`Je mocht niet verdrietig zijn'

Johanna Reiss schreef een succesvol boek over hoe ze de oorlog overleefde door onder te duiken bij een boerenfamilie. ,,Ze waren bang voor huurverhoging.''

Op de bomen in Winterswijk stonden tijdens de oorlog steeds weer nieuwe oproepen aan de joden. ,,De boom sprak nog steeds, zelfs tegen ons buiten de stad'', schreef Johanna Reiss dertig jaar geleden. ,,Die bomen leefden echt voor mij, die gaven mij berichten – als een krant die in stukken is gescheurd'', vertelt Johanna Reiss (1932) nu. ,,Ik sprak ook met de lindenboom in de tuin.'' Haar zus Sini (1922) zegt: ,,Je bent net prinses Irene.'' Johanna, lachend: ,,Nú praat ik niet meer met bomen!''

Johanna Reiss overleefde de oorlog door met haar zus Sini bijna drie jaar lang onder te duiken bij de boerenfamilie Oosterveld in Usselo. Na de oorlog verhuisde ze naar de Verenigde Staten, waar ze haar herinneringen opschreef voor haar dochters. The Upstairs Room (1972) was een groot succes in de VS en in Europa en werd zelfs vertaald in het Chinees en Japans. Reiss houdt op scholen nog altijd lezingen: ,,Dan laat ik een foto zien van de kast waarin we ons verstopten bij huiszoekingen. Amerikaanse kinderen zijn veelal zo dik dat ze zich niet kunnen voorstellen dat wij erin pasten.''

De redders van Reiss en haar zus – de families Oosterveld en Hannink – krijgen vandaag postuum de Yad Vashem-onderscheiding bij de herdenking van de bevrijding van Winterswijk. De schuilplaats is daarom opnieuw uitgebracht in Nederland. Gisteren werden er 750 exemplaren van het boek uitgedeeld aan scholieren. Sini: ,,Ik lees dit boek niet meer. Ik wil niet steeds herinnerd worden aan die rottijd. Trouwens, wie interesseert het nu nog allemaal?'' Johanna: ,,Het gaat erom dat mensen werden aangepakt om wie ze waren. Toen de joden, later hutu's en tutsi's, nu vaak moslims.''

De schuilplaats – in het Nederlands vertaald door Bob den Uyl – is een prachtig geschreven verslag van een onderduik, gezien door de ogen van een tienjarig meisje. Minutieus beschrijft Reiss haar eigen verveling, claustrofobie en voortdurende angst voor ontdekking, maar bovenal de onderduikfamilie: de stoere Johan, zijn doodsbange vrouw Dinie, de mopperende opoe en hun onderlinge gesprekken. De schuilplaats is een schitterend portret van eenvoudige boerenmensen met al hun zwakheden en moed.

Het boek staat vol details en is geschreven vanuit een kind. Is het gebaseerd op een dagboek?

,,,Nee. Jaren had ik helemaal niets te doen. Al die tijd heb ik alles opgeslagen op de `zolder' in mijn hoofd. Toen ik ging schrijven ging die zolder open. Daarbij kroop ik in de huid van het kind dat ik was.''

U speelde een fantasiespel met uw beste vriendin, het vriendinnetje dat van haar NSB-vader niet meer met u mocht omgaan. En werd boos omdat de fantasie tekort schoot. Bent U ooit boos geweest om het verraad van uw vriendin?

,,Nee, later begreep ik dat ze niet anders kon. Ze mocht gewoon niet van haar vader. Net als wij waren al die NSB-kinderen slachtoffer van de oorlog, waarin zo'n onbegrijpelijk onderscheid werd gemaakt tussen mensen. Toen begreep ik het gewoon niet.''

Uw moeder stierf kort voordat u onderdook. Over haar wordt in het boek daarna niets meer vermeld. Hoe komt dat?

Johanna: ,,Ongelukkig zijn kon niet in de onderduik. Mensen waagden hun leven voor jou en dan kon je daar niet de hele tijd verdrietig zijn. Daar kwam bij dat we geen afscheid konden nemen....'' Sini, duidelijk aangedaan: ,,We mochten haar niet bezoeken.'' Johanna: ,,Nee, en niet over de onderduik praten, dus voor mij was ze niet echt dood. Ik hield me voor dat ze nog leefde en op een bepaalde manier voelt dat nog steeds zo.''

