Het geheime dossier van Ruud Lubbers

Een vertrouwelijk dossier van Ruud Lubbers voor de nieuwe kabinetschef van VN-secretaris-generaal Kofi Annan heeft bijgedragen aan zijn ontslag als hoofd van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in februari. Dit document van meer dan dertig pagina's werpt een nieuw licht op de affaire: er blijkt uit hoezeer Annan zich vorig jaar al van Lubbers heeft gedistantieerd. Niet de klacht wegens seksuele intimidatie, maar het gedrag van Lubbers daarna deed de deur dicht bij de VN-top.

Al acht maanden voor zijn gedwongen aftreden als hoge commissaris voor de Vluchtelingen bij de Verenigde Naties (UNHCR) wist Ruud Lubbers dat VN-chef Kofi Annan hem niet meer volledig steunde. Op zaterdag 26 juni 2004, om precies te zijn.

Dit blijkt uit een ,,strikt vertrouwelijk'' dossier van ruim dertig pagina's dat Lubbers op 30 januari van dit jaar schreef voor Annans nieuwe kabinetschef, Mark Malloch Brown. Het onthult dat al in juni een krachtmeting tussen Lubbers en Annan begon. Die krachtmeting, waar tot op heden niets over naar buiten kwam, culmineerde in het ontslag van Lubbers in februari. Het tot nu toe geheim gebleven dossier was mede de aanleiding voor dat aftreden, zeggen hoge VN-diplomaten in New York.

Annan belde Lubbers die 26ste juni om te zeggen hoe hij de klacht wilde afhandelen, die UNHCR-medewerkster Cynthia B. (toen 51 jaar) tegen hem had ingediend wegens seksuele intimidatie. ,,Tot mijn verbazing was hij van plan om mij een reprimande te geven op drie punten'', schrijft Lubbers in zijn chronologische overzicht van de zaak aan Malloch Brown. Eén van die punten was ,,dat ik Mw. B. `op enigerlei wijze' aanraakte'' op 18 december 2003. De twee andere verwijten betroffen een e-mail van Lubbers aan het UNHCR-personeel en een brief van Lubbers aan B. met de aansporing om haar klacht in te trekken. Beide konden volgens Annan worden uitgelegd als pogingen van Lubbers om de loop van het interne VN-onderzoek tegen hem te beïnvloeden en om B. en ander UNHCR-personeel te intimideren.

Zo ontdekte Lubbers voor het eerst dat Annan voor een deel de conclusies van het interne VN-onderzoeksbureau OIOS wilde overnemen. In het OIOS-rapport van begin juni stond dat de klacht van B. ,,geloofwaardig'' is, dat er ,,een patroon van seksuele intimidatie'' is en dat Lubbers zijn macht heeft misbruikt om ,,de uitkomst van het onderzoek te beïnvloeden''. Hij ,,mist de vereiste integriteit'' voor iemand in zijn positie, vond OIOS, dat Annan adviseerde om ,,gepaste maatregelen'' te nemen. Lubbers protesteerde meteen aan de telefoon bij Annan tegen zijn plan om hem te berispen: ,,Ik zei hem dat ik zou weigeren om zo'n ongerechtvaardigde uitkomst te accepteren.''

Lubbers bleef de klacht van Cynthia B. fel afwijzen. Terwijl zij verklaarde dat Lubbers na een vergadering bij UNHCR zijn kruis tegen haar billen had geduwd, hield hij vol dat het om een ,,vriendschappelijk gebaar'' was gegaan. Lubbers verwierp ook de beschuldigingen van vier andere anonieme vrouwen die hij zou hebben lastiggevallen. Volgens Lubbers was het onderzoek broddelwerk, beheerst door vooringenomenheid en medialekken, en had hij niemand geïntimideerd.

Al snel trok Lubbers een façade op. In het openbaar zou hij tot het bittere einde volhouden dat hij door Annan was vrijgesproken. Maar binnenskamers geloofde hij daar vanaf juni niet meer in, zo blijkt uit zijn dossier voor Malloch Brown. Sinds het telefoontje van Annan op 26 juni bleef Lubbers achter de schermen vechten voor eerherstel. Het dossier voor Malloch Brown was daarvan de climax.

Lubbers schrijft dat zijn dossier ,,twee doelen'' diende: ,,formele verontschuldigingen krijgen van OIOS; en publiekelijk en ondubbelzinnig gezuiverd worden van alle beschuldigingen''. Maar het dossier, dat Lubbers al vanaf het najaar had opgebouwd met hulp van zijn assistent Bartjan Wegter, een Nederlandse diplomaat bij UNHCR, had het omgekeerde effect. Niet alleen staat het vol verwijten aan Annan. Lubbers probeert ook aan de hand van vertrouwelijke medische gegevens over B. aan te tonen dat zij niet geheel toerekeningsvatbaar was toen ze de klacht indiende. Daarmee heeft het dossier, dat steunt op briefwisselingen en telefoongesprekken tussen Lubbers en Annan, volgens hoge VN-diplomaten ,,bijgedragen'' aan zijn ontslag op 20 februari.

