Topstudent moet zichzelf bewijzen

Er zijn de laatste week veel artikelen over het universitair onderwijs verschenen. Hierin is het opvallend dat de eigen verantwoordelijkheid van de topstudent voor zijn studie min of meer wordt genegeerd.

Ik geloof meteen dat Allard Ringnalda een gemotiveerde academicus is, maar waarom richt hij zijn in het NRC Handelsblad van 17 maart gewenste extra academische groepen niet zelf op? Dat zou hem daadwerkelijk een topstudent maken, in plaats van een student die alleen maar meer geïnteresseerd is in het academische dan het buitenacademische leven. Een lovenswaardige eigenschap, maar zeker niet genoeg om als topstudent te kwalificeren.

Wat men de bierwalmen verspreidende studenten ook kan verwijten, ondernemingsdrang is dit in ieder geval niet. De academie is niet alleen voor academici. De meeste studenten ambiëren geen wetenschappelijke carrière. Dit betekent echter niet dat deze studenten de mogelijkheid ontzegd moet worden zich wetenschappelijk te ontwikkelen.Ook al is dit op een lager niveau dan dat van Ringalda of Rick van der Ploeg (Opinie & Debat, 12 maart).

Het academisch beleid moet erop gericht blijven gekwalificeerde mensen de mogelijkheid te geven zichzelf te ontwikkelen. Kwalificatie betekent in het huidige stelsel een vwo-diploma, of een hbo-propedeuse. De ontwikkelingskwaliteit die vervolgens geboden moet worden, is een kwaliteit die voor deze mensen redelijkerwijs behapbaar moet zijn. Dit betekent niet dat slecht onderwijs geaccepteerd moet worden, noch dat slechte studenten beschermd moeten worden. Het betekent wel dat bovengekwalificeerde studenten geen recht hebben de `middenmoot' uit de universiteit te weren. De bovengekwalificeerde student zal zichzelf moeten bewijzen, maar anders is het ook geen topstudent!