Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Onderwijs

DE PUBERS EN DE PROFEET

Is islamitisch onderwijs nu goed of slecht voor de integratie?

Naast 40 islamitische basisscholen telt Nederland nu twee islamitische middelbare scholen. Anja Vink liep drie maanden mee op het Islamitisch College Amsterdam. Op de dag dat ze binnenkwam werd Theo van Gogh vermoord.

Ze trof een school die worstelt met haar identiteit, de argwaan van de buitenwereld en een tekort aan goed personeel. Er woedt een machtsstrijd en de Onderwijsinspectie komt met een kritisch rapport. 'Wij hebben hier dezelfde problemen als het vmbo in de grote steden, maar naar ons wordt extra kritisch gekeken.'

Het is of de duvel er mee speelt. Op mijn eerste dag op het Islamitisch College Amsterdam aan de Jacob Geelstraat in Slotervaart wordt Theo van Gogh vermoord. Zoals afgesproken kom ik kennismaken met het personeel bij de iftar, het breken van de vasten tijdens de ramadan. Maar vandaag, dinsdag 2 november 2004, staat plotseling alles in een ander licht. Een 23-jarige jongen met een baard en in djellaba vermoordt de cineast en columnist Theo van Gogh. Het nieuws is wel doorgedrongen tot de school maar niemand weet precies wat er aan de hand is omdat het personeel een scholingsdag heeft.

In de lerarenkamer verdringen de docenten zich die middag om half vijf om een televisie die eerst nog geprogrammeerd moet worden. Wanneer er eindelijk beeld is, staan mensen hoofdschuddend of met de handen voor de mond naar de tv te kijken. Alsof nu pas de ernst van de zaak tot ze doordringt. Om kwart over vijf klinkt er plots een gebedsoproep uit de speakers in het plafond. De zon is ondergegaan en voor vandaag is de vasten afgelopen. Meer dan de helft van het personeel loopt naar de gebedsruimte. Voorin liggen en staan de mannen, achter een scherm de vrouwen.

Na de dienst begint de maaltijd in de aula met een gebed. Daarna breekt men de vasten met het eten van een dadel. De mannen en de vrouwen zitten apart aan tafels. Aan een enkele tafel zitten de Nederlandse leerkrachten wel gemengd. Aan mijn tafel zegt lerares islamitische geloofsleer Asmae el Khadar dat ze steeds banger wordt. Ze is geboren en getogen Amsterdamse. Haar ouders komen uit Marokko. 'Tot 11 september voelde ik me Nederlander, maar sindsdien niet meer. Ik maak me oprecht zorgen over hoe het in Nederland gaat. Veel mensen om mij heen denken er over om terug te keren naar Marokko. Of in ieder geval een huis in Marokko te hebben om terug te kunnen. Ik ben bang dat met ons hetzelfde gaat gebeuren als met de joden.'

Artikel 23

Al voor de zomervakantie heb ik mijn eerste gesprekken met rector Erik Bijkerk en bestuursvoorzitter Mohamed Bhoelan. Ik heb een verzoek ingediend of ik mag rondlopen op het ica, een van de twee islamitische scholen voor voortgezet onderwijs die Nederland rijk is. De andere, Ibn Ghaldoen, staat in Rotterdam. Hoe ziet een school met islamitische pubers er uit, wat gaat er om en hoe zien de jongeren zelf hun school en de toekomst? Draagt een islamitische school bij aan betere schoolprestaties omdat de jongeren in een veilige omgeving beter presteren, zoals de voorstanders van islamitisch onderwijs betogen? Of zijn het gevangenissen van achterstand en worden de leerlingen geïndoctrineerd met fundamentalistische opvattingen, zoals VVD-Tweede Kamerlid Ayaan Hirsi Ali beweert.

Tegenstanders van het islamitisch onderwijs pleiten voor afschaffing van artikel 23, het grondwetsartikel dat de oprichting van bijzondere scholen, en dus ook islamitische, mogelijk maakt. Voorstanders vinden artikel 23 een van de verworvenheden van de Nederlandse godsdienstvrijheid. Nederland is het enige land ter wereld dat alle scholen van welke gezindte dan ook met overheidsgeld financiert.

Niet alleen de politiek, maar ook de Inspectie van Onderwijs houdt zich bezig met het islamitisch onderwijs. In twee uitgebreide onderzoeken kwam de Inspectie tot de conclusie dat er geen 'integratieremmende factoren' zijn op islamitische scholen. Wel plaatst de Inspectie vraagtekens bij de vaak ongediplomeerde godsdienstleraren islam die de lessen in het Arabisch geven. Maar die onderzoeken zijn intussen twee jaar oud en gingen voornamelijk over de veertig islamitische basisscholen in

Nederland. Het ICA is alleen onderzocht in het eerste onderzoek en heeft uitsluitend gediplomeerde godsdienstleraren.

Van het Surinaamse bestuurslid Mohamed Bhoelan mag ik de school in, maar rector Bijkerk houdt de boot af. Erik Bijkerk, zelf geen moslim, heeft een lange staat van dienst in het onderwijs. Sinds 1974 is hij werkzaam in het volwassenenonderwijs, laatstelijk als lid van de centrale directie van het Cornelis Drebbel College in Alkmaar. Daarna werd hij gevraagd om het ICA op te zetten. Hij vond het, zegt Bijkerk, een uitdaging om aan het eind van zijn carrière een school helemaal van de grond af op te bouwen. In september wordt hij 65. Bijkerk wil eerst de school goed op orde hebben voordat hij mij toegang geeft. Nu worstelt hij nog teveel met personeelsgebrek. De school is eigenlijk niet meer dan een vmbo met een piepkleine havo- en vwo-afdeling. Ik moet over een half jaar nog maar eens bellen.

Ik bel in oktober 2004 met de vraag of ik eerder mag komen. Ik wil graag de vastenmaand Ramadan bijwonen, de elfde maand van de islamitische kalender, omdat een islamitische school daar toch haar signatuur in toont.

Bijkerk stemt toe. Maar door de moord op Van Gogh krijgt mijn bezoek onverwacht een zware lading. Alles wat met de islam te maken heeft is plotseling verdacht.

Provocatie

De dag na de moord provoceert godsdienstlerares Asmae el Khadar haar leerlingen van 5 havo in de les islamitische geloofsleer: 'Van Gogh had het toch over zich zelf afgeroepen?' De leerlingen kijken haar verbaasd aan: 'Doden mag toch niet volgens de koran?'

'Juist', zegt Asmae. 'En als je je verweert, dan doe je dat met je mond en als je dat niet kan met je hart, maar nooit met geweld.'