Lubbers somt er diverse momenten in op waarop de VN-chef hem in zijn ogen onvoldoende steunde. Uit alle voorbeelden blijkt hoezeer zijn relatie met Annan al kort na de klacht van Cynthia B. is bekoeld. Terwijl Lubbers in interviews en ingezonden brieven naar onder meer deze krant altijd heeft volgehouden dat Annan hem had vrijgesproken, schrijft hij in zijn dossier dat ,,ik niet op een overtuigende en ondubbelzinnige manier onschuldig was verklaard''. Ook blijkt nu voor het eerst dat Annan van de oud-premier excuses wilde aan Cynthia B.

Niet de klacht wegens seksuele intimidatie, maar het gedrag van Lubbers daarna deed de deur dicht bij de VN-top. ,,Het probleem was de aanhoudende onwil van Ruud Lubbers om de zaak achter zich te laten'', zegt een hoge VN-diplomaat in New York. ,,Het dossier was één van de vele voorbeelden daarvan. Hierdoor ontstond de indruk dat UNHCR niet verder zou kunnen met haar werk, zolang hij aan het roer bleef.''

Annans kabinetschef Malloch Brown was er tegen het Amerikaanse tv-station Fox News, na Lubbers' ontslag, open over: ,,Toen we hem tot aftreden dwongen, was het niet wegens de oorspronkelijke aantijgingen, het was wegens zijn gedrag sindsdien, dat niet gepast was voor iemand die de morele statuur moet hebben om 's werelds vluchtelingen te vertegenwoordigen.'' Nadat Annan de zaak in juli 2004 had gesloten, ,,wilde het verhaal maar niet verdwijnen. De heer Lubbers zelf bleef vechten om zijn naam te zuiveren, en op een manier waardoor, naar ons inzicht, het respect voor hemzelf en de organisatie die hij leidde, verdween''.

Toen de klacht net was ingediend, stond Lubbers er volgens zijn dossier niet slecht voor. Hij schrijft dat Annan zich op 18 mei vorig jaar, een dag na het begin van het OIOS-onderzoek, telefonisch ,,aan mij committeerde om de zaak binnen een week te sluiten''. Annan zei toen volgens Lubbers ook dat de klacht ,,nauwelijks geloofwaardig'' was.

Lubbers drong aan op snelle afronding van het onderzoek. Maar toen de onderzoekers méér tijd vroegen ze waren op de vier andere vrouwen gestuit , gaf Annan hun een week extra. ,,Ondanks zijn eerdere toezeggingen'', schrijft Lubbers. Het uitstel ergerde hem, al duurde het officiële onderzoek in totaal niet langer dan twee weken. ,,Het onderzoek sleepte voort ondanks het demoraliserende effect ervan voor UNHCR en de destructieve vertakkingen ervan voor mijzelf.''

Zijn grootste ergernis kwam op 15 juli, toen Annan zijn besluit over de zaak bekendmaakte. In zijn dossier voor Malloch Brown beklaagt Lubbers zich daar vijf pagina's lang over. Annan had onafhankelijk advies ingewonnen bij de oud-voorzitter van het Internationale Hof van Justitie, Stephen Schwebel, die had aangeraden om ,,de zaak zonder reprimande te sluiten''. Annan volgde dat advies maar gedeeltelijk op. Hij meldde die 15de juli in een brief aan het UNHCR-personeel dat de klacht juridisch ,,niet staande kan worden gehouden''. Maar hij uitte wel ,,in de sterkste bewoordingen mijn zorgen over het incident dat aanleiding gaf tot de klacht''. Ook gaf hij Lubbers een uitbrander wegens zijn berichten en brieven aan het personeel en Cynthia B., ,,waarvan sommige uitgelegd kunnen zijn als dat ze de loop van het onderzoek waarschijnlijk hebben beïnvloed''.

In zijn dossier noemt Lubbers ,,de boodschap van de Secretaris-Generaal raadselachtig, teleurstellend, onredelijk en schadelijk voor mij''. ,,Terwijl de klacht werd afgewezen, werd ik toch nog steeds op grond daarvan gekritiseerd.'' Hij noemt het ,,zeer ongelukkig'' dat ,,zo twijfel werd opgeroepen over mijn gedrag''. Annans bericht kwam in zijn ogen neer op een ,,reprimande in vermomming''. Annans brief aan het UNHCR-personeel suggereerde bovendien ,,dat ik vergeldingsmaatregelen tegen of wraak op personeel zou nemen dat klaagde over vormen van wangedrag. Ik vond die suggestie onbegrijpelijk en erg beledigend''.

In een persoonlijke brief aan Lubbers ging Annan diezelfde 15de juli nog een stap verder. Daaruit bleek hoezeer de juridische vrijspraak geen hele vrijspraak was: Annan vroeg Lubbers om ,,formele excuses te maken aan de klaagster''. Lubbers weigerde dat. ,,Ik zat eerder zelf op verontschuldigingen te wachten, vooral van OIOS.''