Sini vertelde u dat vader een bangerd was. Dat was een schok. Maar was het in de oorlog niet heel goed dat hij zo bang was?

Johanna: ,,Zeker, anders waren wij niet zo snel ondergedoken.'' Sinie: ,,Vader was een wijs man.''

Uit de observaties van het kind kan de lezer opmaken dat er wat broeide tussen Johan en Sinie. Was er wat tussen die twee?

Johanna: ,,Ik wist het niet echt, maar een kind voelt zoiets aan.'' Sinie, ongemakkelijk: ,,Ik was twintig, wat wil je? Maar er is nooit wat gebeurd. Mij is wel gevraagd of ik met Johan naar bed ben geweest. Nee dus. We konden niets doen. Ik kon toch niet mijn redders bedriegen?''

Waarom redden ze jullie eigenlijk?

Sinie: ,,Ze waren niet religieus. Ze deden het omdat ze mens waren.'' In haar `mens' klinkt het jiddische `mensch' door. Johanna: ,,Later heb ik het er wel eens met hen over gehad. Het was hun gevraagd door de heer Hannink, hun huisbaas die heel veel joden heeft gered. Ze durfden geen `nee' te zeggen tegen zo iemand. Ze waren bang voor huurverhoging, ze hoopten dat hun huis eens werd geschilderd. Het waren eenvoudige mensen.''

Johan werd gevraagd om een vuile klus op te knappen, namelijk een verrader dood te schieten. Is dat ook typerend voor het klasseverschil?

Johanna: ,,Dat heb ik niet goed opgeschreven, het lijkt alsof Johan die man heeft doodgeschoten, maar dat is niet zo. Dientje, die zich altijd op de achtergrond hield, stond daar heel groot en zei: `Jij schiet niemand dood.' Johan was nooit bang, maar die dag was hij bang voor Dientje.''

Johan speelde de simpele boer, maar was een behendige strateeg. Hij liet jullie in zijn huis blijven, terwijl er Duitsers werden ingekwartierd. Was hij zo koelbloedig?

Sinie: ,,Ja, Johan wist heel goed wat hij deed. Zonder hem waren we al snel op reis gegaan. Toen zij [wijst op Johanna] in de keuken kwam en daar door Duitsers werd betrapt, wist hij onmiddellijk wat hij moest doen.'' Het meisje was zogenaamd een nichtje dat door een tante werd opgehaald in de kleren van Johanna. Johanna: ,,Ik heb wel eens tegen Johan gezegd: eigenlijk is Dientje een grotere held dan jij. Jij was niet bang, Dientje wel en toch redde ze ons.''

U spreekt nog steeds heel goed Nederlands. Waarom heeft u het boek in het Engels geschreven?

,,Toen ik ging schrijven was dat nu eenmaal mijn taal. Gek was het wel. Eerst heb ik die dialogen die ik in mijn hoofd in dialect hoorde [imiteert even Johan] omgezet in het Engels en dat is later dan weer vertaald in het Nederlands.''

Wordt het boek nog steeds goed verkocht?

Johanna: ,,Ja, maar de bibliotheken in de bible belt – bijvoorbeeld Texas – sturen mijn boek vaak terug omdat Johan vloekt. Maar zo sprak hij.'' Sinie: ,,Hij vloekte vreselijk.'' Johanna: ,,Een held is nooit perfect. Johan was het wel eens met die mensen uit Texas: hij vond er ook te veel vloeken in staan. Ik zei: `Johan, zo práát je. Zelfs in de paar zinnen waarin je me vroeg de vloeken te schrappen, heb je die en die woorden gebruikt.' Eén uitgever wilde mijn boek in een pocket-editie uitgeven in een grote oplage als ik het boek zou `schoonmaken'. Dat heb ik niet gedaan. Wat is nu belangrijker, dat iemand vloekt of dat hij een paar joden redt?''

Johanna Reiss, `De schuilplaats' (Querido, €10,95)