Na Pasen

Eigenlijk moeten we het er niet meer over hebben. Het is Pasen geweest, het voorjaar lacht ons toe, en die onbestemde periode die sommige mensen aanduiden als de lijdenstijd ligt achter ons. Afgesloten met in het land enkele honderden uitvoeringen van Bachs Matthäus Passion en enkele tientallen Johannesen. Velen zijn er naar toe geweest, ook lezers van dit economiekatern, en hebben zich op enig moment geroerd geweten. Maar ja, het was Bach, zeventiende eeuw, en het verhaal van Mattheus is nog veel ouder. Het is wel opmerkelijk dat zulk oude dingen ons zo kunnen raken, maar goed, daarna kwam er een lekker lang weekend, en op dinsdag konden we weer gewoon verder met waar we donderdag of vrijdag mee opgehouden waren.

Het was de Stille Week, in een christelijke traditie die bijna doorzichtig gesleten is. Ik heb iets moois meegemaakt. Op dinsdag had ik een lunchafspraak met een nette zakenman, iemand zoals ik. Zo zaten in een restaurant twee heren in grijze kostuums aan een tafeltje bij een verzorgde maaltijd te spreken over Belangrijke Dingen. Maar mijn tafelgenoot droeg bij zijn degelijke pak een heel opvallende rode das met notenbalken en muzieknoten, en daar vroeg ik hem naar. ,,Dat is omdat ik vrijdag in een koor de Matthäus Passion meezing'', antwoordde hij. Zo raakten we aan de praat over zingen en zangles en dat ik dat ook heb, en we stelden vast dat we allebei in het zelfde liederenboek bezig waren. Zo gebeurde het dat in dat nette restaurant twee saai uitziende zakenmannen samen zachtjes een lied van Fauré aanhieven. De bediening keek een beetje verwonderd.

Vrijdag was ik door een vriend uitgenodigd om de uitvoering van de Matthäus Passion in Leiden bij te wonen, en op weg naar de Pieterskerk vertelde ik hem dit verhaal. ,,Ja'', zegt hij, ,,is het niet gek dat we het in ons zakelijke bestaan eigenlijk nooit hebben over dit soort dingen, de dingen die ons eigenlijk juist het meest aan het hart gaan?'' Zo weet ik van een van mijn naaste collega's, die bestuurder is van een groot bedrijf, dat hij erg geïnteresseerd is in religie, mystiek en zingevingsvragen. Maar ik weet het alleen via via. We hebben het er nooit over.

In de kerk ontvouwde zich het muziekdrama van de man die zich Gods zoon liet noemen en gebroken het leven gaf aan een kruis. ,,Ruhe sanfte, sanfte Ruh'', klonk het slotkoor, en ik vermoed dat er veel mensen in de kerk waren voor wie het meer was dan een heropvoering van een historisch feit dat eenmaal aan het begin van onze jaartelling is gebeurd. Maken we het niet allemaal mee, en niet slechts in zichtbare hoge posities, dat het ene moment alles meezit en applaus ons deel is, en we kort daarna bij het grofvuil staan? Dat het verraad, of de mening van de pers of de hetze van de buurt, of tragisch toeval of de wielen van het lot, ons tot de afgrond brengen, langzaam en onverbiddelijk of plotseling met een schok? Zijn we niet toeschouwer bij een gebeuren dat niet ooit eenmaal, maar telkens opnieuw in bijna ieder mensenleven wordt opgevoerd? Maar we hebben het er nooit over. We spreken over strategische plannen of cultuuromslag-programma's of kwartaalcijfers. Dat doet er kennelijk meer toe. Of het voelt veiliger.

De levensvorm die wij bedrijfsleven noemen, voelt zich niet op zijn gemak als er in zijn boezem gesprekken ontstaan over onderwerpen waar het niet bij kan. Het leeft bij primitieve begrippen als groei en expansie, of af en toe zelfs strategie en visie, maar het heeft niets met thema's die dat niveau overstijgen. Vragen naar een hoger doel of bredere context of zingevend kader helemaal, daar heeft het geen antwoord op en daar wordt het dus heel zenuwachtig van. Het maakt de omstandigheden bij koffieautomaten, waterkoelers of aan bestuurstafels dan ook het liefst zo dat die niet aan de orde kunnen komen. En het werkt.

Het probleem is alleen dat de levensvorm mens slecht gedijt als er geen hoger doel in zicht is. Als er geen zin te bekennen valt, verliest hij zijn zin, krijgt burn-outs of gaat dood. Dus wie doet de concessie, de mens of het bedrijf? Gaat de mens proberen zonder zin of hoger doel zijn inzet en energie te leveren? Of gaat het bedrijf het experiment aan met het onbekende en probeert het eens hoe het is om mensen met schitterogen en plezier, en soms ook met zwaarmoedigheid, aan boord te hebben? De controle verdwijnt en dat is griezelig als je bedrijf bent. Maar wat je terugkrijgt is iets waarvan je niet had kunnen dromen, want met je bedrijvenbrein wist je niet dat het bestond. Namelijk aansluiting op een levensbron, en vitaliteit.

Ondernemers, managers en medewerkers die hun zin inleveren bij de poort van hun bedrijf, geven het bedrijf de voorspelbaarheid waar het zich gerust bij voelt. Zij geven de teugels van hun energie uit handen, aan procedures, systemen en managementmodellen. Value based management, total quality management, business process re-engineering, rightsizing, excellence. Wie bij Google ,,management fads'' intypt krijgt 21.800 hits. Allemaal prachtige dingen, maar niet als ze de baas zijn. Niet als substituut voor leven en zin. Er is maar één alternatief, en dat is dat wij onze bedrijven en organisaties geruststellend maar stevig bij de teugel nemen: ,,We gaan nu de dingen aanpakken op een manier die ons in staat stelt met plezier en elan een bijdrage te geven. We weten dat jij dat griezelig vindt, maar wees maar gerust. Het komt in orde, en beter dan jij had kunnen bedenken.''

Het is Pasen geweest. Wat op Goede Vrijdag een einde leek, bleek een nieuw begin. De perfecte tijd om het eens met elkaar te gaan hebben over zanglessen en zin, en over andere dingen die niet het bedrijf raken maar wel ons. En om te zien wat voor extra betrokkenheid en energie dat geeft, aan onszelf en aan die domme organisaties waar we onze uren aan geven.