Volgens Asmae el Khadar kan een islamitische school voorkomen dat jongeren radicaliseren. 'Er is veel onwetendheid over de islam. Veel leerlingen en hun ouders grijpen terug op hun cultuur wanneer ze zich beroepen op de koran. Dat gold ook voor mij. Ik wist niets van de islam voordat ik mij op mijn 23ste bekeerde.' Asmae ging naar de Educatieve Faculteit Amsterdam (EFA) en volgde de opleiding islamitische levensbeschouwing, de enige in Nederland. 'De regels van de islam bleken heel anders dan ik dacht.'

Asmae leek vroeger precies op de leerlingen: leren jasje en stoer en toen nog geen hoofddoek. 'Daarom snap ik ze ook.' Nu gaat ze van top tot teen gekleed in een zwart gewaad, dat alleen haar handen en gezicht vrijlaat. Soms is ze wat uitbundiger gekleed: een andere kleur of een sluier met bloemetjes. Ze legt me uit dat je in zo'n jurk ook kan schaatsen.

De 29-jarige moeder van twee kinderen fascineert me. Ze is behoorlijk steil in de islamitische leer, maar ze heeft ook een goed gevoel voor humor en is temperamentvol. Over Hirsi Ali zegt ze: 'Ik mag niet boos worden. Volgens de islam moet je je emoties beheersen, maar ik kan me zo opwinden over haar. Ook zij verwart de islam en de cultuur. Iedereen luistert maar naar haar alsof ze de waarheid verkondigt.' De dames van 4 havo en atheneum zijn haar favoriete klas. 'Daar kan je lekker de diepte mee ingaan.'

Volgens rector Bijkerk is het beter om de moord op Theo van Gogh in de klas te bespreken dan op een plenaire bijeenkomst in de aula. 'De leerlingen moeten hun ei kwijt kunnen in de klas. Onze ervaring is dat het de beste manier is. De leerkracht moet dat zelf invullen.' De school heeft inmiddels ervaring met dit soort politiek geladen gebeurtenissen. 'Twee weken na de opening van de school waren de aanslagen op het World Trade Center. Ook de moord op Pim Fortuyn had veel invloed op de school. Laat ik zeggen dat we er onderhand bedreven in zijn.'

Vier palmbomen

Het Islamitisch College Amsterdam staat midden in het stadsdeel Slotervaart, een paar straten van het ouderlijk huis van Mohammed B., de moordenaar van Van Gogh. Op het schoolplein staan vier palmbomen en boven de deur prijkt de koranspreuk: 'En zeg: O Heer, vermeerder mijn kennis'. In drie jaar is de school uitgegroeid tot 750 leerlingen. Over twee jaar wil de school 1200 leerlingen hebben en de havo- en vwo-afdeling verhuizen naar een ander gebouw. In 2010 rekent men op 1500 leerlingen. Ze komen uit alle delen van Amsterdam, maar soms ook met de trein uit Haarlem of Beverwijk. Vierhonderd leerlingen zijn van Marokkaanse komaf, bijna driehonderd Turks. Er zijn ook Irakezen, Pakistanen, Somaliërs en Egyptenaren. En twee Surinamers. Veertien leerlingen hebben minsten één Nederlandse ouder die zich bekeerd heeft tot de islam. 85 procent van de leerlingen gaat naar het vmbo. De vijf leerlingen in 5 havo doen dit jaar voor het eerst examen. Vijf atheneum telt maar twee leerlingen. Tweederde van de leerlingen is van het vrouwelijk geslacht.

In de weken na de moord is het alsof ik in het oog van de orkaan beland op het moment dat ik de hekken van de school doorga. Het lijkt rustig maar je voelt de spanning. De leerlingen vertellen hoe ze op straat worden uitgescholden en in de metro op weg naar school worden bespuugd. Omdat ze met hun hoofddoeken zo herkenbaar zijn moeten vooral de meisjes het ontgelden. Een man staat de hele weg in de metro tegen een meisje te schreeuwen dat ze op moet rotten uit Nederland.

Tijdens een uitstapje van klas 4 vmbo verzorging, met alleen maar meisjes, rijdt een bestelbusje met een blanke man achter het stuur op hen in. Op school reageren de meiden furieus. De Marokkaanse klasse-assistent Gera Hamdan sust en hamert er op dat ze zich niet moeten laten provoceren. 'Niet ingaan op scheldpartijen. Het gaat over.'

Eigenlijk is dat de boodschap die de hele school uitdraagt: ga er niet op in. Laat het gespuug en gescheld langs je afglijden. Het wordt wel weer minder. Na 11 september en de moord op Fortuyn duurde het enkele weken en daarna ebde het weer weg. Na de aanslagen op de islamitische basisscholen elders in het land cirkelt ook regelmatig een politieauto om de school heen ter beveiliging. 'Dit zal niet de laatste keer zijn', verzuchten de leerkrachten. 'Dit gaat vaker gebeuren.'

Een paar dagen na de moord op Van Gogh komt in de les geschiedenis van de Nederlandse leerkracht Piotr Reedijk in 3 atheneum (zestien meiden aan de ene kant van het lokaal en vier jongens aan de andere) de kwestie snel ter sprake. In de gratis krant Metro staat de afscheidsbrief van Mohammed B. integraal afgedrukt. Een van de leerlingen leest het gedicht hardop voor. De klas is muisstil. Na afloop is er verbazing. 'Het was een jongen die een goede opleiding had en iedereen mocht hem graag. Er was niets slechts aan hem. Hoe kan hij dan zo veranderen, meester?' Reedijk legt uit dat dat juist past in het profiel van een islamitische terrorist: 'Hoog opgeleid en ontevreden met deze samenleving.' De kinderen kijken elkaar aan. 'Dus meester', vraagt er een voorzichtig, 'zijn wij ook potentiële terroristen?' Reedijk: 'Niet als je blijft nadenken.'

Maar een paar uur later heeft Reedijk een 2 vmbo klas waar een aantal jongens met vlammende ogen verkondigt dat Van Gogh terecht vermoord is. 'Ik heb toen enigszins geëmotioneerd gezegd dat ik het met Van Gogh eens was en dan zouden ze mij dus ook moeten vermoorden. De klas werd toen stil.' Een week daarna meldt Piotr Reedijk zich ziek en ik zie hem niet meer terug. Hij wil alleen maar kwijt dat het hem niet om de leerlingen gaat maar om de sfeer in de school. 'De moord op Van Gogh is de druppel. Ik trek het emotioneel niet meer.' Sindsdien hebben zijn klassen geen geschiedenis meer gehad. Pas eind februari wordt hij vervangen.

Verbazing

Mijn aanwezigheid op de school wordt door het grootste deel van de leerkrachten met verbazing verwelkomd. 'Mag je echt alles schrijven?', is de veel gestelde vraag. Maar er zijn ook leerkrachten die moeite hebben met mijn aanwezigheid. Ze reageren afhoudend. Het zijn vaak mannen en ze hebben, o vooroordeel, meestal baarden en een djellaba aan. Er zijn overigens ook open en vriendelijke mannen met baard en in djellaba op school. Ik hou het er voorlopig op dat die afstand er is omdat ik een vrouw ben. Vrouwen en mannen schudden in deze school geen handen. Zelf val ik ook ten prooi aan enige paranoia. Gesprekken vallen stil wanneer ik binnenkom. Mannen lopen me zonder te groeten in de gang voorbij. Het is klaarblijkelijk een kwestie van langzaam vertrouwen opbouwen.

