Innoveer de innovatie

Eén van de hoofdpunten uit het paasakkoord tussen de regeringspartijen CDA, VVD en D66 is de afspraak dat uit de zogenoemde aardgasmeevaller een half miljard euro wordt uitgetrokken voor kennis, innovatie en onderwijs. De aardgasmeevaller is het geld dat overblijft als de olie- en daarmee de gasprijs stijgt, en de staat uit de gasverkoop meer inkomsten ontvangt dan berekend. Bij dalende olie- en gasprijzen is ook wel eens sprake van een tegenvaller, maar dit terzijde. Een half miljard euro voor kennis, innovatie en onderwijs: het bedrag is nog niet gespecificeerd, maar een waarschuwing is nu al op haar plaats voor een amorf innovatiebeleid. De Nederlandse reputatie is wat dat betreft toch al niet best. Het innoverend vermogen van 's lands economie is gering en al hebben de regering en veel politieke partijen innovatie en de kenniseconomie als stemmentrekkende begrippen ontdekt, de resultaten van `innovatieplatforms' en `innovatieakkoorden' houden nog niet over.

Dat kan niet alleen de overheid worden verweten. Vergeleken met het buitenland is het bedrag dat in Nederland wordt uitgegeven aan onderzoek, ontwikkeling en onderwijs laag. Dit komt grotendeels doordat ondernemingen te weinig in onderzoek en ontwikkeling investeren. De overheid probeert dat te compenseren door hier veel publiek geld in te stoppen: 0,8 procent van het bruto binnenlands product, iets boven het gemiddelde van westerse landen. Het rendement hiervan is echter laag. In een artikel in het economenblad ESB toonden de onderzoekers Jacobs en Theeuwes enkele maanden geleden aan dat het innovatiebeleid van de overheid grote problemen heeft wat effectiviteit en efficiëntie betreft. (ESB nr. 4448, 10 december 2004; tevens te vinden op www.fee.uva.nl/scholar/mdw/jacobs/kvs.pdf). Zij stellen dat de overheid investeringen in onderzoek en ontwikkeling subsidieert die ook zónder subsidies waren gedaan. ,,Door gebrekkige additionaliteit ontstaat dood gewicht'', aldus de onderzoekers.

Dit is een duidelijke boodschap aan het kabinet, meer in het bijzonder aan de voorzitter van het `Innovatieplatform', premier Balkenende. Meer geld naar innovatie betekent allereerst kijken of het bestaande geld wel goed wordt gebruikt en of de effectiviteit van het innovatiebevorderende beleid omhoog kan. Doorgaan op de ingeslagen weg kan wel eens betekenen dat extra publieke uitgaven voor innovatie – in dit geval de aardgasmeevaller – hun doel voorbijschieten, simpelweg omdat vergeten wordt het innovatiebeleid te innoveren. Dat is goed geld naar kwaad geld gooien. Bij het nut van het zonder meer verstrekken van innovatiesubsidies kunnen sowieso vraagtekens worden gezet. Dat zal het probleem van de geringe vernieuwingsdrift van de Nederlandse economie alleen maar groter maken. Meer kans op succes hebben specifieke maatregelen voor startende bedrijfjes en regelingen die de arbeidsmarkt versoepelen, waardoor creatieve en ondernemende geesten gestimuleerd worden.

De belangrijkste les uit het onderzoek van Jacobs en Theeuwes is dat een innovatiebeleid meer gericht dient te zijn op nieuwkomers dan op de gevestigde orde. Dat is wel iets om rekening mee te houden als dadelijk de miljoenen uit het paasakkoord voor kennis en innovatie worden verdeeld.