Meer Frans en Duits

Minister Maria van der Hoeven (Onderwijs) gaat op veertig scholen projecten beginnen om de vakken Frans en Duits te bevorderen. Het gaat om basisscholen en scholen in het voortgezet onderwijs. De minister wil de teruglopende belangstelling voor Frans en Duits keren.

,,Het is van groot belang dat we de taal van de buren spreken'', zegt Henk Oonk, directeur van het Europees Platform dat de projecten voor het ministerie uitvoert. ,,Het bijbrengen van die belangstelling kan niet vroeg genoeg beginnen.''

De projecten zullen in september beginnen op twintig basisscholen en op twintig scholen voor voortgezet onderwijs. In het voortgezet onderwijs wordt het huidige niveau van Frans en Duits verhoogd door extra lesuren en door andere vakken, bijvoorbeeld geschiedenis, in het Frans of Duits te geven.

Het ministerie wil zo een begin maken met het uitvoeren van een van de doelstellingen van de zogenoemde `Lissabon-agenda' van de Europese regeringsleiders. In een actieplan om Europa economisch concurrerender te maken spraken de politieke leiders vier jaar geleden af dat scholen naast Engels een tweede vreemde taal verplicht zouden moeten stellen én dat daarmee zo vroeg mogelijk moet worden begonnen.

In april 2003 trokken de Duitse en toenmalige Franse ambassadeur in Nederland, Edmund Duckwitz en Anne Gazeau-Secret, in een open brief in deze krant aan de bel om hun bezorgdheid te uiten over de tanende belangstelling van scholieren voor Frans en Duits.

De Franse en de Duitse ambassadeur noemden de kennis van slechts één vreemde taal volstrekt onvoldoende in het Europa van morgen. Ze schreven: ,,Wij vrezen dat jonge Nederlanders Duits en Frans als examenvak zullen laten vallen en dat daardoor in de toekomst op veel scholen geen aanbod meer zal komen om Frans en of Duits überhaupt nog te leren.''

In een globaliserende wereld zouden Nederlanders in staat moeten zijn goed met hun buurlanden en belangrijkste handelspartners te communiceren, om goed zaken met ze te kunnen doen, schreven de twee diplomaten. ,,Een Europa waarin alleen Engels de voertaal is voor alle contacten met het buitenland, lijkt ons niet wenselijk'', aldus de ambassadeurs.

Het aantal studenten Duits en Frans aan de universiteiten is de afgelopen jaren gestaag gedaald. In 2000/2001 stonden er 519 studenten Duits ingeschreven en 726 studenten Frans; in 2004/2005 waren deze aantallen gedaald naar 424 studenten Duits en 627 Frans. Het Europees Platform is druk doende met het ontwikkelen van projecten, die het Frans en Duits moeten stimuleren. In het basisonderwijs ontwikkelt het Platform projecten om kinderen spelenderwijs bekend te maken met Frankrijk en Duitsland. ,,Franse of Duitse kinderliedjes kunnen bijvoorbeeld in de klas worden gezongen'', zegt Oonk. Lesmateriaal kan in een van beide talen worden ingevoerd. Uitwisselingsprogramma's tussen Nederlandse en Franse en Duitse scholen kunnen worden opgevoerd. Nu al leven sommige Nederlandse scholieren een week in een Duits of Frans gezin en andersom.

De projecten die het Europees Platform ontwikkelt, zijn niet alleen gericht op scholieren, ook op leraren zelf. ,,Belangrijk is dat gesprekken in de klas bij voorbeeld in het Frans of Duits worden gevoerd'', zegt Oonk. ,,In andere Europese landen is het gebruikelijk dat er een vreemde taal in de klas wordt gesproken'', zegt hij. Maar Nederlandse leraren willen hier niet aan. ,,Het is belangrijk dat de angst om fouten in een vreemde taal te maken wordt overwonnen, zodat de spreekvaardigheid wordt gestimuleerd'', aldus Oonk.

Het Europees Platform is eveneens betrokken bij projecten die op scholen extra aandacht besteden aan Europese ontwikkelingen. In 13 EU-lidstaten worden projecten gehouden onder het motto 'Europa als leeromgeving'. Dit initiatief kwam voort uit een advies van de Onderwijsraad over de noodzaak scholen in Nederland een sterkere Europese oriëntatie te geven.