Van de leerlingen krijg ik dat vertrouwen meteen. Ze praten graag met me, ze zijn spontaan en vooral gastvrij. Want het is, we waren het door alle ophef bijna vergeten, ramadan. Het is haast niet te merken dat bijna de hele school overdag niet eet. De kantine is dicht en het niet-moslimpersoneel mag niet met eten door de gangen lopen. De leerkrachten zeggen dat er 's middags wel een flinke dip in de concentratie is. De leerlingen zijn dan te slaperig omdat er thuis tot in de kleine uurtjes gegeten wordt. Maar over honger heb ik geen leerling horen klagen.

Mijn tweede iftar, het breken van de vasten, maak ik mee in klas 4 vmbo verzorging. Twintig meiden van zestien. Ze zijn hier allemaal sinds de brugklas en willen 'iets met kinderen' gaan doen. Op de achtergrond speelt oosterse muziek. Tussendoor geluiden van mobiele telefoons. Er wordt 'aardappel anders' gemaakt, maar ook de traditionele harirasoep. De sfeer is zo ontspannen dat zelfs de hoofddoek soms af gaat. Het zijn lieve meiden, ze blijven me eten aanbieden en drinken inschenken. En er wordt gegeten tot ze niet meer kunnen. Ze vergelijken elkaars bolle buik. Ze snappen niet waarom de buitenwereld vindt dat ze het verkeerde geloof hebben. Die wereld sluiten ze het liefst zo veel mogelijk buiten door met elkaar te kletsen en te roddelen. Zo moet de huishoudschool vroeger zijn geweest.

In 4 vmbo elektrotechniek is maar één jongen die sinds de brugklas op het ICA zit. De andere vijf komen van andere scholen omdat ze daar weggestuurd zijn. Hun ouders hebben hen allemaal tegen hun zin naar het ICA gestuurd. 'Ik dacht dat je dan moest bidden, weet u wel. Maar net zoals thuis doe ik het hier ook niet.' Als ik vraag naar het verschil tussen het ICA en hun eerdere school, zeggen ze allemaal het geweld: 'Hier wordt veel minder gevochten, mevrouw. We zijn hier broeders.' En een belangrijk ander verschil: 'Op die andere scholen kan je veel dichter bij meisjes komen. Hier mag dat niet. Dat vinden we wel jammer.'

De Turkse jongens willen het leger in. Drie naar de Nederlandse marechaussee, een in het Turkse leger. 'Wij Turken houden van schieten, mevrouw', zegt er een uitdagend. De enige Marokkaan wil automonteur worden. Leraar techniek en mentor van de klas Abdullah Drost lacht toegeeflijk. Drost is een Nederlander die eigenlijk Hans heet en zich dertig jaar geleden in Afrika bekeerde tot de islam. Hij wordt door de jongens op handen gedragen. 'Hij is onze vader, broer en oom tegelijk.' Drost is dik tevreden over zijn jongens: na hun laatste stage kreeg hij te horen van de werkgevers dat ze een prima werkhouding hebben. 'Ze zijn geïnteresseerd en willen de handen uit de mouwen steken. Van andere scholen hoor ik hele andere verhalen', zegt Drost.

De meiden uit 4 havo en atheneum hebben ook allemaal eerst op een niet-islamitische school voor voortgezet onderwijs gezeten. En ze zeggen allemaal dat ze na het eerste jaar uit vrije wil naar het ICA zijn gegaan. 'Ik had op die andere school geen contact met de andere leerlingen, ik was anders. Er werd geblowd op school en sommige leerlingen dronken alcohol. Hier voel ik me thuis en veilig. Ik hoef niet uit te leggen waarom ik een hoofddoek draag. Hier vasten we allemaal en we houden rekening met elkaar. Het geeft ook een saamhorigheidsgevoel om met zijn allen te vasten', zegt Cheima.

Alle meiden zijn stuk voor stuk ambitieus. De meesten willen de verpleging in of medicijnen studeren. Eén wil journalist worden. 'Mevrouw, hebben ze een baan bij het NRC voor mij?' Als ik vraag of ze daarvoor desnoods haar hoofddoek af wil doen, is ze beslist: 'Nooit, dan wil ik het niet.'

Serieus geworden

De meiden van 4 havo en 4 atheneum volgen de regels in de school uit vrije wil. Cheima uit 4 atheneum is van top tot teen in het zwart. Alleen haar handen en gezicht zijn vrij. Een jaar terug had ze nog vaak kleurige kleding aan. Ze is serieuzer geworden, zegt ze zelf. 'Ik vind dit nu meer bij me passen.' Haar klasgenote: 'Ik draag geen hoofddoek omdat mijn ouders dat willen. Dat denken Nederlanders vaak. Nee, dat is iets tussen Allah en mij.' Over Mohammed B. en zijn proces zegt Cheima later: 'Hij is een afgedwaalde. En het uiteindelijke proces begint na zijn dood. Dan zal duidelijk zijn of hij wel of niet goed heeft gehandeld. Dat weet alleen Allah.'

Al snel wordt me ook duidelijk dat de dertig gedrag- en kledingregels die in de schoolgids staan door het overgrote deel van de leerlingen met voeten worden getreden. Vooral de Turkse meiden blinken, ondanks het verbod op felle kleuren, uit in kleurige dracht. De helft van de meisjes maakt de ogen zwaar op. Onder de vmbo-meiden is het een sport om de rok net boven de knie te krijgen of uitdagend een sjaal om de heupen te knopen. De grootste durfal, een Iraakse met felle ogen, komt in een kniebroek met hoge laarzen naar school. Schouderophalend geven enkele meiden toe dat buiten de schoolhekken de hoofddoek af gaat: 'So what?' En als ik naar huis rij, zie ik een groep meiden op weg naar de metro een sigaret opsteken.

Ook de jongens houden zich niet aan de kledingregels. T-shirts met korte mouwen, truien met afbeeldingen, kettinkjes met cannabisblaadjes, lang haar, petjes: alles is er. Onder elkaar praten ze Turks en Marokkaans. Maar ook de straattaal die alle Amsterdamse jongeren praten; een mengeling van Surinaams, Marokkaans en Engels. Ze gebruiken woorden als lauw en awsome. Geld is doekoe. Vlekkeloos Nederlands praten slechts een aantal meisjes uit havo en atheneum.

En er is veel lichamelijk contact. Bij de ingang van de school staan twee tafelvoetbaltafels: een voor de meisjes, de ander voor de jongens. Maar meisjes en jongens spelen gewoon samen. In de gangen wordt geflirt en heimelijk aangeraakt. Er bloeien verborgen liefdes. Stelletjes willen samen op de foto. Maar de meisjes smeken de fotograaf later of hij de foto's niet wil publiceren. Ze krijgen er anders grote last mee.

