Het nieuws van 14 april 2005

Doodgewone Nederlanders

Vastgoed en fout. Twee begrippen die de laatste jaren onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Afpersing, witwassen en recente liquidaties zijn voor Zembla terecht aanleiding om de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld in deze ,,schimmige sector'' eens te onderzoeken. De documentaire Fout vastgoed slaagt niet in zijn opzet. De uitzending wordt voor een belangrijk deel gevuld met een reportage over een ,,rising star'' in de vastgoedhandel, Rudy Stroink van TCN Property Projects. Zembla vliegt met hem mee (per privé-vliegtuig) naar vastgoedbeurs Mipim in Cannes. De `Vastgoedman van het Jaar' is naar eigen zeggen een eerlijke vastgoedman die weliswaar wel eens is verleid maar ,,geen zaken doet'' met verkeerde types. ,,Nee, ook niet met Harry Mens.'' De bekende makelaar en tv-presentator is de andere hoofdrolspeler in de documentaire. Hij neemt het vurig op voor het imago van zijn vak. ,,Er is helemaal niets fout met onroerend goed ten opzichte van andere branches'', verklaart de man die vastgoedhandelaar Willem Endstra een dag voor diens liquidiatie in zijn talkshow liet uitleggen dat hij geen banden met de onderwereld had. Volgens Mens bestaat de vastgoedwereld uit ,,gewoon doodgewone Nederlanders''. Mens' betoog wordt weersproken door Stroink, en ook door vastgoedhoogleraar Piet Eichholtz. Omdat het in deze sector ontbreekt aan overheidstoezicht trekt het per definitie verkeerd geld aan, luidt zijn stelling. Mens' verweer: ,,Eichholtz is theoreticus, die nog geen pand in zijn leven heeft verkocht. Laat hij nou de professor spelen, dan doen wij de zaken.''

Zinloze milieuregels frustreren innovatie 2

Sietz Leeflang krijgt gelegenheid Gastec in een kwaad daglicht te stellen, zonder dat met onze organisatie af te stemmen. Kiwa NV, sinds januari 2005 eigenaar van Gastec, is hierover op z'n zachtst gezegd teleurgesteld.

De Twaalf Ambachten schuift Gastec onterecht kritiek in de schoenen. Wij bepalen immers niet de eisen die aan een bepaald product worden gesteld, maar een groot aantal belanghebbenden in een college van deskundigen. In het geval dat De Twaalf Ambachten noemt, is dat pakket eisen fors en dat komt omdat we te maken hebben met producten die een stevige impact kunnen hebben op het milieu.

De overheid stelt daar hoge eisen aan en dat betekent dat onder andere zeer langdurige beproevingen van het product uitgevoerd moeten worden. Voor certificatie moet je namelijk zeker weten dat een product doet wat er over is afgesproken en moet je het gerechtvaardigde vertrouwen hebben dat dit niet alleen vandaag, maar ook op termijn zo is. De beproevingen die nodig zijn om dit te toetsen, maken de certificatie kostbaar.

Gastec doet dat niet om De Twaalf Ambachten te pesten, maar om de zekerheid te hebben dat de belofte die met een certificaat wordt gedaan, ook in de praktijk bewaarheid wordt. De Twaalf Ambachten kennende, kan ik me voorstellen dat een n ander boven haar budget uitgaat. Ik vind echter niet dat we om die reden zware beproevingen en de belangrijke milieu- en productie-eisen moeten laten vieren.

Dat lijkt me overigens ook in strijd met de uitgangspunten van De Twaalf Ambachten. In plaats van te tornen aan de certificatieprocedures – want dat doe je als het het goedkoper wilt maken – zouden organisaties als De Twaalf Ambachten eigenlijk bij overheden of elders moeten kunnen aankloppen voor subsidie of sponsoring om ook hun producten aan de hoge milieunormen te kunnen toetsten.

Iets anders is, dat De Twaalf Ambachten misschien waardevolle suggesties heeft voor vereenvoudiging van de duurproeven, want dat zou de certificatieprocedure wellicht minder kostbaar kunnen maken.

Lonnie van Brummelen

Traag strijkt de camera langs het straatbeeld, volgt twee trams die zich langs elkaar slingeren, terwijl een verkeerschaos ontstaat van wandelaars en auto's die vastlopen en moeten keren. De camera tast de omgeving af, toont hoe het dagelijks leven in een stad wordt gefrustreerd door bouwwerkzaamheden. Deze chaos speelt zich af in de stemmige zwartwitfilm Obstructies (2003) van kunstenaar Lonnie van Brummelen (1969), die het leven in en om bouwplaatsen in Amsterdam en Den Haag vastlegt. Ouderwets vertrouwd ratelt de 16 mm filmprojector in de expositieruimte van Stedelijk Museum Bureau Amsterdam. Het is het enige geluid dat te horen is op de expositie Frontyards and Backyards, waar Van Brummelen twee van haar recente films vertoont. Van Brummelen, dit jaar een van de vier genomineerden voor de Prix de Rome, beperkt zich niet tot de knelpunten in het openbare leven in eigen land. De kleurenfilm Grossraum (2004/2005) zoomt in, zoomt uit en baant zich in vogelvluchtperspectief een weg door een on-Nederlands weids uitzicht en plots valt je blik op het woord Ukraine. We bevinden ons bij een grenspost in het nieuwe Europa, waar de doorstroom niet zo simpel is. In Grossraum zie je ook de grensverkenningen bij Ceuta, een Spaanse enclave in Noord-Marokko.Van Brummelens verwondert zich over schrijnende politieke en maatschappelijke situaties, daarmee is haar werk een metafoor voor de maatschappij waarin grenzen tussen arm en rijk en tussen de ideologieën steeds scherper worden aangezet.

D66-congres nagespeeld in toneelstuk

Het Noord Nederlands Toneel (NNT) gaat het D66-partijcongres van 2 april als toneelstuk integraal naspelen. De reconstructie, met de titel Motie 2205, wordt op zondag 22 mei eenmalig in de Amsterdamse Stadsschouwburg opgevoerd. Het NNT probeert een aantal D66-ers mee te laten spelen als zichzelf. Aan het stuk werken minimaal vijftig Nederlandse acteurs, regisseurs, cabaretiers en figuranten mee, onder wie het voltallige ensemble van het NNT, cabaretier Hans Sibbel en schouwburgdirecteur Melle Daamen. Het NNT hoopt ook enkel originele D66-leden voor het plan te strikken. Motie 2205 is onderdeel van een theaterweekend in de schouwburg. Onder de noemer `Brandhaarden' gaat het NNT op zoek naar de staat van de democratie. Er gaan dat weekend nog drie andere NNT-stukken in première met hetzelfde thema. ,,Het D66-congres zegt erg veel over wat democratie nog voor ons betekent'', zegt dramaturg Dennis Molendijk uit. ,,We willen het hele debat loskoppelen van de waan van de dag en de mediahype. Pas in een theatrale context kunnen we daar afstand van nemen en onze eigen werkelijkheid beter bezien.'' Volgens Molendijk vertoont het debat gelijkenissen met een Griekse tragedie. ,,Het begint met het neerleggen van de wapens van de verslagen held'', zegt hij. ,,Daarna volgen beraadslagingen over de positie en de koers van de opvolger. Meer dan 2.500 jaar geleden beschreef de Griekse toneelschrijver Aischylos op eenzelfde wijze met De Eumeniden het begin van de democratie.''