Hirst dient onstilbare beeldcultuur

Damien Hirst (1965) toont in Haarlem veertien grote kleurenfoto's die samen de Kruiswegstaties (2004) vormen. Hij maakte ze met zijn vriend, de society-fotograaf David Bailey (1938). Zoals gebruikelijk in de katholieke traditie illustreren de staties momenten op Jezus' laatste tocht door Jeruzalem, vanaf zijn ter dood veroordeling in het huis van Pilatus tot en met de graflegging. Deze momenten, zoals het struikelen van Jezus onder de last van het kruis of Veronica die Jezus' gezicht afdept en de afdruk van zijn gelaat terugvindt op de doek, zijn ontleend aan de bijbel en aan apocriefe boeken. De reeks voorstellingen is bedoeld om de gelovige op te roepen tot devotie: door van beeld tot beeld met Jezus mee te lopen en zich te identificeren met zijn lijden, komt de beschouwer tot inkeer.

De werken doen met hun bombastische gemarmerde omlijstingen en inscripties denken aan grafmonumenten (204,2 x 158,2 cm). Religieuze thema's zijn Hirst niet vreemd. In Rome is momenteel een Italiaanse verzamelaar in onderhandeling met de burgemeester om een in onbruik geraakte kapel weer in ere te herstellen. Midden in de kapel komen vier schilderijen van de vier Evangelisten van de hand van Hirst.

Ook wanneer Hirst niet letterlijk christelijke thema's verbeeldt heeft zijn werk een religieuze lading doordat het doordrenkt is van een vanitas-symboliek. Hirst heeft een voorliefde voor het macabere en voor lichamelijk verval, zoals blijkt uit rottende koeienkoppen met vliegen in vitrinekasten of echte vlinders vastgeplakt op schilderijen. Hirst is naar verluidt de grootste vlinderimporteur van Engeland.

De kunst van Hirst is een megasucces. Hij is het type kunstenaar van Dalí, Warhol of Koons: stardom bepaalt de waarde van het werk. Het feit dat Hirst dankzij tientallen assistenten een enorme productie heeft werkt niet, zoals je zou verwachten, deflaterend, maar draagt juist bij aan zijn succes. Momenteel exposeert hij dertig schilderijen, gedaan in een voor hem nieuwe fotorealistische stijl, in de Gagosian Gallery in New York. Op de dag voorafgaand aan de opening waren ze allemaal verkocht. De prijzen varieerden van 250.000 dollar voor het kleinste schilderij tot 2 miljoen dollar voor de grote. De 39-jarige Hirst is de rijkste kunstenaar uit de geschiedenis.

De kunst van Hirst is anoniem. Anti-stijl. Bij zijn nieuwe schilderijen is niet te achterhalen wie ze vervaardigd heeft, omdat verschillende assistenten aan één schilderij werkten. Wel brengt Hirst graag zelf de bloedspetters aan. Ongeveer zoals vroeger de meester persoonlijk als finishing touch de witte hoogsels aanbracht, de oplichtende puntjes in een oog of op glanzend satijn.

Een gevolg van deze onpersoonlijke werkwijze is dat de intenties van Hirst moeilijk zijn te achterhalen. Dit zal ook de bedoeling zijn, en is waarschijnlijke mede een verklaring voor zijn succes. Zijn kunstwerken laten zich gemakkelijk lezen en je kunt er alle kanten mee op. Interpretaties zijn inwisselbaar. Dit geldt ook de Kruiswegstaties. Hirst speelt een spelletje met de traditionele iconografie, draait rollen om (Jezus als zwarte vrouw met zware hangende borsten), maakt er pornografie van (Jezus ontmoet de vrouwen van Jeruzalem en laat zich door hen gulzig betasten) of een pervers beeld (Jezus valt de derde keer: een bebloede schedel tussen de gespreide benen van een naakte vrouw). Wat is de bedoeling van dit alles? Is hier sprake van oprechte vroomheid, wil Hirst provoceren, levert hij sociale kritiek? Dat het fysieke lijden lekker is aangedikt is in de christelijke iconografie niet nieuw, het gebeurt sinds de late Middeleeuwen. Ook de seksualisering van het goddelijk lichaam heeft een eerbiedwaardige traditie in de kunst. De vraag is wat Hirst hieraan toevoegt.

Het werk van Hirst is niet alleen anoniem, het is ook professioneel. Professionele kunst is wat vroeger Salonkunst werd genoemd: kunst die met vaardigheid is gemaakt, goed in de markt gezet, en voldoet aan de wensen en verwachtingen van het publiek. Het nieuwe is de overdonderende hoeveelheid, de kwantiteit-als-kwaliteit, het exces aan beeld. Foto's, sculpturen, installaties, schilderijen, alles in één onophoudelijke stroom.

Hirst speelt in op de onverzadigbare behoeften van wat beeldcultuur wordt genoemd. Beeldcultuur is de onstuitbare begeerte naar totale zichtbaarheid. Wanneer alles zichtbaar is (zoals bij Hirst), dan bestaat het verborgene niet meer. Raadsel, transcendentie, epifanie zijn verdwenen. Om het in Kruiswegstatie-termen te zeggen: door zich volledig over te geven aan de begeerte van het oog heeft de mens het vermogen tot Visio Dei, het zien van god, verloren. Er rest slechts het banale, lege, anonieme beeld.

Tentoonstelling: Damien Hirst en David Bailey: De Kruiswegstaties. T/m 15 juni in De Hallen, Grote Markt 16, Haarlem. Di t/m za 11-17 uur, zo 12-17 uur. Informatie: tel. 023-5115775; www.dehallen.com