De leerlingen die zeggen op deze school te zitten zodat ze kunnen bidden zijn veruit in de minderheid. Als 5 procent van de leerlingen bidt, is dat veel. De roosters zijn er echter wel op aangepast. De eerste, tweede en derde klassen bidden eerst, een half uur later de hogere klassen. Het heeft alleen maar tot gevolg dat het vaak lawaaiig en druk is in de gangen. De gebedsoproep die door een leerling gedaan moet worden, klinkt hoogst zelden door het gebouw.

Wat is er dan islamitisch aan deze school? Dat alle meiden een hoofddoek dragen? Dat lijkt me toch wel wat mager voor de identiteit. Schaf die dan ook af en geef de leerlingen die behoefte hebben aan bidden daartoe de kans. Maar volgens bestuursvoorzitter Mohamed Bhoelan zijn zowel de leerlingen als de school op zoek naar hun identiteit waardoor de regels niet al te strak worden nageleefd. Bhoelan is een van de grote mannen van islamitisch onderwijzend Nederland te noemen. De in een onberispelijk pak geklede Hindoestaan, die in 1991 vanuit Suriname naar Nederland kwam, is algemeen directeur van een aantal islamitische basisscholen in Noord-Holland waaronder de Amsterdamse basisschool Al Kadisia, secretaris van de Islamitische Scholen Besturen Organisatie (isbo), de koepelorganisatie van het islamitische onderwijs, en medeoprichter van de Islamitische Universiteit in Rotterdam. Binnenkort opent hij ook een islamitische basisschool in Harderwijk op de Veluwe.

Volgens Bhoelan zijn de regels er omdat de ouders dat willen. 'Dat is een teken dat het op deze school goed is. De ouders willen het gevoel hebben dat hun kinderen hier veilig zijn. Ze zijn bang. Net zoals witte ouders. Alleen wordt hun gedrag anders geïnterpreteerd. Als een Turkse vader zijn dochter voor de deur van de school afzet en ook weer ophaalt, vindt men dat vrouwenonderdrukking. Maar Nederlandse ouders brengen hun kinderen ook met de fiets naar school en staan na afloop voor de deur weer te wachten', aldus Mohamed Bhoelan. De islam is in zijn ogen inderdaad meer dan een hoofddoek, maar die wordt zeker niet afgeschaft.

Al Tawheed moskee

Zo'n drie weken na de moord op Theo van Gogh is er een bijeenkomst van het personeel over de samenwerking in de school. Ik kom aan een tafel te zitten met een ander bestuurslid. De Marokkaanse docent die naast mij zit schrijft twee woorden op een papiertje: Zaari en Al Tawheed moskee. Hij schuift het voorzichtig naar mij toe om me duidelijk te maken wie onze tafelgenoot is. Farid Zaari is personeelsmanager van de islamitische basisschool As-Siddieq, de enige islamitische basisschool die volgens de Inspectie van Onderwijs de sociale cohesie met de Nederlandse samenleving niet op alle punten bevordert. Maar ondanks aanvullend onderzoek van de gemeente Amsterdam werd er geen reden gevonden om de school te sluiten. Zaari is ook woordvoerder van de omstreden Al Tahweed moskee in Amsterdam, die bezocht zou zijn door Mohammed B. en zijn kornuiten. De AIVD beschouwt de moskee als extremistisch.

Zaari draagt een spijkerbroek, leren jas, een ziekenfondsbrilletje en heeft een woeste baard. Hij is vaak aan het woord. Tijdens de bijeenkomst betoogt hij dat een islamitische school juist kan voorkomen dat jongeren in de criminaliteit gaan of de terroristenkant op drijven. 'Door de maatschappij worden Marokkaanse jongens buitengesloten. Deze school kan zorgen dat ze op het rechte pad blijven.' Hij ontkent te hebben geweten dat Mohammed B. en zijn gabbers de Al Tawheed moskee bezochten. 'Misschien dat ze eens naar een preek zijn komen luisteren. Dat staat iedereen vrij.'

Waarom loopt een man van een niet als vooruitstrevend bekendstaande moskee in deze school rond? Na afloop praat ik even met hem over hoe de pers met zijn moskee omgaat. Hij beklaagt zich dat hem weinig kans wordt gegeven op weerwoord. We maken een afspraak voor een langer gesprek. Maar zover komt het helaas niet. Bestuurslid Bhoelan en rector Bijkerk herhalen dat alleen Bhoelan woordvoerder is van het schoolbestuur. Tot Zaari's grote spijt moet hij onze afspraak afzeggen. Bijkerk: 'Ik heb altijd tegen Zaari gezegd: Je zet je Al Tawheed-pet af en je ICA-pet op. En tot nu toe heeft hij zich daaraan gehouden.'

Slecht onderwijs

Ik dacht dat de bijeenkomst van het personeel in het licht stond van de gebeurtenissen rond Theo van Gogh, maar pas later wordt mij duidelijk dat de bedoeling was om meer eenheid in de school te krijgen. De leerkrachten moeten hun goede voornemens op posters schrijven en dat levert slagzinnen op als: 'wij gaan door de hele school tien regels ophangen' of 'wij moeten elkaar meer vertrouwen' en 'er is behoefte aan aandacht voor leerlingen en personeel'.

Het zijn echter de leerlingen die als eerste onverbloemd zeggen dat het niet goed gaat op het ICA: 'Ik vind het heel fijn op een islamitische school maar het onderwijs is slecht.'

'We hebben leerkrachten die geen goed Nederlands praten, ik kan ze niet eens verstaan.'

'Er vallen heel veel lessen uit. Hoe moeten wij dan ons diploma halen, mevrouw. Gaat u daar over schrijven, alstublieft?' Maar ook leerkrachten, vooral de niet-moslims, beginnen over de problemen op de school. Van de tachtig personeelsleden zijn er vijfentwintig niet-moslim. Meerdere leerkrachten fluisteren mij toe dat er voor de zomervakantie van 2004 een groep leraren is vertrokken en dat is niet voor niets. Maar niemand wil zeggen hoe het zit. Velen zeggen ook weg te willen en een baan elders te zoeken. Maar hardop zeggen ze het niet.

De school heeft een hoog ziekteverzuim onder de leerkrachten. Vlak voor de kerstvakantie nemen nog vier docenten ontslag. Een van hen is een Surinaamse vrouw die wel moslim is maar geen hoofddoek draagt. Ze kon het verplicht dragen van de hoofddoek op de school niet meer aan. Bijkerk betreurt haar vertrek: 'Ik ben wel een prima leerkracht kwijt. Maar het bestuur houdt voet bij stuk.'

