Het recht verloor het van de emotie

Schuldgevoel bij het Nederlandse volk jegens gedeporteerde Joodse landgenoten hield `de drie van Breda' jarenlang in de gevangenis. Zo blijkt uit onderzoek van promovenda Hinke Piersma.

Op de cover van de rijk geïllustreerde handelseditie staat de koepelgevangenis van Breda. Het proefschrift van historica Hinke Piersma telt `slechts' 280 pagina's. Piersma: ,,Zelf raak ik altijd ontmoedigd van die dikke historische proefschriften, ik wil een breed publiek bereiken.'' Gezien het onderwerp, de drie van Breda, zal dat wel lukken. ,,Iedereen kent ze. Iedereen reageerde met `o ja' als ik vertelde waar ik mee bezig was. Zelfs mijn Marokkaanse slager.''

Maar hoe zat het ook weer?

Na de Tweede Wereldoorlog werden achttien Duitse oorlogsmisdadigers in Nederland ter dood veroordeeld. Bij negen van hen werd de doodstraf omgezet in levenslang, vijf van hen werden eind jaren '50 vrijgelaten. De overige vier bleven gevangen in Breda: Franz Fischer, Ferdinand Hugo aus der Fünten, Joseph Kotälla en Willi Paul Franz Lages. Kotälla was kampbeul in Kamp Amersfoort, de andere drie waren direct betrokken bij de jodenvervolging in Nederland. Lages werd in 1966 vrijgelaten omdat hij ernstig ziek was. Kotälla overleed in 1979 in de gevangenis. Aus der Fünten en Fischer kwamen in 1989 vrij en overleden beiden in dat jaar.

Piersma, verbonden aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), promoveert vandaag aan de Universiteit van Amsterdam, met NIOD-directeur Hans Blom als een van de twee promotoren. Haar onderzoek gaat over het heftige maatschappelijke debat over de mogelijke vrijlating van de `drie van Breda' in de jaren '70 en '80, en over de relatie tussen dat debat en politieke besluitvorming.

Vooral het voorstel van de toenmalige minister Van Agt (Justitie) in 1972 om het drietal vrij te laten, zorgde voor ongekende polarisatie. Oorlogsslachtoffers en voormalige verzetslieden verzetten zich hevig en met succes tegen vrijlating. Na Van Agt hebben bewindslieden het initiatief bij maatschappelijke groepen gelaten.

In de besluitvorming rond de drie van Breda wogen psychologische argumenten zwaarder dan juridische, concludeert Piersma. En dat had volgens de onderzoekster veel te maken met recentelijk opgekomen schuldbesef. ,,In de jaren '50 koesterde Nederland het zelfbeeld van een dapper volk dat zich had verzet tegen de Duitsers. Onder invloed van Pressers boek Ondergang en Loe de Jongs tv-serie De Bezetting kantelde dat beeld. De confrontatie met het grote aantal uit Nederland gedeporteerde joden leidde tot zelfreflectie en schuldgevoel.

,,Het besef dat Nederland tekort was geschoten in het beschermen van joodse landgenoten gaf de tegenstanders van vrijlating een sterk argument in handen. Dat verband blijkt uit uitspraken van politici. Kamerleden zeiden `We mogen de slachtoffers niet opnieuw in de steek laten'. Dat `opnieuw' vind ik veelzeggend. Gevolg was wel dat strafrechtelijke argumenten werden overgenomen door psychologische argumenten. Van Agt was een progressief strafrechtjurist, hij zag geen juridisch doel in vasthouden. Maar na 1972 gold een nieuw doel: beschermen van de slachtoffers. Vrijlating zou hun leed versterken.''

Volgens Piersma werd met de affaire de handzame tegenstelling tussen `goed' en `fout' nieuw leven ingeblazen. Net toen het beeld wat diffuser dreigde te worden, kon men weer een duidelijke stelling betrekken. Uit het proefschrift: ,,Zo bood het debat over `de drie van Breda' de Nederlandse bevolking alsnog een kans om `goed' te zijn.''

,,Dat is wat provocerend gesteld en behoeft misschien toelichting. Ik twijfel niet aan de oprechte gevoelens van de tegenstanders van vrijlating. Maar het valt op dat de tegenstanders niets hoefden uit te leggen, tegen was oké. Voorstanders moesten zich verdedigen. `Heb je dan geen gevoelens voor de slachtoffers?' kregen ze te horen, maar daar ging het natuurlijk niet om. Van Agt werd verweten dat hij zo kil en koud was. Ik wil Van Agt niet verdedigen, maar het is onmogelijk om jezelf integer te verklaren.''

De stelling dat het vasthouden van de drie van Breda het nationale oorlogstrauma onnodig heeft verlengd, gaat volgens Piersma niet op. ,,Er is ook een keerzijde. In 1972 konden slachtoffers hun verhaal doen, het is goed dat hun leed werd onderkend.'' Dus het is eerder omgekeerd: het vasthouden had een gunstig effect op de verwerking? ,,Daar zou je apart onderzoek naar moeten doen. Maar het debat heeft veel voorzieningen en wetgeving voor oorlogsslachtoffers die al in de maak waren, aanzienlijk versneld.''

Vaak en graag wordt geconstateerd dat de Tweede Wereldoorlog nog steeds ons morele ijkpunt is. Kan psychologie ook bij een ander onderwerp winnen van de rede? ,,Ik ben heel huiverig om daar als historica uitspraken over te doen, maar het recente spreekrecht voor slachtoffers in de rechtszaal lijkt me een voorbeeld. Of kijk naar terrorismebestrijding: politici legitimeren privacybeperkende maatregelen door naar angst onder de bevolking te verwijzen. De rechtsstaat is een abstract begrip, en verliest het snel van emoties. Het debat over de drie van Breda leert ons dat als je afwijkt van strafrechtelijke argumenten, je er nooit uitkomt.''