`Vrouwen horen niet in het parlement'

Net als in 1999 heeft de Koeweitse regering voorgesteld vrouwen kiesrecht geven. Toen stuitte zij op verzet van conservatieven. Deze sterke groep is intussen niet van mening veranderd.

De Koeweitse regering waagt een nieuwe poging om vrouwen kiesrecht te geven. Zij wil de uit 1962 stammende kieswet aanpassen zodat vrouwen bij de komende wetgevende verkiezingen in 2007 kunnen stemmen en ook kandidaat kunnen zijn voor het parlement, de Majlis al-Umma. Het wetsvoorstel heeft de steun van emir Jaber al-Ahmed al-Sabah. Maar de voorgestelde politieke rechten voor de vrouw zijn allerminst naar de zin van conservatieve islamitische groeperingen, met name sunnitische, en politici, onder wie onafhankelijke parlementsleden die verder loyale bondgenoten zijn van de emir.

Het is dan ook lang niet zeker of het voorstel het haalt. Eerdere dergelijke plannen zijn door de conservatieven gedwarsboomd. Een activiste zei vorige week dat bijna de helft van de 50 parlementsleden en 15 ministers die over het voorstel gaan stemmen, nu vóór vrouwenstemrecht is. Maar tot dusverre hebben slechts 13 parlementsleden in het openbaar bevestigd voor vrouwenkiesrecht te zijn. Wanneer het voorstel in het parlement in stemming komt, is nog niet bekend.

Volgens de regering is het hoog tijd dat de vrouw in Koeweit dezelfde rechten krijgt als in bijna alle andere islamitische landen. Maar voor veel Koeweitse conservatieven zijn vrouwenstemrecht en politieke zeggenschap of sulta niet verenigbaar met de islam.

Walid al-Tabtaba'i is de leider van de oppositie tegen het wetsvoorstel. Hij is parlementslid en voorzitter van de commissie voor de mensenrechten in de Majlis. Volgens hem zou het een schande zijn als de vrouw politieke rechten zou gaan krijgen.

,,Ik ben het wel eens met een beperkte vorm van vrouwenstemrecht, maar van een rol voor de vrouw als autoriteit – vrouwen als wetgevers bijvoorbeeld of als president – kan er geen sprake zijn. En verder wil ik ook garanties dat in de toekomst verkiezingen altijd volgens islamitische regels verlopen. Dat betekent dat er aparte kiesbureaus voor mannen en voor vrouwen moeten zijn. Als wij weten dat de regering ons dat kan verzekeren zijn wij niet tegen een vorm van stemrecht voor vrouwen: kiezen, niet gekozen worden. Onder de shari'a (het islamitisch recht) hebben vrouwen geen politieke rechten. Wij hebben als moslims twee zaken waarvan vrouwen zich verre moeten houden: de hoogste positie, de president of monarch, moet in handen van een man zijn, en dat geldt ook voor de politieke vertegenwoordiging. Vrouwen horen dus niet in het parlement thuis.''

Daartoe willen Tabtaba'i en diens medestanders in het parlement, ultra-conservatieven onder wie minister van Justitie Ahmed Baqer, dat de grondwet wordt aangepast, ,,zodat wij niet meer met twijfels zitten''.

Volgens de conservatieven wijkt de emir voor buitenlandse druk. Tabtaba'i: ,,De Amerikaanse ambassade zet de emir en de regering onder druk om westerse waarden in te voeren. Onze regering gelooft niet echt in die vrouwenrechten; ze moet aandacht geven aan die buitenlandse stemmingmakerij. Erger nog, de meerderheid van de vrouwen zelf wil geen stemrecht.''

De honderden vrouwen die eerder deze maand in Koeweit voor kiesrecht demonstreerden zijn het daarmee bepaald niet eens. En er zijn ook politieke organisaties, de Umma-partij bijvoorbeeld, en rechtsgeleerden van de shi'itische minderheid, die voor uitbreiding van de politieke rechten voor vrouwen zijn, naast de feministische organisaties die al jaren voor grotere participatie van de vrouw in het publieke leven opkomen.

Volgens de politicoloog Ayed al-Manna heeft het optreden van de regering mede te maken met de Amerikaanse pressie tot een versnelde democratisering van het Midden-Oosten die is ingegeven door de strijd tegen de terreur. Kan het voorstel dan ook worden gezien als vlucht vooruit van de zijde van de regering, een inspanning om snel te moderniseren om niet meer terrein te verliezen aan moslimextremisten? ,,Als de extremisten zich tegen de emir zouden kanten wegens het vrouwenstemrecht dan moeten zij ook tegen Marokko ageren, waar vrouwen in het parlement en in de regering zitten, en tegen alle moslimlanden waar dat ook het geval is zoals Pakistan, Indonesië en Bangladesh.''

,,We hebben hier wat de politieke rechten van de vrouw betreft allereerst een groep conservatieven die vinden dat het niet volstaat dat onze grondwet in artikel 2 voorschrijft dat de islam een van de grondslagen vormt van de wetgeving. Zij eisen dat de islam de enige basis vormt. Terwijl ze nu al in de praktijk wetsvoorstellen kunnen aanvechten op basis van een vermeende niet-islamitische aard. Maar dat is hen dus niet goed genoeg. Daarbuiten is er een nog radicaler groepje. Dat vindt dat je met het duivelse bewind niet mag samenwerken. Wie dat wel doet valt van zijn geloof af, sluit zichzelf buiten de Umma, de geloofsgemeenschap van de moslims. Zij schrijven hun eigen fatwa's, islamitische decreten, dat al wie niet in opstand komt tegen het duivelse regime moet worden gedood.

De meest radicale groepen hier zijn van dit type. Als Bin Laden hun opdraagt in opstand te komen tegen de emir en de regering doen zij dat, en als Bin Laden hun opdraagt onder te duiken en af te wachten, dan hoor je niets van hen. Nu zegt hij dat zij de Amerikaanse troepen hier moeten aanvallen. Dat proberen ze te doen. Ik denk niet dat die extremisten vrouwenrechten en andere democratiseringsmaatregelen als steen des aanstoots zien. Politieke participatie voor de vrouw hindert hen niet meer dan het de meer gematigde conservatieven in dit erg traditionele land stoort.''