Maar ook de organisatie loopt stroef. Begin november heeft een aantal leerlingen nog geen boeken, de rapportcijfers kunnen niet ingevoerd worden vanwege een haperend nieuw computersysteem en leerkrachten en leerlingen lopen elkaar regelmatig mis omdat er op het laatste moment een roosterwijziging wordt doorgevoerd.

En inderdaad zijn er ongeveer tien docenten die geen behoorlijk Nederlands praten en schrijven. Ze komen uit Marokko, Egypte en Afghanistan en hebben in hun geboorteland een onderwijsbevoegdheid behaald. In Nederland hebben ze een aanvullende cursus gevolgd om hier aan de slag te kunnen. Een enkeling zoals de Marokkaanse leraar Engels Khalid Abdelouarit, die vier jaar in Nederland is, doet zijn best om zijn Nederlands te verbeteren. De lerares Nederlands José Mooren spijkert hem bij. Maar hij is een uitzondering.

In het taalbeleidsplan van de school staat onverbloemd dat zowel de leerlingen als een deel van de leerkrachten taalondersteuning nodig hebben. Maar het plan is nooit ten uitvoer gebracht omdat de verantwoordelijke coördinator voor de zomervakantie van 2004 is opgestapt. Met haar vertrokken ook de coördinatoren voor het tweede leerjaar en de tweede fase. Begin november zijn ze nog niet vervangen. Rector Erik Bijkerk neemt in zijn eentje al deze taken voor zijn rekening. Hij ziet er dan ook zwaar vermoeid uit. Alleen de bovenbouw van het vmbo heeft een coördinator, Ekrem Karadeniz. Een kleine kaalgeschoren Turk in pak die er flink de wind onder heeft bij de leerlingen maar ook populair is.

Rector Erik Bijkerk had me al eerder verteld dat het heel moeilijk is om goed en voldoende gekwalificeerd personeel te krijgen. 'De aanwas van onderwijzend personeel met een islamitische achtergrond is niet groot. Mondjesmaat komen ze nu van de opleidingen en daar zit talent tussen. Maar ik heb ook ervaren personeel nodig om deze pas afgestudeerden te begeleiden. En dat krijg ik ook niet makkelijk. Voor niet-moslims is werken op een islamitische school vaak een brug te ver. Ik heb niets te kiezen.'

Ik zeg dat ik het toch wel shockerend vind dat een deel van de leerkrachten geen goed Nederlands kan. Het roept ook de woede van de doorgaans onverstoorbare Bijkerk op. 'De leerkrachten met een diploma uit Marokko of andere landen krijgen met een officiële aanvullende opleiding in Nederland een bevoegdheid. Maar in mijn ogen vaak onterecht. Hun Nederlands is onvoldoende en de didactiek die in de klas gehanteerd wordt, is niet de manier waarop wij in Nederland lesgeven. Autoritair en niet gericht op het zelfstandig en kritisch leren denken van de leerlingen. Ik vraag me echt af waarom de opleidingen deze mensen een diploma geven. Ik zit in een soort spagaat: De Inspectie van Onderwijs tikt mij op de vingers voor te veel niet gediplomeerd personeel, maar een deel van de gediplomeerden voldoet ook niet.'

Machtsstrijd

Eén ding is na een maand rondlopen wel duidelijk: de school worstelt om overeind te blijven. Het gebrek aan goed personeel maakt dat de school niet uit het dal omhoog kan kruipen. Maar er is meer aan de hand. In de school woedt een strijd die haar verlamt en verdeelt. Of die te maken heeft met de verschillende stromingen binnen de islam of dat het een ordinaire machtsstrijd is, is me onduidelijk. We kennen die strijd ook van de islamitische basisscholen, maar daar is de afgelopen twee jaar wel het een en ander veranderd, sinds de Onderwijsinspectie het islamitisch onderwijs grondig heeft doorgelicht. Op de islamitische basisscholen is, anders dan op het ICA, de meerderheid van het personeel geen moslim.

Ik ga op zoek naar de opgestapte leerkrachten en vind er een paar. Maar de angst is groot. Enkele leerkrachten zijn bedreigd door leerlingen en het voormalige bestuurslid Chaami van de school, die inmiddels is vertrokken vanwege beschuldigingen van fraude op een islamitische basisschool. Eerst wordt er off the record gepraat, daarna mag ik wel citeren, maar de meesten willen anoniem blijven. 'Sinds de moord op Van Gogh voel ik me niet veilig als ik met naam en toenaam in de krant kom. Dan ben ik wel heel makkelijk te vinden'.

De opgestapte leerkrachten hebben afgelopen najaar een brief naar de Inspectie van Onderwijs gestuurd. Diezelfde Inspectie is afgelopen september op de school langs geweest voor een onderzoek van twee dagen. De vertrokken leerkrachten zitten vol spanning op het verslag van de Inspectie te wachten maar dat komt maar niet. Volgens een van de docenten is de strijd ontbrand sinds de oprichting van de medezeggenschapsraad in de school. 'Vanaf dat moment liep de school niet meer. Ze werd lam gelegd door een strijd over wat wel of niet islamitisch was. De mr had besloten vergaderingen en er waren geen notulen beschikbaar.' De medezeggenschapsraad is een wettelijk verplicht orgaan dat leerkrachten, ouders en leerlingen een stem geeft in het beleid van de school. De zittingen en de notulen horen openbaar te zijn.

Voor de vertrokken leraren was de maat vol toen de bijstelling van het schoolplan strandde. 'In dat schoolplan stond dat het lerarencorps een afspiegeling moest zijn van de Nederlandse samenleving. Op het allerlaatste moment konden enkele islamitische leerkrachten zich daar niet in vinden en torpedeerden het schoolplan. Een deel van het Nederlandse personeel begon zich daarna terecht af te vragen wat er dan van hen verwacht werd', aldus een van de vertrokken leraren. Ik krijg ook een brief te zien die is gericht aan de coördinator tweede leerjaar waarin expliciet staat dat 'de missie en visie van het ICA het best verwezenlijkt kan worden door moslimmedewerkers mits zij voldoende kwaliteit hebben en kunnen overbrengen bij onze leerlingen'. Het schoolplan is tot op heden nog niet aangevuld.

Een van de leraren: 'Er ontstond een sfeer van achterdocht en controle. Nederlandse leerkrachten werden in lerarenvergaderingen tot de orde geroepen door de streng in de leer zijnde islamitische leraren. Het ging vaak over islamitische of politieke kwesties waarbij ouders en leerlingen de islamitische leerkrachten rechtstreeks benaderden. Zonder de Nederlandse leerkrachten dan om hun mening te vragen, werden ze publiekelijk beschuldigd.'

Maar ook de minder zwaar islamitisch georiënteerde collega's van de opgestapte leerkrachten werden door de streng in de leer zijnde leerkrachten in een hoek gedreven.

'Islamitische collega's werden buiten school, bijvoorbeeld in de moskee, op hun gedrag aangesproken.'

