Joegoslavië-tribunaal produceerde 135 aanklachten

De laatste aanklacht is geschreven, en over drie jaar moet de laatste rechtszaak van het Joegoslavië-tribunaal zijn afgerond. Dat zal niet lukken, in de gevangenis in Scheveningen wachten nog te veel verdachten.

Nooit eerder was het zo druk in het VN-cellenblok van de gevangenis in Scheveningen. 62 verdachten van oorlogsmisdaden wachten op het begin van hun proces of worden dagelijks naar het Joegoslavië-tribunaal gebracht voor de zittingen in hun zaak.

Jarenlang zaten er vooral kampbewakers of reservisten van het leger en de politie in de cellen die de VN voor het tribunaal heeft gehuurd. Nu zitten er ook veel generaals en hoge politici. In de `eindstrategie' die de VN-Veiligheidsraad het tribunaal heeft opgelegd – in 2008 moeten de rechtszaken klaar zijn, en in 2010 alle zaken in hoger beroep – staat ook dat dat de bedoeling is. De zaken tegen minder belangrijke verdachten moeten door rechters op de Balkan zelf worden gedaan.

Onlangs kwam hoofdaanklager Carla Del Ponte met haar laatste aanklacht. Ljube Boškovski, oud-minister van Binnenlandse Zaken van Macedonië, wordt samen met zijn naaste medewerker Johan Tarˇ­culovski vervolgd voor misdaden gepleegd in de strijd tegen de Macedonische Albanezen, in 2001. Het was voor het eerst dat ook Macedoniërs door het tribunaal werden aangeklaagd. De Amerikaanse tribunaal-deskundige Richard Dicker, van de organisatie Human Rights Watch, noemt die aanklacht ,,strategisch''. Ook de één na laatste aanklacht, tegen Albanezen uit Kosovo – onder wie premier Ramush Haradinaj – verdient volgens hem die kwalificatie. ,,Met deze aanklachten snoert Del Ponte critici de mond die het tribunaal anti-Servisch noemden.''

Die mooie geografische verdeling was niet helemaal de bedoeling van de aanklagers. De aanklacht tegen de Macedoniërs was het resultaat van druk van de NAVO, die troepen naar Macedonië stuurde om toe te zien op het bestand van 2001 en meende dat een onderzoek van het tribunaal naar mogelijke oorlogsmisdaden een gunstig effect zou hebben op het land.

Sinds de oprichting van het hof, in 1993, zijn 78 aanklachten geschreven. Het tribunaal was bedoeld voor de berechting van oorlogsmisdadigers in ex-Joegoslavië sinds 1991. Er werd gevochten in Slovenië (1991), Kroatië (1991-1995), Bosnië (1992-1995), Kosovo (1998-1999) en Macedonië (2001). Alleen de oorlog om Slovenië leidde niet tot een aanklacht van het VN-hof.

Er werden 135 verdachten aangeklaagd, onder wie één vrouw, Biljana Plavšić, ex-president van de Servische Republiek in Bosnië. In de tijd dat Louise Arbour hoofdaanklager was, van 1996 tot 1999, werden de aanklachten tegen achttien verdachten ongedaan gemaakt omdat het bewijs tegen hen niet overtuigend genoeg was. In totaal zijn er 87 Serviërs aangeklaagd – 64 procent van het totaal. De Kroaten volgen met dertig aanklachten (22 procent). Richard Dicker noemt die verdeling ,,evenwichtig'' omdat ook de meeste oorlogsmisdaden door Serviërs zijn gepleegd.

De laatste vijftien aanklachten van Del Ponte waren alle gericht tegen hoge militairen en politici. Tien jaar geleden ging het er vooral om dat er überhaupt verdachten werden aangeklaagd, volgens de eerste hoofdaanklager, Richard Goldstone, omdat anders de VN ,,de geldkraan hadden dichtgedraaid''.

De rechters hebben 55 veroordelingen uitgesproken. De Bosnische Serviër Milomir Stakić kreeg de hoogste straf: levenslang, zijn hoger beroep loopt nog. Hij werd veroordeeld voor moord, deportatie en uitroeiing van Bosnische moslims en Bosnische Kroaten in Prijedor in noordwest-Bosnië, maar vrijgesproken van genocide.

De Bosnisch-Servische generaal Radislav Krstić werd als eerste verdachte veroordeeld voor volkerenmoord (in Srebrenica). Volgens de rechters had Krstić niet zelf mensen vermoord, maar hoorde hij bij een `criminele organisatie' die er verantwoordelijk voor was. Het begrip `joint criminal enterprise' bleek effectief te zijn om verdachten veroordeeld te krijgen. De rechters gaven er een ruime interpretatie aan. Ook in Amerikaanse rechtszalen wordt die interpretatie nu soms gebruikt, in zaken tegen `witte-boorden-criminelen'.

Dat wil niet zeggen dat het tribunaal nu populair is in de VS. De regering-Bush wil dat het zo snel mogelijk zijn deuren sluit. Het hof zou te duur zijn – tien procent van het VN-budget gaat naar de ad-hoc tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda – en niet efficiënt werken. De Amerikanen willen wel dat het tribunaal tijdelijk weer open moet gaan als na 2008 de twee belangrijkste nog voortvluchtige verdachten worden gepakt: de Bosnisch-Servische oud-leiders Radovan Karadžić en Ratko Mladić.

Volgens medewerkers van het tribunaal is het nauwelijks voorstelbaar dat het gaat lukken om in 2008 alle rechtszaken af te ronden. Volgens nieuwe prognoses kan pas in 2010 het laatste proces klaar zijn, ook al worden er rechtszaken overgedragen aan rechtbanken in Sarajevo, Zagreb en Belgrado. Hoofdaanklager Carla Del Ponte zei eerder deze maand in Sarajevo, bij de opening van een eigen oorlogstribunaal voor Bosnië, dat die rechtbanken `de luxe' hebben dat ze niet met een deadline werken.

In een telefonisch interview zegt Svetlana Logar van het marktonderzoeksbureau SM&MRI in Belgrado dat Serviërs steeds kritischer worden over het tribunaal. Twee jaar geleden vond nog 85 procent van de bevolking dat het land moest gaan samenwerken met Den Haag. Nu is dat maar 55 procent. Het percentage van de bevolking dat vindt dat het tribunaal alleen maar is opgericht om de schuld van de oorlog aan de Serviërs te geven (dertig) blijft constant. Svetlana Logar: ,,Het tribunaal slaagt er maar niet in om de Serviërs duidelijk te maken wat ze doen, en waarom ze dat doen.''