Pro Tour met licentie van Brussel

Letterlijk neemt het aantal obstakels voor de wielersport in landen van de Europese Unie toe, figuurlijk zijn er nauwelijks belemmeringen. Waar renners steeds meer hinder ondervinden van verkeersremmende maatregelen als rotondes, wegversmallingen en vooral verkeersdrempels, wordt de Europese regelgeving niet als klemmend ervaren. Volgens Hein Verbruggen, de Nederlandse voorzitter van de internationale wielerfederatie UCI, is er sprake van summiere, maar wel harmonieuze samenwerking met de EU.

De mondiaal georiënteerde Verbruggen, die als lid van het Internationaal Olympisch Comité leiding geeft aan de commissie die de Olympische Spelen van 2008 in Peking begeleidt, heeft goede ervaringen met de gesprekken die hij voerde met de vorige eurocommissaris Mario Monti van Mededinging over de voorwaarden die de EU verbond aan de Pro Tour. Dat is de nieuwe competitie van 27 koersen voor de twintig sterkste wielerploegen die dit jaar van start is gegaan. Op drie wedstrijden in Zwitserland na, wordt het Pro Tour-klassement volledig in acht EU-landen afgewerkt: Italië, Spanje, België, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Duitsland en Polen afgewerkt. Zondag wordt in deze competitie de klassieker de Ronde van Vlaanderen verreden.

,,Het licentiesysteem voor de Pro Tour is in nauw overleg met de EU tot stand gekomen'', vertelt Verbruggen, die in oktober afscheid neemt als voorzitter van de UCI. ,,We kregen toestemming licenties voor vier jaar te verstrekken, onder voorwaarde dat na afloop van die termijn een open inschrijving plaatsheeft. Dat is geen bezwaar, want wij willen dat de sterkste ploegen in de Pro Tour uitkomen. De differentiatie in het aflopen van licenties denken we te bereiken door ploegen waarvan de sponsor tussentijds het contract verlengt opnieuw een licentie voor vier jaar te verstrekken; zo voorkom je dat in één jaar de termijn van zestien licenties verstrijkt.''

De UCI en EU waren het eveneens snel eens over een spreiding van landen bij de licentieverstrekking. Er wordt een quotumsysteem gehanteerd, dat recht doet aan het aantal beroepswielrenners per land. Verbruggen: ,,Maar wel met de toevoeging `in principe', want we willen voorkomen dat toelating van bijvoorbeeld een nieuwe sterke Franse ploeg wordt verhinderd door, zeg maar, een zwak Belgisch team.''

Een Europees voordeel van de Pro Tour is volgens Verbruggen de toename van werkgelegenheid. ,,Relatief kleine ploegen als Lotto uit België en Crédit Agricole uit Frankrijk kwamen tot de vaststelling dat ze te weinig renners en te weinig personeel hadden om aan de verplichte deelname van alle 27 koersen te kunnen voldoen. Er moest flink geshopt worden, vooral in het buitenland. Voor Fransen is dat niet vanzelfsprekend.''

Een minpunt vindt Verbruggen het ontbreken van eenduidige wetgeving bij doping. In Frankrijk en Italië valt doping onder het strafrecht, in andere landen – waaronder Nederland – niet.

Verbruggen is blij met de erkenning door de EU dat sportbonden een eigen profsector mogen hebben. ,,Daarmee wordt voorkomen dat beroepssporters zich afscheiden en een eigen organisatie in het leven roepen. Misschien ben ik daarin wat idealistisch. De beste sporters moeten niet alleen als voorbeeld voor de jeugd dienen, maar via de bond ook een band met diezelfde jeugd hebben. Ik zou als sportbestuurder niet voor een organisatie van alleen profsporters willen werken. Gelukkig steunt de EU dat principe.''