Problemen met leerlingen werden buiten de school opgelost. 'Men gaat buiten het Nederlandse professionele zorgsysteem om.

Wanneer leerlingen zich misdroegen of leerkrachten bedreigden, werd dat onder tafel geveegd en in de eigen groep opgelost. Ondanks beloften deed de school geen aangifte van bedreigingen. Meisjes kwamen in problemen omdat ouders of andere familieleden werden ingelicht als zij met jongens gezien werden. De leiding van de school kreeg daar geen greep op', zeggen de opgestapte leraren.

Volgens de voormalige coördinator van het studiehuis, Lionne Molenaar, kreeg de strijd ook zijn weerslag op het onderwijs. 'Het studiehuis was de meest omstreden afdeling van de school. De uitgangspunten staan haaks op de achterhaalde pedagogiek en didactiek die veel docenten hanteren en ook haaks op bepaalde islamitische uitgangspunten. Jongens en meisjes mogen niet samenwerken en helemaal niet zonder toezicht. Zelfstandig en kritisch leren denken en discussiëren komt in zo'n sfeer niet van de grond. Laat staan dat vakken samenhang hebben en er een didactische lijn in de school is. Daarnaast waren er meerdere veelbelovende intelligente leerlingen uit de havo/VWO-groep die zich sterk lieten beïnvloeden door bepaalde docenten in hun omgeving. Enkele van hen weigerden bepaalde stof te bestuderen omdat die niet in hun islamitische ontwikkeling zou passen. Ook stelden deze leerlingen excursies ter discussie en beschuldigden zij personen binnen en buiten de school. Het wij-zij denken resulteerde zelfs in legitimatie van geweld: sommige docenten, medewerkers en leerlingen steunden publiekelijk een leerling die mij en een collega met de dood en met geweld had bedreigd', aldus Lionne Molenaar.

Vakinhoudelijk moest vooral het vak Culturele Kunstzinnige Vorming (CKV) het volgens de andere leerkrachten ontgelden. 'Afbeeldingen van mensen en dieren zijn in de islam verboden, maar muziek staat ook ter discussie. Veel opdrachten en excursies zijn in strijd met de islamitische regels, bijvoorbeeld omdat er naakt op schilderijen staat. Of leerlingen mogen een documentaire over het Palestijns-Israëlische conflict niet zien. Maar er komt ook geen kader waar de lessen wel inpassen. De leerlingen moeten echter wel aan de landelijk geldende examenregels voldoen.' Lessen seksuele voorlichting leverden ook altijd heibel op, volgens een voormalige docent. 'Er waren soms ouders bij de lessen aanwezig. En in één geval maakte een moeder zelfs clandestien opnames bij een voorlichtingsbijeenkomst over seksuele voorlichting'.

De vertrokken docenten wijzen in hun brief en tijdens ons gesprek ook op het probleem van de zwakke leerkrachten. 'De onderwijzers schieten vaak uit hun rol, ze gedragen zich als broer of zuster en dan zijn machtsverhoudingen zoek. Daarnaast schreeuwen sommige leraren tegen de leerlingen. Een onderwijsadviesbureau heeft meerdere cursussen gegeven om de didactiek in de school te verbeteren. De cursusleiders hadden grote moeite met het niveau van de docenten. Het taalgebruik van de cursusleiders werd vaak niet begrepen waardoor het effect van de cursussen nihil was', aldus de docenten.

Wat is er waar van deze beweringen? Soms vang ik een glimp op van die strijd. Ik vraag er naar en sommige leerkrachten geven antwoord, anderen doen dat liever niet. Zo krijg ik al in mijn eerste week te horen dat de lessen seksuele voorlichting van een van de leerkrachten islamitische geloofsleer, Belkasem Anouz, niet stroken met wat de meisjes van 4 vmbo verzorging te horen krijgen bij hun lessen verzorging. De lerares verzorging Marjet Vos meldt mij dat de meisjes te verstaan werd ggeven dat volgens de islam vrouwen hun echtgenoot seks moeten toestaan. Ze is duidelijk verontwaardigd en heeft de meisjes verteld dat zij het daar niet mee eens is. Ik leg het verhaal voor aan de rector. Bijkerk: 'Ik ken het verhaal, maar het is het woord van de een tegen dat van de ander. Ik kan daar geen oordeel over geven.'

Daar staat tegenover dat ik een les islam en seksualiteit in 4 en 5 atheneum bijwoon van lerares islamitische geloofsleer Asmae el Khadar die vrijuit praat over 'de daad'. Zij zegt dat seks voor beide echtgenoten is om van te genieten, maar wel alleen in huwelijksverband. 'En als dat niet kan, dan moet je vasten om je driften te beheersen.' Daarna behandelt ze de de kwestie dat een man volgens de islam meerdere huwelijken mag afsluiten. 'Mits de vrouw toestemming geeft en ik zou die nooit geven', zegt Asmae daar vastberaden achteraan.

De leerkracht ckv Auke Wassink wil alleen kwijt dat hij zijn lessen zelf invult en niet zo veel last meer heeft van bemoeienis van buiten. De lerares geschiedenis Prisca van Koeveringe vindt dat in deze school het kritisch nadenken niet van de grond komt. 'Er is geen samenhang tussen de lessen en de didactiek. Wat jij in een les vertelt, wordt in de andere les weer tegengesproken met de islam als argument.' Ook de nieuwe leerkracht economie Mark Houtkoper uit zijn verbazing over de internetinstructie die hij kreeg: 'De leerlingen mogen maar een paar internetsites bekijken en die moet ik uitzoeken. Zo leren ze nooit zelfstandig werken en hun eigen mening bepalen.' In het lokaal van de vierde en vijfde klassen surfen de leerlingen overigens naar hartelust op internet.

De school heeft verschillende werkgroepen, zoals de werkgroep islam. Dit orgaan adviseert de school gevraagd en ongevraagd over islamitische kwesties. In de bijeenkomst die ik bijwoon komt de werkgroep met een voorstel om de leerlingen van het eerste en tweede jaar verplicht te laten bidden en de kledingregels weer aan te scherpen. In de praktijk zie ik er niets van terug. Navraag bij Erik Bijkerk leert dat het voorstel uiteindelijk strandt op gebrek aan animo bij de leerkrachten die wacht moeten lopen tijdens de gebedsdiensten. 'Er wordt wel gemopperd over het niet naleven van de regels, maar ik zou tegen de mopperaars willen zeggen dat ze hun handen uit de mouwen kunnen steken en er zelf iets aan doen', zegt Bijkerk.

Ook leraar techniek Abdullah Drost verbaast zich erover dat men steeds weer de regels wil aanscherpen. 'Het zijn kinderen en die verzetten zich tegen regels. Maar als je goed kijkt zie je dat deze jongeren wel iets opsteken over de islam. Daar doen ze later echt wel wat mee en dan is het ook hun eigen keuze.'

