Persstemmen over Wolfowitz

Financial Times

De Europeanen – die veelgeroemde multilateralisten – hebben er nooit been in gezien om in internationale instellingen hun feodale rechten te doen gelden. Hun voorstel voor een akkoordje met de VS over de verheffing van Paul Wolfowitz tot president van de Wereldbank komt dan ook niet als een verrassing. Zij opperen dat een geschikte Europeaan – die, al evenmin verrassend, een Fransman blijkt te zijn – vice-president zou moeten worden. Zo proberen de aristocraten hun privileges uit te breiden, ongeacht wat de wereld ervan vindt.

[...] Aangezien de rijke landen van de wereld de meerderheid van de stemmen in deze instellingen bezitten, zouden zij het laatste woord hebben. Maar de keuze zou openlijk worden gedaan, ze zou niet in politieke manoeuvres achter de schermen in de VS of Europa worden bekokstoofd.

Op die manier zouden niet alleen bekwamere mensen worden gekozen, maar ook mensen die meer kans maken op legitimiteit in de ogen van de landen die het meest met deze instellingen te maken hebben. Legitimiteit is om een simpele reden van belang: er is vrijwel geen ontwikkelingsland dat beleidsbeslissingen kan nemen zonder enigszins rekening te houden met de publieke opinie, en zelden is de publieke opinie onverschillig voor wat zij ziet als egoïstische machtsspelletjes van voormalige koloniale mogendheden.

In plaats daarvan stellen de Europeanen voor om de topbaantjes bij de Bretton-Woodsinstellingen keurig te verdelen: een Europese directeur en een Amerikaanse onderdirecteur bij het Internationaal Monetair Fonds, in evenwicht met een Amerikaanse president en een Europese vice-president bij de bank.

Het zou erop lijken dat zij de eigenlijke nummer twee van de bank, de zeer gerespecteerde Chinees Shengman Zhang, van zijn plaats verdringen. Dus zelfs een burger van 's werelds grootste en succesvolste ontwikkelingsland wordt niet geschikt geacht voor het ambt van vice-president van de voornaamste ontwikkelingsinstelling van de wereld.

[...] De idee dat alleen inwoners van ontwikkelde landen erover zullen waken dat de donorgelden goed worden besteed, is implausibel. Integendeel, juist mensen die de waarde van schaarse middelen in een ontwikkelingfase uit eigen ervaring kennen, zullen er waarschijnlijk zorgvuldiger mee omgaan.

De huidige informele taakverdeling – een Amerikaan aan het hoofd van de bank en een Europeaan die met een Amerikaan als tweede man het fonds leidt – is niet te rechtvaardigen. Als de Europeanen dit voor elkaar krijgen, maken zij de toestand erger. Deze instellingen zijn veel te belangrijk om alleen maar als politieke buit te dienen. Het is een schande dat de betrokkenen dit eenvoudige feit over het hoofd zien.