Indonesië pakt grote fraude aan

In Indonesië is de eerste grote fraudezaak onder het nu vijf maanden oude presidentschap van Susilo Bambang Yudoyono aangepakt.

De president heeft corruptiebestrijding hoog op zijn politieke agenda staan.

Een rechtbank in Jakarta veroordeelde gisteren de zakenman Adrian Herling Waworuntu tot een levenslang wegens een geval van fraude, dat de staatsbank BNI 120 miljoen euro lichter maakte. Bij de oplichtingszaak waren 17 mensen betrokken, onder wie vijf BNI-medewerkers. Van hen zijn er inmiddels negen berecht.

Hoofdverdachte Waworuntu (54) werd tevens veroordeeld tot betaling van 30 miljoen euro schadevergoeding en een boete van 100.000 euro. De arrondissementsrechtbank van Jakarta-Zuid was van oordeel dat verdachte zich ,,wederrechtelijk heeft verrijkt'' en dat ,,fraudeurs zoals hij zo hard mogelijk moeten worden gestraft, omdat dergelijke wandaden de economie en de moraal van de natie ondermijnen''.

Rechtbankvoorzitter Roki Pandjaitan noemde de BNI-zaak ,,een voorname reden waarom internationale organisaties Indonesië hebben aangemerkt als één van de corruptste landen ter wereld.'' De rechtbank velde vonnis conform de eis.

De zaak draait om de uitbetaling in 2002 van 120 miljoen euro door een BNI-filiaal in Jakarta-Zuid aan de handelsfirma's Gramarindo en PT Petindo. Deze bedrijven beweerden orders te hebben ontvangen uit Kenia en andere Afrikaanse landen voor de leverantie van onder andere zand. Daarbij maakten zij gebruik van vervalste kredietbrieven. Zij kregen medewerking van de filiaalhouder en vier andere bankmewederkers, die een oogje dichtknepen en de kredietbrieven accepteerden in ruil voor forse kickbacks. De staatsbank is dus van binnenuit bestolen, een lot dat de laatste jaren menige Indonesische overheidsdienst heeft ondergaan.

Waworuntu was financieel adviseur van Gramindo-eigenaresse Maria Pauline Lumowa. Zij incasseerde een groot deel van de buit en houdt zich nu schuil in Singapore. De filiaalhouder is vorig jaar tot levenslang veroordeeld.

Toen de zaak in de openbaarheid kwam, nam Waworuntu de wijk naar Singapore en vervolgens naar de Verenigde Staten. Hij stond toen al te boek als verdachte, maar kon naar verluidt vluchten dankzij forse betalingen aan hoge functionarissen die zijn zaak behandelden. Hij kwam eind vorig jaar terug in de overtuiging dat hij, dankzij deze smeergeldbetalingen, vrijuit zou gaan. Het politieke tij was toen inmiddels gekeerd en de nieuwe procureur-generaal, Abdul Rachman Saleh, gaf de BNI-zaak de hoogste prioriteit.

Waworuntu gaat in hoger beroep. Na de uitspraak zei hij: ,,Ik wil een vonnis dat is gebaseerd op iets substantiëlers dan een herhaling van de aanklacht.''