Bedevaart naar Mekka

In de drie maanden dat ik op de school rondloop organiseert de medezeggenschapsraad één vergadering, maar ik mag er niet bij zijn. Daarna gaat de voorzitter en leraar economie van Marokkaanse afkomst, Mohamed Bendaoud op hadj, de bedevaart naar Mekka en Medina. Ik spreek hem nog kort voor zijn vertrek. Ook hij ziet de tegenstellingen. 'Er zijn niet alleen tegenstellingen tussen het islamitische en het niet-islamitische personeel, maar ook tussen de Marokkanen en de Turken. Tussen bestuur en mr, en tussen bestuur en ouderraad. Het bestuur heeft de medezeggenschapsraad afgelopen jaar op onjuiste gronden buiten functie gesteld. Wij stellen vragen over het slechte onderwijs maar krijgen geen antwoord. Er schort in deze school heel veel aan de communicatie', zegt Bendaoud. Maar ondanks herhaalde verzoeken van mijn kant komt er geen vervolggesprek. Op de kritiek die de vertrokken leerkrachten hebben op de medezeggenschapsraad wil hij niet reageren.

Dan maar bij de ouderraad geprobeerd. Maar ook hier vang ik eerst bot. Ik vraag belet bij een vergadering om mij te komen voorstellen. Al in de gang maakt Abdullah Burlage, een van de ouderraadsleden en secretaris van de mr, mij op luide toon duidelijk dat hij mij niet te woord wil staan. 'Er wordt toch alleen maar negatief geschreven.' Er ontstaat een discussie tussen de lange Nederlander en Canan Uyar, een moeder uit de ouderraad, die ook lid is van de mr. Zij vindt dat Burlage overdrijft. Als voorzitter van de vrouwenafdeling van de Turks-islamitische beweging Milli Görüs heeft zij ervaring met de pers en zij zegt een interview toe. Haar oudste dochter en zoon gaan naar de havo en het atheneum van het ICA, maar Uyar is gaan twijfelen. 'Ik vraag mij af of ik mijn jongere kinderen ook naar deze school zal sturen.' Canan Uyar kent de discussie over wel of niet moslimpersoneel. 'Ik ben absoluut niet voor alleen islamitisch personeel.'

Uyar toont zich bezorgd over het onderwijsniveau op de school. 'Ik weet dat ik als voorzitter van de Milli Görüs-vrouwen mijn nek uitsteek. Mijn uitspraak heeft namelijk grote invloed in de gemeenschap. Als Milli Görüs hebben wij bijeenkomsten georganiseerd in onze moskeeën om de school te promoten. Maar ik twijfel nu te zeer aan het eindniveau waarmee de kinderen afstuderen. Of ze met een havo- of atheneumdiploma van deze school wel een goede aansluiting hebben op de vervolgstudie. Er moet heel snel iets verbeteren.' Uyar vindt ook dat de Turkse gemeenschap op school te weinig invloed heeft. 'Veertig procent van de leerlingen is van Turkse afkomst, maar in het bestuur zitten alleen Marokkanen en Surinamers. Wellicht dat er een Turk in het bestuur moet komen?'

Na de bijeenkomst van de ouderraad loop ik even langs bij Erik Bijkerk, die die avond nog een bestuursvergadering heeft, onder andere over zijn vertrek. Hij vertelt dat het nog niet zeker is of hij dit jaar vertrekt. Het bestuur, zegt hij, durft het nog niet aan met een nieuwe rector. 'Een nieuwe rector is mogelijk weer snel een speelbal van de machtsstrijd in de school. Er zijn verschillende krachten in de school die de eenheid en het onderwijs niet bevorderen. Het bestuur en ik hebben na het vertrek van de coördinatoren afgelopen zomer ingegrepen. We hebben de medezeggenschapsraad inderdaad op non-actief gesteld. Ze was niet constructief.'

Bijkerk steekt de hand ook in eigen boezem: 'De mr is onervaren en onvoorbereid aan haar taak begonnen, dat had ik moeten voorzien. De mensen hadden eerst op cursus gemoeten om te weten hoe de regels van het spel zijn. Maar we hebben intussen wel een jaar verspeeld met een interne strijd.'

Volgens Bijkerk zal in het nieuwe jaar snel schoon schip gemaakt worden. Sinds half november is er een nieuwe conrector voor het studiehuis: Mehmet Okuducu, een 34-jarige leraar geschiedenis van Turkse komaf. Na de kerstvakantie treedt de andere conrector aan, voor het pedagogische beleid, de Nederlander Piet Guit.

Het lijkt een goede keus en dat komt vooral door Mehmet Okuducu. Hij is tot in zijn tenen gemotiveerd om de school weer op te bouwen. 'De havo- en de atheneumleerlingen zijn de komende generatie die de islam in Nederland volwassen moet maken. Zij zijn de hoogopgeleiden die we hard nodig hebben.' Het geloof is voor hemzelf een belangrijke inspiratiebron. 'Het is een kompas in mijn leven. Het geeft mij richting. Ik denk dat het voor deze kinderen ook zo kan zijn.' Okuducu is veel op school en werkt hard. Hij heeft snel diepe kringen onder zijn ogen. De conrector wil deskundigen van buiten de school halen om het onderwijs weer op poten te zetten. 'Dit is een zogenaamde gekleurde school en die heeft een andere aanpak nodig. Zowel op taalgebied als didactiek. Dat zullen we als team moeten doen.'

Na bijna twee maanden wordt duidelijk dat Okuducu van onschatbare waarde is voor de school. Hij blijft buiten de strijd en slaat een brug tussen het Nederlandse en het moslimpersoneel. Hij weet zelf niet hoe hij het doet. 'Misschien omdat ik beide werelden ken?'

Okuducu weet behendig allerlei valkuilen te omzeilen. Hij heeft zijn schouders onder de organisatie van het Offerfeest gezet. Vanwege ruimtegebrek zal het gezamenlijke programma in de naastgelegen katholieke kerk gevierd worden: alle 750 leerlingen passen daarin. Waarop een lid van het ondersteunend personeel de vraag stelt of het wel valt te rijmen dat een islamitisch feest in een katholieke kerk wordt gevierd. Mehmet Okuducu heeft deze vraag kennelijk zien aankomen en al voorgelegd aan de werkgroep islam. Die heeft daar een aantal fatwa's op nageslagen, leefregels volgens de koran geïnterpreteerd door islamitische geleerden. Het mag, mits de heiligenbeelden worden afgedekt. Helaas steekt een ander religieus veto van hogerhand uiteindelijk toch een stokje voor het feest: Bisschop Punt van het bisdom Haarlem verbiedt de viering in zijn kerk.

