Jonge filmer Bergman is clownesk in reclamefilmpjes

Het Filmmuseum toont komende zondag jeugdwerk van Ingmar Bergman. Geen zware kost, maar vrolijke zeepreclames.

Een stel acteurs speelt dat ze bacteriën zijn die zich tegoeddoen aan een stuk huid. Terwijl ze vrolijk in de rondte springen, worden ze aangevallen door wat zeepbellen. Angstig verlaten ze het strijdveld, op de geluidsband klinkt een intrigerend uitgesproken `fri, frisk, fräsch'. Een schaars geklede dame zit op het podium van een theater en wordt bekeken door een volle zaal met mensen, die allemaal een brilletje op hebben. Ze stapt onder de douche en strekt haar arm uit, de zaal in, een opgewonden oude man op zijn hoofd tappend en nat spattend. Een verslaggever loopt in een theater rond en bekijkt een historisch toneelstuk waarin de hoofdrolspelers druk gesticulerend discussiëren over het nut van zeep. Bris zeep welteverstaan. Die zorgt ervoor dat je je weer vrij, fris en schoon voelt.

Niets bijzonders zou je zeggen. Hoewel. De zeepcommercials werden begin jaren vijftig geregisseerd door een nog jonge Ingmar Bergman. Decennialang waren ze verloren, totdat ze onlangs weer opdoken. Bergman, van wie nu een retrospectief draait in vijf filmhuizen, zegt er in zijn autobiografie en interviews niets over. Volgens een van zijn vaste actrices, Bibi Andersson, maakte hij ze om zijn acht kinderen, verspreid over twee gezinnen, te onderhouden tijdens een staking in de Zweedse filmindustrie in 1951. De filmproductie lag stil en de theaters waren gesloten voor de zomer. Er moest brood op de plank. Maar onderzoek toont aan dat hij er in de jaren erna ook nog een paar maakte. Hoe dan ook, gezien zijn zwijgen schaamt de grootmeester van de Zweedse cinema zich voor zijn Brisverleden. Hij was vast bang dat zijn strenge, bloedserieuze imago als maker van metafysische en psychologische drama's over mensen in geloofs- en relatiecrises een deuk zou oplopen. Nu, meer dan vijftig jaar later maakt iedere bekende regisseur wel eens een commercial en laat zich er zelfs op voorstaan.

Het is aardig om te zien dat in de Brisreclames (in Nederland heette dit merk Sunlight) veel van Bergmans stilistische en thematische preoccupaties opduiken. De commercials werden veelal gefilmd met zijn vaste team, waaronder cameraman Gunnar Fischer en actrice Bibi Andersson. De belichting is uitgekiend, het zwart-wit soms adembenemend. Veel films spelen zich af in en rond het theater, de grote liefde van Bergman. Dat ze zo speels zijn, verrast wellicht meer. De parodie op de 3D-rage uit begin jaren vijftig, waarbij iedereen een brilletje met groenrode glazen op moest, is erg geestig, net als het filmpje over de bokswedstrijd tussen het vuil (een duiveltje) en de zeep (een harlekijn). Het Filmmuseum vertoont zondag 17 april alle negen Bris-spotjes van Bergman. Ze worden ingeleid door Jon Wengström van het Zweeds Filminstituut. Wengström zal ook een toelichting geven bij een aantal andere, onbekende filmpjes en trailers die een nieuwe kant van Bergman laten zien. Zoals het kijkje achter de schermen bij Het zevende zegel (1956) – de film waarin een middeleeuwse ridder schaakt met De Dood. De speelsheid uit de commercials komt hierin terug. Bergman die breed lachend regisseert, z'n acteurs dolt of even een dutje doet. Hij is even clownesk in een reportage over het maken van Nära livet (1957). Zo kennen we de meester niet. Het is een welkome aanvulling op z'n zo strenge imago.

Dossier Ingmar Bergman. Zondag 17 april. In: Filmmuseum, Amsterdam.