Lubbers beklaagt zich ook over een brief van VN-ondersecretaris-generaal voor Bestuur Catherine Bertini, die, eveneens op 15 juli, aan Cynthia B. schreef: ,,Wat duidelijk is, is dat het gedrag van de heer Lubbers jegens u op 18 december [...] leed, gêne en ontsteltenis bij u heeft veroorzaakt.'' Bertini betuigde B. ,,mijn persoonlijke spijt'' over de gebeurtenissen. Voor Lubbers bewees dit eens te meer dat de VN-top hem onvoldoende steunde.

In het najaar van 2004, zo blijkt uit zijn januari-dossier, voelde Lubbers zich nog zeker drie keer door Annan in de steek gelaten. Hoewel Lubbers tegenover de buitenwereld bleef volhouden dat hij was vrijgesproken, streefde hij meer dan ooit naar publieke rehabilitatie. Maar de VN-top, inmiddels geconfronteerd met meer schandalen zoals het Iraakse olie-voor-voedselprogramma, wilde de zaak juist laten rusten. Hoe minder kabaal over de zaak-Lubbers, hoe beter.

Hoezeer dat Lubbers tergde, bleek voor de eerste keer in september 2004. Toen ontdekte hij via B.'s advocaat dat zij op 18 juni een tweede klacht tegen hem had ingediend, ,,waarover ik nooit was geïnformeerd'' ook niet door Annan. In die klacht noemde B. twaalf represailles door Lubbers tegen haar en ander UNHCR-personeel dat had gepraat met OIOS, en ander gedrag van Lubbers dat ze onbehoorlijk vond.

Annan verwierp deze klacht. Maar, schrijft Lubbers, de klacht ,,beïnvloedde de formulering van zijn bericht op 15 juli '04 aan het hele UNHCR-personeel''. Hij noemt dit, in een hard verwijt aan Annan, ,,een opmerkelijke afwijking van juridische principes en gepaste juridische procedures, inclusief VN-regels, dat zulke serieuze aantijgingen (vergelding en machtsmisbruik) toch tot uitdrukking mochten komen in het formele besluit van de Secretaris-Generaal over de zaak tegen mij''.

De tweede keer dat Lubbers zich door Annan in de steek gelaten voelde, was in oktober. Toen vroeg hij Annan om publiekelijk te zeggen dat hij niet schuldig was aan seksuele intimidatie. In de media bestond volgens Lubbers immers het beeld ,,dat ik schuldig was bevonden door OIOS maar dat ik op een onverklaarbare manier onschuldig was bevonden door de Secretaris-Generaal''. Maar Lubbers' verzoek om die ,,publieke misperceptie'' te corrigeren, werd door Annan ,,onbeantwoord gelaten''.

De derde keer was op 1 november. Op die dag vroeg Lubbers Annan toestemming om twee VN-organen, het Derde en Vijfde Comité van de Algemene Vergadering, in te lichten over zijn kritiek op OIOS, en hun te vragen om zijn naam te zuiveren. Annan gaf Lubbers te verstaan dat het ,,mij `als VN-personeelslid' in geen geval door hem was toegestaan om zo'n brief te sturen'', en dat hij over deze zaak evenmin ,,met enige andere VN-organisatie'' in contact mocht treden. Ook dat ergerde Lubbers: ,,Het paste in een welbekend patroon waarbij de Secretaris-Generaal en zijn kantoor er de voorkeur aan gaven om niet in actie te komen, ondanks de voortgaande publieke schade voor mij.''

Lubbers zag zijn dossier voor Malloch Brown als een laatste poging om met steun van de VN-top zijn naam te zuiveren. Malloch Brown was nog `fris', omdat hij net twee weken in functie was als Annans kabinetschef. Maar het dossier, met daarin de onthulling van B.'s medische gegevens en de kritiek op Annan, sterkte Malloch Brown juist in de overtuiging dat Lubbers niet meer te handhaven was.

Lubbers werd daarop naar New York ,,gesommeerd'', zei Annans kabinetschef tegen Fox News. Daar vroegen hij en Annan hem op 18 februari in aparte gesprekken om af te treden tien maanden voor het einde van zijn termijn. Dat op de 18de ook het OIOS-rapport uitlekte, was volgens Malloch Brown bij Fox geen bepalende factor meer: ,,Dit gesprek en de confrontatie waren ruim voor de publicatie van deze artikelen gepland.''

Twee dagen later nam Lubbers ontslag. Hij verspreidde toen eigen documenten die hij voorheen niet had willen vrijgeven. Op één document na: zijn geheime dossier voor Malloch Brown. Had hij enkele etmalen vóór zijn ontslag nog het bestaan ervan ontkend, een paar dagen erna gaf Lubbers desgevraagd toe dat Malloch Brown het inmiddels had: ,,Maar ik kan het niet geven, het is vertrouwelijk.''

    • Caroline de Gruyter Robert van de Roer