Het Id al-Adha, het Offerfeest, wordt een succes. De middag begint met een Marokkaans cabaretduo dat een Nederlandse en Marokkaanse schilder speelt. Veel grappen over Mohammed B, Theo van Gogh en luie Marokkanen. De zaal zuigt het op als een spons en lacht om iedere grap. Het is alsof daarmee eindelijk de spanning breekt die al sinds de moord op Theo van Gogh in de school hangt. Het feest voor de meer dan vierhonderd meiden van het ICA (in de damesgymzaal, de jongens hebben hun eigen feest in de jongensgymzaal), wordt een wervelend dansspektakel. Twee trommelaarsters slaan een opzwepend ritme. Een paar meiden knopen een sjaal om hun heupen en schudden en trillen met hun billen, alsof ze in een MTV-clip optreden. Ze gooien hun armen in extase omhoog, slaken kreten, klappen en zingen mee. Dit is het feest waarvoor ze zich hebben uitgedost in hun nieuwste rok, hoofddoek, mooie oorbellen en zware kohl om hun ogen. Met de armen om elkaar heen dansen ze door tot ze niet meer kunnen.

Chaotische ouderavond

Bij de volwassenen culmineert alles in een chaotische ouderavond begin februari. Onder de ouders heerst grote onvrede over de kwaliteit van het onderwijs. De avond begint met een relletje: Abdullah Burlage, de secretaris van de mr en ouderraadslid, eist mijn vertrek. Maar het bestuur, de rector en de voorzitter van de ouderraad houden voet bij stuk. Ik mag blijven.

De avond is één grote explosie van emoties.

De meer dan honderd aanwezige ouders klagen luidkeels en emotioneel over het slechte onderwijs en het slechte personeel. De ene ouder doet het in gebrekkig Nederlands, de ander laat zijn Marokkaanse woorden vertalen, maar ze willen allemaal personeel dat beter Nederlands spreekt.

De rector, de conrectoren en voorzitter Mohamed Bhoelan zitten voorin de zaal achter een tafel. Een vader staat op en roept geëmotioneerd: 'Dit lijkt wel het parlement van Marokko. We staan hier voor niets. Er wordt toch niet geluisterd.' Abdullah Burlage trekt de microfoon uit handen van de voorzitter van de ouderraad en eist op hoge toon het aftreden van het bestuur en het hoofd van rector Bijkerk. 'We willen een islamitische rector. Iemand die tenminste dagelijks bidt.' Maar daar is een groot deel van de ouders het niet mee eens.

'We willen goed personeel. Of dat nou wel of niet moslim is. Onze kinderen moeten het redden in deze maatschappij.' Een paar ouders lopen boos de zaal uit.

Bhoelan kondigt aan het eind van de avond een groot verbeterplan aan en een nieuw Turks bestuurslid. Uiteindelijk worden er toch nog handen geschud. Later praat ik na met conrector Mehmet Okuducu en coördinator Ekrem Karadeniz. De laatste vraagt op de vrouw af wat ik van de school vind. 'Deze kinderen krijgen nu niet het onderwijs dat ze hoognodig hebben. Deze ouders', zeg ik, 'hebben hele hoge verwachtingen van het islamitische onderwijs. Ze willen allemaal dat hun kinderen het beter gaan doen dan zij. Ze voelen zich nu in de steek gelaten. Maar ze zijn ook vaak hevig teleurgesteld in de andere niet-islamitische scholen. Dus wat moeten ze dan?' Beide mannen knikken bevestigend.

Bijkerk zegt de volgende morgen aan de telefoon: 'Het is ook heel positief dat deze ouders voor de belangen van hun kinderen opkomen. Klaarblijkelijk kunnen zij in deze omgeving wel hun emoties laten zien. Op andere scholen zouden ze dit nooit durven. Maar ze verwachten dat de school alle problemen met hun kinderen oplost. Maar zo werkt dat niet. Ook wij zoeken nog naar een vorm.'

Openheid

In mijn laatste gesprek vraag ik aan rector Bijkerk en bestuursvoorzitter Bhoelan waarom ze mij hebben toegelaten in de school terwijl het er overduidelijk niet goed gaat. Ik krijg tenslotte toch inzage in het rapport van de Inspectie van Onderwijs waarin geconcludeerd wordt dat de school veel werk heeft verzet om het ICA van de grond te krijgen maar dat er de komende jaren ook veel moet verbeteren. Vooral het taalbeleid krijgt een onvoldoende en bij de sfeer in de school plaatst de Inspectie een vraagteken. Aan het eind van het rapport wordt gepleit voor meer openheid van de ouders én de school, zodat het geruchten- en klachtencircuit niet meer de overhand heeft.

Bhoelan en Bijkerk beamen dat de school, de islamitische gemeenschap en de Nederlandse samenleving belang hebben bij openheid. 'We hebben op deze school niets te verbergen', zegt Bhoelan. 'Zo gaat dat bij een school die zijn plek in de samenleving zoekt. Dat is het mooie van Nederland; hier wordt alles in openheid bediscussieerd.' Over een nieuwe rector zegt Bhoelan: 'We willen graag een islamitische rector maar hij moet wel geschikt zijn.'

Bijkerk is kritischer over de rol van de Nederlandse samenleving. 'Er wordt van alles verwacht van het islamitisch onderwijs, maar wij worstelen hier met dezelfde problemen als het vmbo in de grote steden. Toch wordt er extra kritisch naar ons gekeken. Met het verslag van de Inspectie van Onderwijs ben ik ook niet echt blij. Een school van de grond af aan opbouwen is een flinke klus. De school bestaat nu ruim drie jaar. In die drie jaar zijn er drie verschillende ICA's geweest. Ieder jaar was weer anders. We hebben een jaar verloren door alle problemen maar het staat nu weer op de rails. Er zijn goede mensen in huis. Maar we zijn er nog lang niet. De havo en het atheneum zijn nog in de kleuterfase. Het vmbo pubert. Pas over tien jaar zijn we volwassen. Pas over tien jaar kan je zeggen dat hét ICA staat en een plaats heeft veroverd in Amsterdam. Dan is het eindelijk een school met een duidelijke identiteit.'

Anja Vink is onderwijsjournalist.

Ad van Denderen is fotograaf.

[streamers]

'Dus meester', vraagt er een voorzichtig. 'zijn wij ook potentiële terroristen?' Reedijk: 'Niet als je blijft nadenken.'

De leerlingen kijken haar verbaasd aan: 'Doden mag toch niet volgens de koran?'

'Op andere scholen kan je veel dichter bij meisjes komen. Hier mag dat niet. Wel jammer.'

'Er vallen heel veel lessen uit. Hoe moeten wij dan ons diploma halen, mevrouw. Gaat u daarover schrijven?'

'De onderwijzers schieten vaak uit hun rol, ze gedragen zich als broer of zuster en dan zijn machtsverhoudingen zoek.'

'Als je goed kijkt zie je dat deze jongeren wel iets opsteken over de islam. Daar doen ze later echt wel wat mee.'

'De havo- en de atheneum-leerlingen zijn de generatie die de islam in Nederland volwassen moet maken.'