de Soedanese overheid en de andere partijen hun rol in Darfur onderkennen en een einde maken aan deze oorlog.

Als deze oorlog al een milieuoorlog zou zijn, gaan de belangen veel verder dan de zogenaamde `traditionele' tegenstelling tussen nomaden en akkerbouwers. Zij heeft veel eerder te maken met de manier waarop het gebied de laatste decennia (slecht) bestuurd is. Het is een botsing tussen een privatiserende staat, waar ambtenaren, militairen en rijke handelaren van profiteren, en de `oude' bewoners. In deze optiek is het marginaliseren van de bevolking deel van de strategie van een zich moderniserende staat.